Dossier: Vermogensrecht algemeen


HR 23 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:428

Art. 3:43 lid 1, aanhef en onder a, en slot, Bw bedreigt met nietigheid rechtshandelingen die strekken tot verkrijging door (onder meer) advocaten van goederen waarover een geding aanhangig is voor het gerecht onder welks rechtsgebied zij hun bediening uitoefenen. Deze bepaling is slechts van toepassing indien over de betrokken goederen een geding aanhangig is in de zin van art. 125 lid 1 Rv, dat wil zeggen vanaf de dag van de dagvaarding, dan wel, in geval van digitaal procederen, de dag waarop de procesinleiding is ingediend. (meer…)

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:1 en ECLI:NL:HR:2018:12 (Chemours/Stedin)

1) Uit de parlementaire geschiedenis van art. 5:20 lid 2 BW volgt dat de vraag wat behoort tot een net waarvan een definitie in een bijzondere wet is opgenomen, dient te worden beantwoord aan de hand van die definitie in die bijzondere wet. Deze definitie geeft in zoverre uitdrukking aan de heersende verkeersopvatting betreffende de vraag wat als bestanddeel van een net aangemerkt moet worden. De eigenaar van een net heeft een rechtens te respecteren belang bij de vestiging van een opstalrecht voor bestanddelen van dit net om het aan art. 5:21 BW ontleende exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar van de grond te doorbreken.
2) Indien bestuursrechtelijke procedures leiden tot besluiten met formele rechtskracht, dient de burgerlijke rechter weliswaar uit te gaan van de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van die besluiten, maar is hij niet gebonden aan de inhoudelijke overwegingen die aan de besluiten ten grondslag zijn gelegd.

(meer…)

HR 22 december 2017 ECLI:NL:HR:2017:3262

Rekening en verantwoording door bewindvoerder meerderjarigenbewind dient na overlijden onderbewindgestelde te worden afgelegd aan diens erfgenamen, ten overstaan van de kantonrechter. Toepasselijkheid art. 236 Rv. Sanctie art. 3:194 lid 2 BW vereist geen benadelingsoogmerk. (meer…)

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1268

De hier te bespreken zaak speelt zich af op het landgoed Park Oud Wassenaar, een particulier landgoed waarop zich (onder meer) het Kasteel Oud-Wassenaar en een viertal appartementsgebouwen met in totaal 60 appartementen bevinden. Het park en het kasteel waren sinds 1924 in eigendom van de familie van X. Medio 1975 werd het park rondom het kasteel door X in eigendom overgedragen aan een projectontwikkelaar, die daarop de appartementsgebouwen heeft gebouwd. Het kasteel zelf behoort sinds 1987 in eigendom toe aan de Monumentenstichting Kasteel Oud-Wassenaar (verweerster in cassatie sub 1). (meer…)

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139

De op naam van een Stichting beheer derdengelden advocatuur staande bankrekening kan worden aangemerkt als een kwaliteitsrekening. Deze Stichting is bij uitsluiting bevoegd is tot beheer en beschikking over de kwaliteitsrekening. In de aard van een kwaliteitsrekening ligt besloten dat de Stichting zich tegenover een rechthebbende niet kan beroepen op verjaring van een vordering tot uitbetaling van diens aandeel. (meer…)

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:565

Voor toepassing van artikel 3:194 lid 2 BW is niet voldoende dat de deelgenoot die een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt (niet wist maar) behoorde te weten dat dit goed tot de gemeenschap behoort. De sanctie vervalt niet nadat de desbetreffende deelgenoot tot inkeer is gekomen, omstandigheden die een beroep op beperkende werking van redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen daargelaten. (meer…)