Dossier: Europees recht


HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236 (Lindorff/A)

(1) Art. 7:61 lid 2 BW en 7A:1576 lid 2 BW vereisen dat bij een telefoonabonnement inclusief toestel in de overeenkomst de door de consument te betalen koopprijs voor de mobiele telefoon afzonderlijk wordt bepaald. (2) De rechter dient ambtshalve te beoordelen of aan deze voorwaarde is voldaan, en kan zo nodig ook ambtshalve de overeenkomst vernietigen of oordelen dat deze geen rechtsgevolg heeft. (3) In geval van een nietige of vernietigde overeenkomst mag de consument in beginsel volstaan met teruggave van het toestel in de staat waarin dit zich op het moment van de teruggave bevindt, zonder een gebruiksvergoeding verschuldigd te zijn. (meer…)

 HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3627

Voorzichtigheid is geboden bij het inlezen van rechtsopvattingen in EHRM-arresten waarin in een vergelijkbare kwestie een schending van art. 10 EVRM is aangenomen: het kan zijn dat de uitspraken van de nationale rechter in die zaken slechts onvoldoende waren gemotiveerd. (meer…)

HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3394 (Hauck / Stokke II)

Het hof na verwijzing moet alsnog onderzoeken of de Tripp Trapp-stoel een teken is dat geen merkenrechtelijke bescherming geniet op grond van de uitsluitingsgronden van art. 3, lid 1, sub e Merkenrichtlijn, hetzij op de ene grond, hetzij op de andere grond, hetzij volledig op elk van beide gronden. (meer…)

HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3307

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU: (1) doen de beheerders van een torrent index website een ‘mededeling aan het publiek’, ook al zijn op de website geen beschermde werken aanwezig en (2) zo nee, bieden Europese richtlijnen dan toch een grondslag voor een bevel tot blokkade van een dergelijke site door internetproviders? (meer…)

HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB / Novisem)

(1) Gelet op de strekking van art. 6 Handhavingsrichtlijn is aan het vereiste van het bestaan van een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 1019a Rv jo. art. 843a Rv niet reeds voldaan indien (dreigende) inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is gesteld. Degene die exhibitie vordert dient zodanig feiten en omstandigheden te stellen én met reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat een inbreuk is of dreigt te worden gemaakt.

(2) Van ’te koop aanbieden’ in de zin van art. 57 jo. art. 1, aanhef en onder g Zaaizaad- en plantgoedwet (ZPW) is ook sprake indien het aanbod plaatsvindt onder het voorbehoud dat levering, in verband met nog geldende kwekersrechten, nog niet mogelijk is. (meer…)

HR 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1727 (Staat / Essent),  ECLI:NL:HR:2015:1728 (Staat / Eneco) en ECLI:NL:HR:2015:1729 (Staat / Delta)

De uit de Splitsingswet voortvloeiende belemmeringen van het vrije verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU) zijn geschikt en noodzakelijk om de daarmee nagestreefde doelen (m.n. onafhankelijk netbeheer) te verwezenlijken. Er is ook geen sprake van strijd met het recht op vrije vestiging (art. 49 VWEU). In de zaken van Eneco en Delta zal het verwijzingshof het beroep op art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM moeten beoordelen. In de zaak van Essent maakte die grondslag geen onderdeel uit van de rechtsstrijd in hoger beroep. (meer…)

Cassatieblog.nl