Betekening oproepingsbericht na uiterste verschijndatum kan ook nog

Betekening oproepingsbericht na uiterste verschijndatum kan ook nog

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1283

Overschrijding van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv is geen beletsel voor verstekverlening, mits de eiser – op eigen initiatief of, in voorkomend geval, op bevel van de rechter – bij de betekening van het exploot aan de verweerder een nieuwe uiterste verschijndatum aanzegt die de verweerder alsnog een termijn van ten minste twee weken geeft om te beslissen of hij wil verschijnen. Dat geldt ook als het oproepingsbericht pas na de in de procesinleiding vermelde uiterste verschijndatum is betekend. De aanzegging van een nieuwe uiterste verschijndatum mag echter niet leiden tot overschrijding van de in die bepalingen genoemde maximale verschijntermijn.

Lees meer…

Nieuwe advocaat-generaal en drie nieuwe raadsheren in de Hoge Raad

Nieuwe advocaat-generaal en drie nieuwe raadsheren in de Hoge Raad

Mr. B.F. (Bastiaan) Assink wordt per 1 september 2019 benoemd tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad in civiele zaken. Hij gaat zich bezig houden met het hele domein van het civiele recht, met name de onderdelen ondernemings- en rechtspersonenrecht. Hij wordt de opvolger van Mr. L. Timmerman die met ingang van 1 mei jl. advocaat-generaal in buitengewone dienst is geworden.

Mr. Assink is op dit moment hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tevens is hij parttime advocaat en partner bij Nauta Dutilh en sinds 2012 raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Ministerraad heeft op 12 juli 2019 ingestemd met de benoeming van drie raadsheren in de Hoge Raad:

Mr. F.J.P. Lock (met ingang van de datum van beëdiging). Mr. Lock is momenteel senior-raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Per 1 januari 2020 wordt Mr. M. Kuijer raadsheer bij de Hoge Raad. Mr. Kuijer is juridisch adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en bijzonder hoogleraar afdeling Strafrecht en criminologie Vrije Universiteit Amsterdam

Met ingang van 1 september 2020 wordt Mr. C. Caminada raadsheer bij de Hoge Raad. Mevrouw Mr. Caminada is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden.

Wet Bopz: een tuinpas met gevolgen, over huisregels en individuele beperkingen

Wet Bopz: een tuinpas met gevolgen, over huisregels en individuele beperkingen

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1282

De mondeling meegedeelde algemene beperking van het recht op toegang tot de binnentuin komt niet voor in de schriftelijk vastgelegde huisregels van het ziekenhuis; daarom kan deze beperking niet worden gelijkgesteld met een huisregel in de zin van art. 37 Wet Bopz. Lees meer…

Rechtsmiddel tegen de verbetering van een kennelijke fout in een uitspraak

Rechtsmiddel tegen de verbetering van een kennelijke fout in een uitspraak

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1279

Tegen de verbetering van een kennelijke fout in een uitspraak staat op grond van artikel 31 lid 4 Rv geen voorziening open. Een cassatieberoep tegen een verbeteringsbeschikking is desondanks ontvankelijk als wordt aangevoerd dat de rechter buiten het toepassingsgebied van art. 31 Rv is getreden. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als er debat mogelijk is over de ‘fout’ in de uitspraak en er dus geen sprake is van een kennelijke fout die zich eenvoudig voor herstel leent. Daarnaast dient een rechter partijen altijd in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over een verbetering van de uitspraak. Dat is ten onrechte niet gebeurd in deze zaak. Lees meer…

Werkgever mag eigen personeel inzetten om werkzaamheden van stakend personeel over te nemen

Werkgever mag eigen personeel inzetten om werkzaamheden van stakend personeel over te nemen

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1245

Een werkgever mag eigen personeel inzetten om de werkzaamheden van stakend personeel over te nemen, zelfs als de werknemers die worden ingezet betere arbeidsvoorwaarden hebben en buiten het conflict staan en daarbij geen belang hebben. De werkgever handelt alsdan niet in strijd met het onderkruipersverbod en in beginsel evenmin onrechtmatig of in strijd met de eisen van goed werkgeverschap. Lees meer…

