Selecteer een pagina

Dossier: Ondernemingsrecht


HR 25 mei 2012, LJN BW0242 (Ageas/VEB c.s.)

Een beschikking waarin een partij door de Ondernemingskamer als belanghebbende wordt aangemerkt in de tweede fase van de enquêteprocedure, is jegens alle partijen een tussenbeschikking. (meer…)

HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1435 (ASMI II)

Voor de ontvankelijkheid in cassatie van de verzoeker tot cassatie in een enquêteprocedure geldt niet (nog steeds of opnieuw) de kapitaalseis van art. 2:346 aanhef en onder b BW, waaraan voldaan moet zijn voor de ontvankelijkheid bij de OK. Wat de ontvankelijkheid in cassatie betreft, gaat het ingevolge art. 426 lid 1 Rv slechts erom of de verzoeker in de procedure voor de OK verschenen zijn. Na cassatie en verwijzing mogen – ter precisering, toelichting en correctie van reeds ingenomen standpunten – nieuwe stellingen worden ingenomen en producties overgelegd.  (meer…)

HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1758 (X/Gemeente Utrechtse Heuvelrug c.s.)

Art. 2:86d lid 4 BW bepaalt dat “iedere belanghebbende” in verzet kan komen tegen de verstrekking van duplicaten van verloren gegane bewijzen van toonderaandelen in een naamloze vennootschap. De wet beperkt de kring van belanghebbenden dus niet tot derden die menen zélf rechthebbende te zijn van de bewuste aandelen, zoals het oude art. 15 lid 1 Effectenvernieuwingswet deed. Ook de memorie van toelichting bij art. 2:86d lid 4 BW leidt niet tot een zo beperkte uitleg van het belanghebbendebegrip.  (meer…)

HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1056 (e-Traction Worldwide c.s./e-Traction Europe c.s.)

De tweede fase van de enquêteprocedure eindigt met het onherroepelijk worden van de beschikking op het enquêteverzoek, of – als tijdelijke voorzieningen ex art. 2:356 sub c, d en e BW dan nog voortduren – op het moment dat deze voorzieningen eindigen. De getroffen tijdelijke voorzieningen kunnen  blijvende gevolgen hebben. Bezwaren tegen deze voorzieningen of de wijze waarop daaraan invulling is gegeven kunnen slechts worden geuit door het instellen van rechtsmiddelen tegen de beschikking(en) in de enquêteprocedure.  (meer…)

HR 27 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BU4970

Een redelijke wetstoepassing van art. 2:343 BW brengt mee dat de rechter bij de waardebepaling van de over te nemen aandelen een forfaitaire vergoeding kan opnemen ter hoogte van de wettelijke rente, strekkende tot compensatie van het nadeel dat de uittredende aandeelhouder lijdt bij overdracht van aandelen voorafgaand aan de definitieve vaststelling van de waarde daarvan, door een verschil tussen die waarde en het bij wijze van voorschot betaalde bedrag. De omstandigheid dat geen wettelijke rente is gevorderd, behoefde de Ondernemingskamer niet te weerhouden van toekenning van die vergoeding. Omdat de koopsom pas opeisbaar wordt twee weken nadat de onherroepelijke uitspraak waarbij deze is vastgesteld is betekend, kan deze uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. (meer…)

HR 6 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6509 (Imeko Holding/X c.s.)

Leden van de raad van commissarissen kunnen voor zekere tijd daden van bestuur verrichten, maar zonder benoemingsbesluit van het daartoe bevoegde orgaan maken zij geen deel uit van het bestuur. De beloning van een commissaris die werkzaamheden als bestuurder verricht, maar niet formeel door het daartoe bevoegde orgaan als bestuurder is benoemd, dient dus te worden vastgesteld door het orgaan dat bevoegd is de beloning van de commissarissen vast te stellen. (meer…)

Cassatieblog.nl