Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

BW art. 3:61 lid 2

Schijn van volmachtverlening: risicobeginsel niet van toepassing wanneer verklaringen en gedragingen slechts zijn toe te rekenen aan een derde

CB 2017-142 Geplaatst op 26 jul 2017 door

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1356

Het risicobeginsel bij onbevoegde vertegenwoordiging gaat niet zo ver dat het vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid uitsluitend op verklaringen of gedragingen van een onbevoegde vertegenwoordiger kan worden gebaseerd. Hetzelfde geldt ten aanzien van verklaringen en gedragingen die slechts kunnen worden toegerekend aan een bij het opstellen van een akte betrokken notaris. Lees verder >

Het risicobeginsel bij onbevoegde vertegenwoordiging door een advocaat

CB 2017-23 Geplaatst op 14 feb 2017 door

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142 en ECLI:NL:HR:2017:143 [1]

Het risicobeginsel bij onbevoegde vertegenwoordiging gaat niet zo ver dat het vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid uitsluitend op verklaringen of gedragingen van de onbevoegde vertegenwoordiger kan worden gebaseerd. Dit geldt ook bij vertegenwoordiging door een advocaat. Lees verder >

Terzijdestelling wettelijke regeling verval van instantie mogelijk?

CB 2015-14 Geplaatst op 28 jan 2015 door

HR 23 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:112 (Bera/ING)

Uit ’s hofs weergave van de door partijen gemaakte procesafspraak volgt niet dat partijen hebben afgesproken dat bij uitblijven van de proceshandeling binnen de afgesproken termijn, de instantie vervallen zou worden verklaard zonder dat daartoe de procedure van art. 251 Rv behoefde te worden gevolgd. Daarom kan in het midden blijven of de regeling van art. 251 Rv terzijde kan worden gesteld. Lees verder >