HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:318 (huurder/De Goede Woning)

Het hof heeft vastgesteld dat de appeldagvaarding tijdig bij het hof is ingediend. Op een dergelijk geval ziet art. 125 lid 5 Rv niet.

Achtergrond van het geding

In deze procedure vordert De Goede Woning (hierna: de verhuurder) onder andere een machtiging om werkzaamheden uit te voeren in de meterkast en in de woning van de huurder. De kantonrechter heeft deze vordering toegewezen.

Het geding in hoger beroep

Op 14 december 2022 heeft de huurder een appeldagvaarding uitgebracht. In deze appeldagvaarding had de huurder 28 maart 2023 aangezegd als eerste roldatum. Vervolgens heeft de huurder de appeldagvaarding op 27 maart 2023 ingediend bij de griffie van het hof. Op 28 maart 2023 vóór 10.00 uur heeft de huurder een H4-formulier ‘Verzoek intrekken nieuwe zaak voor eerstdienende dag’ ingediend.

Na de intrekking heeft de huurder op 11 april 2023 een exploot uitgebracht waarbij de verhuurder is gedagvaard tegen de roldatum 26 september 2023. In het exploot stond vermeld dat de dagvaarding van 14 december 2022 niet was aangebracht bij het hof en dat de huurder dit verzuim wenste te herstellen.

Het hof oordeelde dat het exploot van 11 april 2023 geen herstelexploot was in de zin van art. 125 lid 5 Rv. Nu de appeldagvaarding van 14 december 2022 tijdig en correct was ingediend bij de griffie van het hof, was volgens het hof art. 125 lid 5 Rv niet van toepassing, ondanks het feit dat de appeldagvaarding later dus weer was ingetrokken. Het exploot van 11 april 2023 moest volgens het hof dan ook gezien worden als een nieuwe, tardieve appeldagvaarding. Het hof heeft de huurder niet-ontvankelijk verklaard.

Het geding in cassatie

In cassatie klaagt de huurder onder andere dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, omdat uit het H4-formulier en uit het mailbericht waarmee zijn advocaat dit formulier aan de advocaat van de verhuurder stuurde zou blijken dat de huurder de aanbrenging van de zaak ongedaan had gemaakt en niet had ingetrokken. De huurder klaagt verder dat het hof het exploot van 11 april 2023 ten onrechte niet als een herstelexploot in de zin van art. 125 lid 5 Rv heeft aangemerkt.

De klachten falen. Art. 125 lid 5 Rv (ingevolge art. 353 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing in hoger beroep) bestrijkt volgens de Hoge Raad het geval waarin is verzuimd om het exploot van de dagvaarding tijdig ter griffie in te dienen en het geval waarin is gedagvaard tegen een dag of uur waarop de rechter geen zitting houdt. Art. 125 lid 5 Rv ziet niet op een geval waarin de appeldagvaarding tijdig bij het hof is ingediend. Het hof heeft vastgesteld dat dit hier juist wel is gebeurd. Het oordeel dat het exploot van 11 april 2023 niet kan worden beschouwd als een herstelexploot ex art. 125 lid 5 Rv is dan ook juist, aldus de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, conform de conclusie van A-G Van Peursem.

Share This

Cassatieblog.nl