Dossier: Personen- en familierecht


HR 22 december 2017 ECLI:NL:HR:2017:3266

Partneralimentatie. Grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep. Huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget tellen niet mee bij de bepaling van de behoefte van de alimentatiegerechtigde. (meer…)

HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2614

Door het buiten toepassing laten van art. 1:5 lid 1 BW Aruba (BWA) wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel tussen de man en de vrouw en te beslissen dat het door de man erkende kind de geslachtsnaam van de vrouw behoudt, is het Hof zijn rechtsvormende taak te buiten gegaan. Met de vaststelling van de Landsverordening aanvulling BWA heeft de wetgever een keuze gemaakt uit de verschillende stelsels die denkbaar zijn om ongelijke behandeling op te heffen. Door bij die keuze aan te sluiten kan de rechter een oplossing bieden voor het rechtstekort van de geldende wetgeving. (meer…)

HR 6 oktober 2017 ECLI:NL:HR:2017:2562

Bij ondercuratelestelling is niet steeds een oordeel van een onafhankelijk deskundige nodig.

In deze zaak heeft de kantonrechter het verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene toegewezen. Die beschikking is in hoger beroep bekrachtigd. (meer…)

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1350

Het hof heeft de bij de mondelinge behandeling van het verzoek tot nihil stelling van de partneralimentatie  ten onrechte de minder verstrekkende stelling van de man, dat de behoeftigheid van de vrouw is afgenomen, over het hoofd gezien. (meer…)

HR 7 juli 2017 ECLI:NL:HR:2017:1273

Prejudiciële procedure. Hoge Raad geeft antwoord op vragen van Hof Den Haag. Kindgebonden budget dient buiten beschouwing te blijven bij vaststelling van behoefte aan partneralimentatie. Dat geldt ook indien de hoogte van het kindgebonden budget het aandeel van de alimentatiegerechtigde in de kosten van de kinderen overtreft. Kindgebonden budget behoort evenmin in aanmerking te worden genomen in kader van zgn. ‘jusvergelijking’. (meer…)

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066

(1) In het geval een hypothecaire lening valt binnen een bij huwelijkse voorwaarden gecreëerde beperkte huwelijksgoederengemeenschap, dan geldt dat beide echtgenoten daarvoor op grond van art. 1:100 lid 1 BW ieder voor de helft draagplichtig zijn, tenzij het in de uitzonderlijke omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de ene echtgenoot zich jegens de andere echtgenoot op de verdeling bij helfte beroept (o.a. HR 7 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0071, NJ 1991/593; HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749, NJ 2012/407); (2) Op grond van art. 44 lid 3 Rv staat het de verweerder in cassatie in beginsel vrij om, nadat de Advocaat-Generaal zijn conclusie heeft genomen, alsnog in het geding te verschijnen om op die conclusie te reageren.

(meer…)

Cassatieblog.nl