Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Internationaal publiekrecht

Bilateraal investeringsverdrag tussen Ecuador en VS is “recht van vreemde staten” als bedoeld in art. 79 lid 1 RO

CB 2014-147 Geplaatst op 02 okt 2014 door

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837 (Republiek Ecuador/Chevron en TexPet)

Het bilateraal investeringsverdrag moet gelet op de parlementaire geschiedenis van art. 79 RO worden aangemerkt als “recht van vreemde staten” als bedoeld in art. 79 lid 1, aanhef en onder b RO. Het gaat hier immers om internationaal publiekrecht dat niet geldt in de Nederlandse rechtsorde. Hieruit volgt dat oordelen van het hof omtrent de inhoud en uitleg van het BIT (Bilateral Investment Treaty) in cassatie niet op juistheid kunnen worden onderzocht. Lees verder >

Civielrechtelijke toetsing uitlevering bij gestelde foltering door toedoen van functionarissen verzoekende staat

CB 2014-125 Geplaatst op 18 jul 2014 door

HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1680 (Staat/Verweerder)

Indien in een geding voor de burgerlijke rechter de opgeëiste persoon aanvoert dat hij door of mede door toedoen van functionarissen van de verzoekende staat is gefolterd in verband met de zaak waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd, kan op de Staat, indien de desbetreffende stellingen van de opgeëiste persoon voldoende klemmend en aannemelijk zijn, de verplichting rusten nader onderzoek te doen naar de juistheid daarvan. Lees verder >

Staat aansprakelijk voor dood van drie moslimmannen na val van Srebrenica

CB 2013-148 Geplaatst op 12 sep 2013 door

HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9225 (Staat/Nuhanovic) en ECLI:NL:HR:2013:BZ9228 (Staat/Mustafic c.s.)

Het internationale recht sluit niet uit dat een gedraging van een troepenmacht zowel wordt toegerekend aan de internationale organisatie die leiding geeft aan het militaire optreden, als aan de staat die de troepen aan die organisatie ter beschikking heeft gesteld. Voor toerekening aan de staat is effective control over de troepenmacht vereist. Het komt dan aan op de vraag of de staat feitelijke zeggenschap had over het specifieke gedrag, waarbij alle feitelijke omstandigheden en de bijzondere context van het geval in ogenschouw moeten worden genomen. Lees verder >

Beslag op tijdelijk leegstaand pand diplomatieke vertegenwoordiging Congo niet mogelijk

CB 2013-127 Geplaatst op 02 jul 2013 door

HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:45

Staatseigendommen met een publieke bestemming zijn niet vatbaar voor gedwongen executie. Daarbij is niet vereist dat de staatseigendommen daadwerkelijk worden gebruikt voor publieke doeleinden. Lees verder >

Sanctieregeling Iran maakt ongeoorloofd onderscheid

CB 2012-244 Geplaatst op 19 dec 2012 door

HR 14 december 2012, LJN BX8351 (Staat/X c.s.)

Resolutie 1737 van de VN-Veiligheidsraad, waarin onder meer een kennisembargo tegen “Iranian nationals” is uitgesproken, verplicht de Staat niet om bij de uitvoering daarvan onderscheid te maken tussen Iraanse en niet-Iraanse onderdanen. Niet aannemelijk is dat de Staat bij de uitvoering van resolutie 1737 in de Sanctieregeling Iran alles in het werk heeft gesteld om het maken van onderscheid tussen Iraanse en niet-Iraanse onderdanen te voorkomen. Lees verder >

VN heeft immuniteit voor vordering Moeders van Srebrenica

CB 2012-85 Geplaatst op 17 apr 2012 door

HR 13 april 2012, LJN BW1999 (Stichting Mothers of Srebrenica c.s./Staat en Verenigde Naties)

De immuniteit die aan de Verenigde Naties (VN) is verleend, is absoluut. Het handhaven daarvan behoort tot de verplichtingen van de leden van de VN die ingevolge art. 103 van het VN-Handvest in geval van strijdigheid voorrang hebben boven verplichtingen krachtens andere internationale overeenkomsten. Uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 3 februari 2012 volgt dat ook de bijzondere ernst van de verwijten die in dit geval aan de VN worden gemaakt (te weten het niet voorkomen van de genocide die na de val van de enclave Srebrenica door de Bosnische Serviërs is gepleegd), niet kan meebrengen dat aan de VN in deze procedure geen immuniteit toekomt. Lees verder >

Pagina 2 van 212