Selecteer een pagina
De herkansingsfunctie van het hoger beroep verhindert niet dat ook het hof gevolgen verbindt aan een schending van art. 21 Rv in eerste aanleg

De herkansingsfunctie van het hoger beroep verhindert niet dat ook het hof gevolgen verbindt aan een schending van art. 21 Rv in eerste aanleg

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1144

 Ook in hoger beroep moet beoordeeld worden welke gevolgtrekking geraden is in het licht van de aard en ernst van een schending van de waarheids- en volledigheidsplicht van art. 21 Rv in eerste aanleg en de overige omstandigheden van het geval. Het hof kon, evenals de rechtbank, ontzegging van de vorderingen op haar plaats te achten.  Lees meer…

Wanneer is een uit verschillende onderdelen door de chirurg samengestelde heupprothese in het verkeer gebracht?

Wanneer is een uit verschillende onderdelen door de chirurg samengestelde heupprothese in het verkeer gebracht?

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1172

Een dergelijke heupprothese is geen product dat door de producent van de onderdelen in het verkeer is gebracht. Voor elk onderdeel geldt een afzonderlijke vervaltermijn, die aanvangt op de dag dat het onderdeel in het verkeer is gebracht. Lees meer…

Milieuschulden zijn boedelschulden

Milieuschulden zijn boedelschulden

HR 4 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:833

Schulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving, zijn volgens de Hoge Raad boedelschulden. De overheid heeft voor deze kosten dus een gunstige verhaalspositie. Lees meer…

De eis van ondergeschiktheid in het licht van art. 10 Insolventievordering

De eis van ondergeschiktheid in het licht van art. 10 Insolventievordering

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1164

Binnen het Unierecht is voor het bestaan van een ondergeschiktheidsband kenmerkend het feit dat een werknemer onder het gezag staat van een andere persoon, die niet alleen bepaalt (i) welke prestaties van hem worden verwacht, maar ook (ii) op welke wijze hij die moet verrichten en (iii) wiens instructies en interne voorschriften hij moet naleven. Voor de vraag of sprake is van een ondergeschiktheidsband tussen een werknemer en een vennootschap, is echter niet zonder meer van belang dat die vennootschap sterk verweven is met de rechtspersoon bij wie de werknemer in dienst is. Lees meer…

Wanneer mag worden vertrouwd op een valse verklaring?

Wanneer mag worden vertrouwd op een valse verklaring?

HR 28 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:783

Uitgangspunt is dat degene voor wie iets valselijk is verklaard zich tegen de geadresseerde erop kan beroepen dat de verklaring niet van hem afkomstig is. Onder omstandigheden kan het gerechtvaardigd vertrouwen van de geadresseerde echter geheel of ten dele worden toegerekend aan degene voor wie valselijk is verklaard. Lees meer…

Prejudiciële vragen: wanneer zijn administratiekosten voor een nieuwe huurder een niet redelijk voordeel (art. 7:264 lid 1)?

Prejudiciële vragen: wanneer zijn administratiekosten voor een nieuwe huurder een niet redelijk voordeel (art. 7:264 lid 1)?

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1157

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de uitleg van het begrip ‘niet redelijk voordeel’ in art. 7:264 lid 1 BWLees meer…

Zorgverzekeraar hoeft niet alle doseringen van dezelfde werkzame stof te vergoeden

Zorgverzekeraar hoeft niet alle doseringen van dezelfde werkzame stof te vergoeden

HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1111

Het is een zorgverzekeraar toegestaan om, in het geval de minister verschillende doseringen van dezelfde werkzame stof als verzekerde geneesmiddelen heeft aangewezen, slechts één of enkele van die doseringen te vergoeden (als preferent aan te wijzen). Indien de arts om medische redenen een ander geneesmiddel, sterkte of dosering voorschrijft, moet de apotheker dat verstrekken en moet de zorgverzekeraar dat vergoeden. Lees meer…

Over vernietiging van een arbitraal vonnis met meerdere zelfstandig dragende gronden

Over vernietiging van een arbitraal vonnis met meerdere zelfstandig dragende gronden

HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1171

Een arbitraal vonnis dat op meerdere zelfstandig dragende gronden berust, kan alleen worden vernietigd als met succes vernietigingsgronden zijn gericht tegen al die gronden.  Lees meer…

Inschrijving van een uithuisgeplaatste minderjarige op onderwijsinstelling door een GI

Inschrijving van een uithuisgeplaatste minderjarige op onderwijsinstelling door een GI

HR 25 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:1003

Een gecertificeerde instelling kan aan de algemene aanwijzingsbevoegdheid van art. 1:263 BW niet de bevoegdheid ontlenen de ouder op te dragen de inschrijving van de minderjarige bij een bepaalde onderwijsinstelling te ondertekenen. Zij is evenmin bevoegd de kinderrechter op de voet van art. 1:262b BW om vervangende toestemming voor die inschrijving te verzoeken. Voor de inschrijving van een uithuisgeplaatste minderjarige op een onderwijsinstelling moet de gecertificeerde instelling gebruikmaken van de wettelijke regeling van art. 1:265e BW.  Lees meer…

Cessie van een problematische vordering; non-conform?

Cessie van een problematische vordering; non-conform?

HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1101

(i) Partijen kunnen nader zijn overeengekomen in welke gevallen sprake is van ‘niet aan de overeenkomst beantwoorden’ in de zin van art. 7:17 BW. Of dat het geval is, is een kwestie van uitleg van de overeenkomst.

(ii) Art. 7:15 BW heeft geen betrekking op het niet of moeilijk incasseerbaar zijn van een overgedragen vordering als gevolg van (gehele of gedeeltelijke) nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst waaruit die vordering voortvloeit. Een dergelijke eigenschap van een overgedragen vordering is geen bijzondere last of beperking in de zin van art. 7:15 BW.  Lees meer…

Archief