Hof moet toelichten waarom in het eindarrest is afgeweken van de motivering uit het tussenarrest

Hof moet toelichten waarom in het eindarrest is afgeweken van de motivering uit het tussenarrest

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1276

In het licht van wat partijen over en weer hebben aangevoerd heeft het hof niet voldoende gemotiveerd waarom het in het eindarrest is afgeweken van de motivering uit het tussenarrest. Dat het hof niet gebonden was aan de in het tussenarrest neergelegde overwegingen, nu daarin geen bindende eindbeslissingen waren vervat, doet daar niet aan af. Als het hof in het eindarrest een andere richting wilde inslaan dan in het tussenarrest, had het moeten toelichten waarom daarvoor is gekozen. Lees meer…

Wet Bopz – opnieuw: steeds nieuwe beoordeling dwangbehandeling bij overplaatsing naar ander psychiatrisch ziekenhuis

Wet Bopz – opnieuw: steeds nieuwe beoordeling dwangbehandeling bij overplaatsing naar ander psychiatrisch ziekenhuis

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1277

Bij dwangbehandeling op grond van het ‘externe gevaarscriterium’ (art. 38c, lid 1 onder a Wet Bopz)  dient er na een overplaatsing naar een ander psychiatrisch ziekenhuis  opnieuw een beoordeling door de behandelaar in het andere ziekenhuis omtrent de dwangbehandeling plaats te vinden. Dit geldt ook indien er sprake is van overplaatsing naar een andere vestiging van dezelfde zorginstelling. Lees meer…

Reikwijdte uitsluiting cassatieberoep in kinderontvoeringszaken; bevoegdheid Nederlandse rechter in niet-verdragszaken

Reikwijdte uitsluiting cassatieberoep in kinderontvoeringszaken; bevoegdheid Nederlandse rechter in niet-verdragszaken

HR 5 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1085

De uitsluiting van cassatieberoep in art. 13 lid 8 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (Uwik) ziet niet op een beslissing dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van een verzoek tot gedwongen afgifte en teruggeleiding van het kind. In een niet-verdragszaak kan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter worden gebaseerd op art. 3, aanhef en onder a, Rv. Lees meer…

Wet Bopz: na cassatie ex tunc; algemeen: van enkelvoudige naar meervoudige kamer

Wet Bopz: na cassatie ex tunc; algemeen: van enkelvoudige naar meervoudige kamer

HR 12 juli ECLI:NL:HR:2019:1202

Indien een enkelvoudige kamer het voornemen heeft de zaak na de mondelinge behandeling voor de beslissing te verwijzen naar een meervoudige kamer, kan zij dit al bij de behandeling aan partijen meedelen en kan zij erop wijzen dat, in het geval van die verwijzing, partijen kunnen verzoeken om (hernieuwde) behandeling door de meervoudige kamer. Partijen kunnen dan desgewenst tijdens de behandeling op voorhand afstand doen van het gebruik van die mogelijkheid.

Deze uitspraak bevat een verdere uitwerking van de regels voor behandeling door de enkelvoudige en meervoudige kamer. Daaraan vooraf gaat een beslissing over wat na cassatie en verwijzing in een zaak in het kader van de Wet Bopz. Lees meer…

Wet Bopz: termijnen na cassatie en verwijzing; deskundigenonderzoek

Wet Bopz: termijnen na cassatie en verwijzing; deskundigenonderzoek

HR 28 juni 2019 ECLI:NL:HR:2019:1054

In beginsel moet binnen vier weken na de uitspraak van de Hoge Raad een mondelinge behandeling plaatsvinden, en de rechtbank moet in beginsel binnen vier weken na die mondelinge behandeling beslissen op het verzoek van de officier van justitie, dan wel de zaak aanhouden met het oog op een nader deskundigenonderzoek. Lees meer…