Dossier: Intellectuele-eigendomsrecht


HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2020:BV1301 (De Beeldbrigade/X) en ECLI:NL:HR:2020:BV1299 (X/Bell Microproducts)

Titel 7.1 BW is van toepassing op de aanschaf van standaardsoftware – op een gegevensdrager of via een download – voor een niet in tijdsduur beperkt gebruik tegen betaling van een bepaald bedrag. (meer…)

Conclusie AG 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0393 (Knooble/Staat)

In deze zaak, eerder besproken op Cassatieblog, is aan de orde of de door het Nederlands Normalisatie-instituut opgestelde normen (NEN-normen) voor gebouwen, onderdeel uitmaken van (overheids)regelgeving. In het Bouwbesluitwordt verwezen naar deze NEN-normen. A-G Langemeijer beantwoordt deze vraag ontkennend: NEN-normen zijn geen algemeen verbindende voorschriften. (meer…)

Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4915 (Leidseplein Beheer B.V./Red Bull GmbH)

Het begrip ‘geldige reden’ in de zin van art. 2.20 lid 1 sub c BVIE moet thans worden uitgelegd in overeenstemming met het begrip ‘geldige reden’ in de zin van art. 5 lid 2 Merkenrichtlijn. Het criterium zoals geformuleerd in het arrest Claeryn/Klarein mist volgens de Hoge Raad toepassing. De Hoge Raad stelt een prejudiciële vraag over de invulling van het begrip ‘geldige reden’. (meer…)

HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7244 (Bach Flower Remedies ltd./Healing Herbs ltd.)

Voor de beoordeling van het onderscheidend vermogen van een ingeschreven merk moet de feitelijke situatie ten tijde van het depot in aanmerking worden genomen, maar met toepassing van het recht dat geldt op het moment van beoordeling. Verder kunnen niet alleen woordmerken, maar ook beeldmerken vervallen wanneer zij ieder onderscheidend vermogen hebben verloren. (meer…)

HR 23 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT8460 (Trianon/Revillon)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de betekenis van de merkenrechtelijke nietigheidsgrond dat het ingeschreven teken bestaat uit “een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft”. Gaat om het geven van de wezenlijke waarde aan de waar of slechts om een wezenlijke waarde? Gaat het daarbij om de motieven van het publiek bij zijn aankoopbeslissing? En zo ja, kunnen de motieven van een deel van het publiek dan al doorslaggevend zijn en hoe groot moet dat deel dan zijn? (meer…)

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR3059 (MAG/Edco)

De bewijslast voor het in het concrete geval bestaan van auteursrechtelijke bescherming in het land van oorsprong in het kader van de reciprociteitsbepaling van art. 2 lid 7 Berner Conventie ligt op de partij die zich op het auteursrecht beroept. Verder stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen over het overgangsrecht bij een wijziging van de BTMW (oud) met betrekking tot de samenloop van modellenrecht en slaafse nabootsing. (meer…)

Cassatieblog.nl