Dossier: Personen- en familierecht


HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2229

Ook voor het kindgebonden budget zoals dat vóór 2015 (invoering alleenstaande ouderkop) bestond, geldt dat dit niet wordt verdisconteerd in de behoeftebepaling van het kind, maar in de draagkrachtbepaling van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt (vgl. HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011, CB 2015-146). (meer…)

HR 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2046

Dit – met art. 81 RO verworpen – cassatieberoep is de eerste cassatieprocedure over de “aanvaardbaar te achten termijn” in art. 1:266, eerste lid, aanhef en onder a, BW, zoals dit artikel per 1 januari 2015 (inwerkingtreding van de Wet tot herziening van de maatregelen van kinderbescherming) luidt. Centraal staat de vraag hoe die termijn moet worden beoordeeld. In deze bijdrage wordt gewezen op twee belangwekkende elementen uit de conclusie van Advocaat-Generaal Keus. (meer…)

HR 26 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1290

De advocaat van de man is welbewust zonder zijn cliënten ter zitting  verschenen en heeft beoogd een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep ter zitting onmogelijk te maken. Het hof heeft op grond van misbruik van procesrecht kunnen beslissen de zaak zonder verdere mondelinge behandeling ter zitting af te doen. (meer…)

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1457

Een op art. 1:164 lid 1 BW (benadeling van de gemeenschap) gebaseerd verzoek in een echtscheidingsgeding kan worden behandeld als een verzoek tot het treffen van een nevenvoorziening in de zin van art. 827 lid 1 sub f Rv, tenzij de behandeling daarvan in het concrete geval tot onnodige vertraging van het geding zal leiden. (meer…)

HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1293

De maatstaf van HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9080 geldt ook voor aanspraken op periodieke uitkeringen – die na ontslag tot vervanging van inkomsten strekken – jegens een stamrecht-bv waarin een ontslagvergoeding is ingebracht. Bij beantwoording van de vraag of de hieruit voortvloeiende aanspraken  binnen of buiten de huwelijksgemeenschap vallen, is derhalve van belang of de aanspraken zien op de periode vóór of na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap. In het eerste geval vallen zij binnen en in het tweede geval buiten de huwelijksgemeenschap.  (meer…)

HR 30 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3196; HR 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3244 en HR 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:851.

De regel dat de moeder van het kind aan een andere man dan de verwekker slechts voorwaardelijk toestemming kan verlenen om het kind te erkennen indien de verwekker voordien een verzoek om vervangende toestemming bij de rechtbank heeft ingediend, geldt óók voor het geval de verwekker door middel van een brief van een advocaat aan de moeder (of aan haar advocaat) om toestemming tot erkenning heeft verzocht. Teneinde te voorkomen dat de situatie te lang ongewis blijft, dient de verwekker het verzoek om vervangende toestemming bij de rechtbank in te dienen uiterlijk drie maanden na de dag waarop de brief van de advocaat aan de moeder is verzonden. (meer…)

Cassatieblog.nl