De lijst van lopende zaken vermeldt weer zes nieuwe zaken waarin prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) de geldigheid van een beding dat verhaal van een bestuursrechtelijke boete mogelijk maakt, (2) de aansprakelijkheid voor dieren jegens medebezitters, (3) de proceskostenveroordeling na intrekking van een kort geding in een IE-kwestie, (4) de exhibitieplicht in IE-zaken en (5) de forfaitaire verhuiskostenvergoeding bij renovatie van huurwoningen. Verder (6) komt er een sequeel op de prejudiciële procedure over het telefoonabonnement met “gratis” toestel (vgl. CB 2014-133). (meer…)
Dossier: Intellectuele-eigendomsrecht
HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB / Novisem)
(1) Gelet op de strekking van art. 6 Handhavingsrichtlijn is aan het vereiste van het bestaan van een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 1019a Rv jo. art. 843a Rv niet reeds voldaan indien (dreigende) inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is gesteld. Degene die exhibitie vordert dient zodanig feiten en omstandigheden te stellen én met reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat een inbreuk is of dreigt te worden gemaakt.
(2) Van ’te koop aanbieden’ in de zin van art. 57 jo. art. 1, aanhef en onder g Zaaizaad- en plantgoedwet (ZPW) is ook sprake indien het aanbod plaatsvindt onder het voorbehoud dat levering, in verband met nog geldende kwekersrechten, nog niet mogelijk is. (meer…)
Conclusie PG 29 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:729
Advocaat-generaal Van Peursem heeft de Hoge Raad geadviseerd om in de zaak waarin Stichting BREIN van internetproviders XS4ALL en Ziggo vordert de website The Pirate Bay te blokkeren, vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. (meer…)
HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1200 (Stokke/Hauck II)
De beoordeling van de auteursrechtelijke beschermingsomvang van een werk en van de vraag of daarop door een ander werk inbreuk wordt gemaakt, is in hoge mate feitelijk van aard en daardoor slechts in (zeer) beperkte mate vatbaar voor toetsing in cassatie. (meer…)
HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1063 (Simba/Hasbro)
1. De uitzondering die art. 36 VWEU ter bescherming van IE-rechten aanbrengt op het verbod op invoer- en uitvoerbeperkingen tussen EU-lidstaten, geldt ook bij IE-rechten die (slechts) tot op zekere hoogte Europees geharmoniseerd zijn, zoals het auteursrecht en het merkenrecht.
2. Het recht betreffende slaafse nabootsing is niet geharmoniseerd in de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken.
HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:841 (GS Media/Sanoma c.s.)
(1) De Hoge Raad stelt vragen aan het HvJEU over of en wanneer hyperlinken naar content die niet door de rechthebbende op internet is geplaatst, auteursrechtinbreuk oplevert. Is relevant of de content al eerder is gepubliceerd? Is relevant of de content moeilijk vindbaar is? Doet de goede trouw van de hyperlinker ertoe?
(2) Of de uitingsvrijheid in een conreet geval prevaleert boven het auteursrecht, hangt af van de omstandigheden van het geval. Het belang bij een commerciële publicatie weegt in beginsel minder zwaar dan wanneer het een publicatie van algemeen maatschappelijk belang betreft. (meer…)