Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

mei, 2015

Vervreemding van aandeel in gedeelte van een gemeenschappelijk stuk grond; toestemming deelgenoten vereist?

CB 2015-89 Geplaatst op 28 mei 2015 door

HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1297

Beschikking over een onverdeeld aandeel in een gedeelte van een gemeenschappelijk stuk grond is niet mogelijk zonder dat dit gedeelte door aanwijzing wordt geïndividualiseerd. Nu die aanwijzing in casu niet heeft plaatsgevonden, waren de mede-eigenaren niet bevoegd tot vervreemding van hun onverdeelde aandeel in het gedeelte van de gemeenschappelijke grond zonder instemming van alle deelgenoten. Lees verder >

De aanhangigheid van het geding na twee opeenvolgende herstelexploten

CB 2015-88 Geplaatst op 28 mei 2015 door

HR 10 april 2014, ECLI:NL:HR:2015:927

De aanhangigheid van het geding (125 lid 5 Rv) vervalt niet indien (1) de (appel)dagvaarding oproept te verschijnen tegen een foutieve verschijndag, (2) het exploot waarmee deze omissie werd hersteld niet tijdig is aangebracht, maar (3) een tweede – rechtsgeldig – herstelexploot is uitgebracht binnen twee weken na de oorspronkelijk aangezegde (foutieve) verschijndag. Lees verder >

Arbitraal tussenvonnis: bindende eindbeslissing of gezag van gewijsde?

CB 2015-87 Geplaatst op 26 mei 2015 door

HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1272 (BAe/Modsaf)

Het hof heeft de overwegingen van het scheidsgerecht aldus uitgelegd, dat partijen niet het gezag van gewijsde van het arbitrale tussenvonnis ter discussie wilden stellen. De klacht dat het hof heeft miskend dat arbiters de opdracht hebben geschonden (in de zin van art. 1065 lid 1 sub c (oud) Rv) door ten onrechte gezag van gewijsde toe te kennen aan het arbitrale tussenvonnis mist dus feitelijke grondslag. Lees verder >

Rechterlijke afstemming: de kortgedingrechter versus de civiele bodemrechter en de bestuursrechter

CB 2015-86 Geplaatst op 21 mei 2015 door

HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128 (Staat der Nederlanden / verweerder)

1. De rechter die in kort geding moet beslissen op een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening nadat de bodemrechter reeds een uitspraak in de hoofdzaak heeft gedaan, dient zijn uitspraak in beginsel af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, ook al is er een rechtsmiddel tegen die uitspraak ingesteld (afstemmingsregel) 2.Het vorenstaande geldt in beginsel ook indien de rechtmatigheid van een bestuursbesluit door de bestuursrechter is beoordeeld (formele rechtskracht). 3. De civiele (kort geding) rechter is bij de beoordeling van een geschilpunt dat niet de geldigheid van het besluit betreft echter niet gebonden aan de inhoudelijke overwegingen van de bestuursrechter. Lees verder >

Ingangsdatum wettelijk rente bij effectenlease

CB 2015-85 Geplaatst op 21 mei 2015 door

HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1198 (Dexia / verweerder)

Prejudiciële beslissing in effectenleasezaak: wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg, bestaande uit termijnbetalingen en eventuele aflossingen (minus dividenduitkeringen), is verschuldigd telkens vanaf het moment waarop een desbetreffend gedeelte van de inleg daadwerkelijk is voldaan.  Lees verder >

Geen heroverweging bindende eindbeslissing in geval van strijd met tweeconclusieregel

CB 2015-84 Geplaatst op 13 mei 2015 door

HR 8 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1224

Een verweer van een geïntimeerde dat ertoe strekt dat het hof terugkomt van een bindende eindbeslissing die is gegeven na en op basis van een afbakening van de grenzen van de rechtsstrijd in de memories van grieven en van antwoord, is in strijd met de tweeconclusieregel, ook indien het verweer niet kwalificeert als nieuwe grief. Lees verder >

SNS: Hoge Raad geeft uitgangspunten voor schadeloosstelling bij onteigening ex art. 6:8-10 Wft

CB 2015-83 Geplaatst op 07 mei 2015 door

HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:661 (Minister van Financiën / Vereniging VEB NCVB, Stichting Beheer SNS Reaal e.a.)

(1) Mede gelet op het duale stelsel van rechtsbescherming van de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn de overwegingen in een uitspraak van de ABRvS over de rechtmatigheid van een onteigeningsbesluit niet bindend voor de Ondernemingskamer in de schadeloosstellingsprocedure. (2) Bij het bepalen van de schadeloosstelling op de voet van art. 6:8 en 6:9 Wft is het peilmoment het tijdstip van de onteigening en dienen alle relevante feiten en omstandigheden op het peiltijdstip in aanmerking te worden genomen, ook die welke niet algemeen bekend waren; de beurskoers is daarbij (hooguit) een mede in aanmerking te nemen omstandigheid. Lees verder >

Schorsende werking van verzet (art. 17 Invorderingswet) kan alleen door rechterlijke beslissing worden ontnomen

CB 2015-82 Geplaatst op 07 mei 2015 door

HR 1 mei maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:1188 (Van As q.q. / Ontvanger)

Alleen door een rechterlijke beslissing kan, in geval van misbruik van bevoegdheid, de schorsende werking aan het verzet van art. 17 lid 2 Invorderingswet worden ontnomen. Lees verder >

Buitenlandse arbitrage en het asymmetrische rechtsmiddelenverbod in de exequaturprocedure

CB 2015-81 Geplaatst op 07 mei 2015 door

HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1194 (Çukurova/Sonera)

Het asymmetrische rechtsmiddelenverbod bij de exequaturprocedure betreffende arbitrale vonnissen geldt ook bij buitenlandse arbitrale vonnissen, tenzij zich een doorbrekingsgrond voordoet of de asymmetrie tot schending van art. 6 EVRM leidt. Van schending van art. 6 EVRM is geen sprake als weliswaar geen rechtsmiddel tegen het verlof openstaat, maar in het land van arbitrage wel een vernietigingsprocedure openstaat (HR 25 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1679). Hebben partijen afstand gedaan van die vernietigingsmogelijkheid door de overheidsrechter, dan levert handhaving van het asymmetrische verbod geen schending van art. 6 EVRM op. Lees verder >

Visser/Avéro-regel geldt niet bij cumulatieve verwijzing naar twee sets algemene voorwaarden

CB 2015-80 Geplaatst op 07 mei 2015 door

HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1125 (ForFarmers B.V. / verweerster)

In geval van (cumulatieve) toepasselijkheid van twee sets algemene voorwaarden waarin onderling onverenigbare bedingen voorkomen, is géén sprake van een situatie als in het Visser/Avéro-arrest (waarbij immers sprake was van alternatieve verwijzing naar twee sets algemene voorwaarden), maar dient door middel van uitleg te worden vastgesteld welke van die bedingen prevaleert. Hierbij kan de rechter onder meer gewicht toekennen aan de wijze waarop de betreffende bedingen in de overeenkomst zijn vermeld of zijn geïncorporeerd (HR 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5538). Lees verder >

Pagina 1 van 212