Selecteer een pagina
Geen slaafse nabootsing Dr. Martens-schoen door Van Haren

Geen slaafse nabootsing Dr. Martens-schoen door Van Haren

HR 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1503 (Airwair / Van Haren)

Deze cassatieprocedure tussen Airwair en Van Haren ging over vermeende nabootsing van Dr. Martens schoenen. Wordt een soort product, een productlijn, stijl of collectie beschermd onder het leerstuk van slaafse nabootsing? Moet bij slaafse nabootsing altijd een één-op-één vergelijking worden gemaakt tussen het nagebootste product en de vermeende nabootsing van dat product? Sikke Kingma bespreekt in drie minuten de conclusie van de advocaat-generaal en de uitspraak van de Hoge Raad.

 

Bevat het CMR een regel van bewijslastverdeling over de vraag of tijdens het vervoer aangetroffen goederen dezelfde zijn als die door de afzender zijn meegegeven?

Bevat het CMR een regel van bewijslastverdeling over de vraag of tijdens het vervoer aangetroffen goederen dezelfde zijn als die door de afzender zijn meegegeven?

HR 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1222

Het CMR bevat geen regel van bewijslastverdeling met betrekking tot vraag of tijdens het vervoer door de douane aangetroffen goederen dezelfde zijn als de door de afzender aan de vervoerder meegegeven goederen.   Lees meer…

Eigen schuld en schadebeperking bij ‘freezing orders’

Eigen schuld en schadebeperking bij ‘freezing orders’

HR 14 oktober 2022 ECLI:NL:HR:2022:1444 (Promneftstroy / Yukos International)

Het is onder omstandigheden niet uitgesloten dat degene ten laste van wie een maatregel als een freezing order wordt afgedwongen, zijn aanspraak op schadevergoeding verliest als gevolg van eigen schuld. Dit kan het geval zijn als de schade had kunnen en moeten worden voorkomen door het treffen van een voorziening in overleg met degene die de maatregel afdwingt. Lees meer…

Cassatievlog #035 | Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

Cassatievlog #035 | Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

HR 14 oktober 2022 (Zilveren Kruis/IPGGZ) ECLI:NL:HR:2022:1456

 

Dit vlog gaat over vertegenwoordiging. Bij vertegenwoordiging gaat een tussenpersoon een rechtshandeling aan namens iemand anders. Ook bij onbevoegde vertegenwoordiging is de vertegenwoordigde partij gebonden aan de rechtshandeling, als de wederpartij mocht vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Daarover ging het arrest van de Hoge Raad van 14 oktober jl., dat Paul Tanja in dit vlog bespreekt.

 

 

Het bestaan van vergoedingsrechten bij ‘alsof’-bedingen in huwelijkse voorwaarden

Het bestaan van vergoedingsrechten bij ‘alsof’-bedingen in huwelijkse voorwaarden

HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1389

Of partijen met een ‘alsof’-beding in hun huwelijkse voorwaarden niet alleen een methode van verrekening naar analogie van de gemeenschap van goederen zijn overeengekomen, maar ook de mogelijkheid van vergoedingsrechten alsof tijdens het huwelijk gemeenschap van goederen heeft bestaan, is een kwestie van uitleg van de huwelijkse voorwaarden. Voor deze uitleg kan van belang zijn wat partijen met betrekking tot de berekening van de verrekenvordering zijn overeengekomen en of zij naast het ‘alsof’-beding regelingen hebben getroffen voor het ontstaan van vergoedingsrechten, zoals voor de kosten van de huishouding. Lees meer…

Cassatievlog #034 | Regeling van de aanzegvergoeding mag niet buiten toepassing worden gelaten

Cassatievlog #034 | Regeling van de aanzegvergoeding mag niet buiten toepassing worden gelaten

HR 7 oktober 2022 ECLI:NL:HR:2022:1374 (Maxs NL B.V. / werknemer)

In dit vlog bespreekt Ruben de Graaff een arrest van de Hoge Raad over de aanzegvergoeding. Dat is de vergoeding die de werkgever moet betalen als hij de werknemer niet (tijdig) schriftelijk informeert over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Wat nu als de werknemer hierover tijdig mondeling is geïnformeerd en daarvan geen nadeel heeft ondervonden? Moet de werkgever ook dan de aanzegvergoeding betalen?

 

 

Alimentatie: het schriftelijkheidsvereiste bij een niet-wijzigingsbeding en inkomensvermindering door ouderschapsverlof

Alimentatie: het schriftelijkheidsvereiste bij een niet-wijzigingsbeding en inkomensvermindering door ouderschapsverlof

HR 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1493

(i) Om te voldoen aan het vereiste van art. 1:159 lid 1 BW dat een niet-wijzigingsbeding met betrekking tot partneralimentatie schriftelijk moet zijn gemaakt, is niet steeds noodzakelijk dat het niet-wijzigingsbeding is opgenomen in een geschrift dat door beide partijen is ondertekend.
(ii) Het hangt van de omstandigheden van het geval af of, en in hoeverre, bij het vaststellen van kinderalimentatie rekening dient te worden gehouden met inkomensvermindering die het gevolg is van het opnemen van ouderschapsverlof.  Lees meer…

Herroeping en vernietiging wegens bedrog in arbitrage

Herroeping en vernietiging wegens bedrog in arbitrage

HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1332

Herroeping van een arbitraal vonnis op grond van bedrog is alleen mogelijk als het bedrog na de arbitrale procedure is ontdekt. Herroeping is niet aan de orde als het bedrog tijdens de arbitrage is ontdekt en dat in de arbitrale procedure aan de orde had kunnen worden gesteld. Als een arbitraal vonnis tot stand is gekomen onder invloed van bedrog, kan het vonnis ook vernietigbaar zijn wegens strijd is met de openbare orde. Ook hiervoor geldt dat een partij het daaraan ten grondslag liggende bedrog indien mogelijk in de arbitrale procedure aan de orde moet stellen. Lees meer…

Cassatievlog #033 | Het stellen van een advocaat in hoger beroep

Cassatievlog #033 | Het stellen van een advocaat in hoger beroep

Hoge Raad 7 oktober 2022 (Depra c.s. / OLB) ECLI:NL:HR:2022:1387  

Is de appellant die alleen in de appeldagvaarding (en niet op de rol) een advocaat stelt op juiste wijze in hoger beroep verschenen? Als appellant niet tijdig advocaat stelt en in de gelegenheid wordt gesteld om dat verzuim te herstellen, kan het hof dan volstaan met de aantekening op de rol dat appellant deze gelegenheid wordt geboden? In dit Cassatievlog bespreekt Maartje Möhring in drie minuten het arrest van de Hoge Raad waarin antwoord wordt gegeven op deze vragen.

 

Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid bij zorginkoop

Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid bij zorginkoop

HR 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1456

In deze zaak over zorginkoop bevestigt de Hoge Raad eerdere rechtspraak over toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Voor toerekening kan plaats zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen en waaruit naar verkeersopvattingen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Van zodanige feiten en omstandigheden kan ook sprake zijn ingeval van een niet-doen, waaronder het laten voortbestaan van een bepaalde situatie. Lees meer…

Archief