Arubaanse zaak. Een vordering die ertoe strekt dat de belastinginspecteur de bij een belastingaanslag opgelegde boete in onvoldoende mate heeft verminderd, stuit niet af op de leer van de formele rechtskracht, als de hoogste bestuursrechter zich onbevoegd heeft verklaard over de ambtshalve vermindering van de aanslag te oordelen. Dat de oorspronkelijke aanslag inmiddels formele rechtskracht heeft gekregen, maakt dat niet anders. (meer…)
Dossier: Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES)
HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:272
Curaçaose zaak. Gelet op de in cassatie overgelegde stukken acht de Hoge Raad voldoende aannemelijk dat het griffierecht voor het hoger beroep was voldaan. De door het hof uitgesproken vervallenverklaring wegens niet-tijdige betaling wordt vernietigd. (meer…)
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:214 (New India/Verweerder)
De werking van de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep is in het procesrecht van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, en Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Caribische procesrecht) niet wezenlijk anders dan in Nederland. (meer…)
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:212 (X c.s./Arubags & More N.V.)
Naar Arubaans appelprocesrecht is de appelrechter bevoegd ambtshalve tot vernietiging van de bestreden uitspraak over te gaan, buiten de (eventueel aangevoerde) grieven om (vgl. art. 281a en art. 429q lid 6 RvA). Bij de uitoefening van deze bevoegdheid mag de appelrechter evenwel niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd treden. Hij mag evenmin handelen in strijd met het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor en partijen niet verrassen met een beslissing, waarmee zij, gelet op het processuele debat, geen rekening behoefden te houden. (meer…)
HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2048
Curaçaose zaak. Art. 6 van het Landsbesluit op het ter beschikking stellen arbeidskrachten (P.B. 1996, 139) is verbindend, nu het een wettelijke grondslag heeft in art. 8 van de Landsverordening op het ter beschikking stellen arbeidskrachten (P.B. 1989, 73). (meer…)
HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3751
Het hof heeft miskend dat de omstandigheden waaronder het watersportongeval (waarvoor de ouders van de bestuurder ingevolge art. 6:169 BW(NA) aansprakelijk zijn) plaatsvond, kunnen meebrengen dat de billijkheid een andere verdeling van de schade vereist. (meer…)