Dossier: Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud)


HR 1 september 2017 ECLI:NL:HR:2017:2226

Aan art. 1 lid 6 Wet Bopz kan niet de strekking worden toegekend dat voor een machtiging tot voortgezet verblijf kan worden volstaan met een geneeskundige verklaring van een arts verstandelijk gehandicapten (avg) indien de diagnose niet is beperkt tot het “eigen deskundigheidsterrein” van die arts, maar tevens het deskundigheidsterrein van de psychiater bestrijkt. In een zodanig geval is mede een verklaring van een psychiater vereist. (meer…)

HR 14 april 2017 ECLI:NL:HR:2017:690

Klaagster is ingevolge een voorlopige machtiging opgenomen geweest in psychiatrisch ziekenhuis en heeft daar op 26 mei 2016 een meldingsformulier dwangbehandeling als bedoeld in art. 40a Wet Bopz overhandigd gekregen. Hierin is haar dwangbehandeling door middel van anti-psychotische medicatie aangezegd met startdatum 1 juni 2016. Het formulier vermeldt geen einddatum. (meer…)

HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:461

Het oordeel dat de geneeskundige verklaring en de verklaring van de psychiater ter zitting de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een psychische stoornis geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Die verklaringen houden concreet niet meer in dan dat bij betrokkene sprake is van lichamelijke schade. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:165

Uit art. 5 Wet Bopz en de art. 5 en 6 EVRM  vloeit noch in het algemeen, noch in dit geval voort dat de betrokkene recht heeft op bijstand van een tolk in de moedertaal tijdens het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 5 Wet Bopz. (meer…)

HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:108

De rechter kan niet alleen een onderzoek door een deskundige bevelen over de vraag of bij betrokkene sprake is van een stoornis van de geestesvermogens, maar ook (onder meer) over de vragen of deze stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken en of het gevaar door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend (art. 48, lid 1 sub a Wet Bopz). (meer…)

HR 13 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:33

De rechter die moet beslissen op een verzoek van de officier van justitie om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, dient na te gaan of op het moment van zijn beslissing is voldaan aan de vereisten voor het verlenen van de verzochte machtiging. (meer…)

Cassatieblog.nl