Dossier: Verbintenissenrecht


HR 8 september 2017 ECLI:NL:HR:2017:2275

Indien een beding van een huurovereenkomst aan schending van een contractueel verbod op onderverhuur twee rechtsgevolgen verbindt, te weten de verbeurte van een forfaitaire boete en de verplichting tot afdracht van onderhuurpenningen, dient de rechter te onderzoeken of het cumulatieve effect van deze rechtsgevolgen ertoe leidt dat sprake is van een oneerlijk beding als bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG. (meer…)

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356

Het risicobeginsel bij onbevoegde vertegenwoordiging gaat niet zo ver dat het vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid uitsluitend op verklaringen of gedragingen van een onbevoegde vertegenwoordiger kan worden gebaseerd. Hetzelfde geldt ten aanzien van verklaringen en gedragingen die slechts kunnen worden toegerekend aan een bij het opstellen van een akte betrokken notaris. (meer…)

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1270 (Nanada/Golden Earring)

Hoewel art. 25e Auteurswet in de onderhavige zaak niet van toepassing is, moet in het licht van de uit de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel blijkende maatschappelijke opvattingen worden aanvaard dat, gelet op de aard en strekking van een exploitatieovereenkomst als de onderhavige, voor opzegging in beginsel een voldoende zwaarwegende grond nodig is. Dit vereiste verliest echter aan gewicht naarmate een exploitatieovereenkomst langere tijd heeft geduurd en investeringen kunnen zijn terugverdiend. (meer…)

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1355

Nadat een overeenkomst is aangegaan staat het een contractspartij niet onder alle omstandigheden vrij belangen van derden bij een behoorlijke nakoming van de overeenkomst te verwaarlozen. Bepalend is of de aangesproken partij haar verklaringen en gedragingen ter zake van de overeenkomst waarbij zij partij is mede diende te laten bepalen door de belangen van de betrokken derde. Niet is dus mede vereist dat de aangesproken partij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst waarbij zij partij is en waarmee de belangen van die derde verbonden zijn. (meer…)

HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1186

De bruiklener dient de geleende zaak bij het einde van de bruikleen in beginsel terug te geven in de staat waarin hij deze zaak ontvangen heeft. Is hij daartoe niet in staat, maar heeft hij wel de zorg van een ‘goed huisvader’ in acht genomen, dan is sprake van een niet-toerekenbare tekortkoming. De bruiklener is dan niet aansprakelijk voor slijtage, beschadiging of verlies van de zaak. (meer…)

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1142

De Hoge Raad laat het oordeel van het hof waarin een redelijke prijs is bepaald voor verrichte werkzaamheden in stand. De Hoge Raad laat zich daarbij uit over de eisen die in dit geval aan de inzichtelijkheid van het deskundigenbericht konden worden gesteld en over strijdigheid met een goede procesorde doordat eiser in zekere zin terugkwam op zijn instemming met de vraagstelling van het deskundigenbericht. (meer…)

Cassatieblog.nl