Selecteer een pagina

Dossier: Ondernemingsrecht


HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1056 (e-Traction Worldwide c.s./e-Traction Europe c.s.)

De tweede fase van de enquêteprocedure eindigt met het onherroepelijk worden van de beschikking op het enquêteverzoek, of – als tijdelijke voorzieningen ex art. 2:356 sub c, d en e BW dan nog voortduren – op het moment dat deze voorzieningen eindigen. De getroffen tijdelijke voorzieningen kunnen  blijvende gevolgen hebben. Bezwaren tegen deze voorzieningen of de wijze waarop daaraan invulling is gegeven kunnen slechts worden geuit door het instellen van rechtsmiddelen tegen de beschikking(en) in de enquêteprocedure.  (meer…)

HR 27 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BU4970

Een redelijke wetstoepassing van art. 2:343 BW brengt mee dat de rechter bij de waardebepaling van de over te nemen aandelen een forfaitaire vergoeding kan opnemen ter hoogte van de wettelijke rente, strekkende tot compensatie van het nadeel dat de uittredende aandeelhouder lijdt bij overdracht van aandelen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van de waarde daarvan, door een verschil tussen die waarde en het bij wijze van voorschot betaalde bedrag. De omstandigheid dat geen wettelijke rente is gevorderd, behoefde de Ondernemingskamer niet te weerhouden van toekenning van die vergoeding. Omdat de koopsom pas opeisbaar wordt twee weken nadat de onherroepelijke uitspraak waarbij deze is vastgesteld is betekend, kan deze uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. (meer…)

HR 6 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6509 (Imeko Holding/X c.s.)

Leden van de raad van commissarissen kunnen voor zekere tijd daden van bestuur verrichten, maar zonder benoemingsbesluit van het daartoe bevoegde orgaan maken zij geen deel uit van het bestuur. De beloning van een commissaris die werkzaamheden als bestuurder verricht, maar niet formeel door het daartoe bevoegde orgaan als bestuurder is benoemd, dient dus te worden vastgesteld door het orgaan dat bevoegd is de beloning van de commissarissen vast te stellen. (meer…)

HR 14 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR0119 (X c.s./M.E. Beheer c.s.)

Indien de statuten van een vennootschap bepalen dat haar bestuurder ook in geval van tegenstrijdig belang bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen, is die bestuurder gehouden de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) zo tijdig te informeren over de aanwezigheid van een tegenstrijdig belang dat deze in de gelegenheid is de haar in art. 2:256 (tweede volzin) BW toegekende bevoegdheid uit te oefenen. De bestuurder die nalaat de AvA te informeren wordt echter niet reeds daardoor wegens een tegenstrijdig belang onbevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. (meer…)

HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0505

Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van de verzoeker van een enquête mag het aandelenkapitaal van een medeverzoeker die zijn verzoek reeds heeft ingetrokken, niet worden meegeteld; de overblijvende verzoeker moet op het moment van indiening van het verzoek zelfstandig aan de kapitaalseis hebben voldaan. (meer…)

HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8686

De bestuurder van een vennootschap die door de Ontvanger aansprakelijk wordt gesteld omdat hij het verhaal van een aan de vennootschap opgelegde naheffingsaanslag illusoir zou hebben gemaakt, kan de onderliggende belastingaanslag nog ter discussie stellen ook als deze aanslag jegens de vennootschap al onherroepelijk is geworden. De Ontvanger kan niet meer schade vorderen dan het bedrag van de aan de vennootschap opgelegde belastingaanslag. (meer…)

Cassatieblog.nl