Selecteer een pagina

Dossier: Personen- en familierecht


HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:942

Indien een kind is geboren uit een ten tijde van zijn geboorte polygaam huwelijk waaraan naderhand het polygame karakter is ontvallen, staat het stelsel van de Rijkswet op het Nederlanderschap eraan in de weg dat het kind ingevolge art. 3 lid 1 van de Rijkswet uitsluitend op grond van zijn afstamming op enig tijdstip van rechtswege het Nederlanderschap verkrijgt. (meer…)

HR 7 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:636

Het pensioenverweer van art. 1:153 lid 1 BW kan weliswaar voor het eerst in hoger beroep worden gevoerd door de oorspronkelijke verweerder (vgl. HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3448, NJ 2003/456), maar die regel geldt niet wanneer de oorspronkelijke verweerder ook zelf in eerste aanleg de echtscheiding heeft verzocht, zoals hier het geval is. (meer…)

HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867

Een vordering tot vernietiging van een aantal overeenkomsten op grond van misbruik van omstandigheden (art. 3:44 lid 4 BW) kan niet zonder meer worden toegewezen ten aanzien van alle door een onder bewind gestelde persoon gesloten koopovereenkomsten. Vereist is dat de wederpartij weet of moet begrijpen dat de persoon door de bijzondere omstandigheden tot het verrichten van de rechtshandeling wordt bewogen. (meer…)

HR 21 april 2017 ECLI:NL:HR:2017:766

De Hoge Raad bevestigt dat de maatstaf uit zijn eerdere rechtspraak over omgangsondertoezichtstelling ook na de wijziging van de wettelijke regeling geldt. Niet uitgesloten is dat met het ontbreken of het bestaan van een omgangsregeling aan de maatstaven voor ondertoezichtstelling is voldaan. Aan de motivering van de toewijzing van ondertoezichtstelling worden in een dergelijk geval wel hoge eisen gesteld. (meer…)

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:693

De afstorting dient zodanig plaats te vinden dat de aanspraken van partijen op het pensioen in beginsel (zoveel mogelijk) in dezelfde mate zijn verzekerd. Dit brengt met zich dat indien op het tijdstip van scheiding onvoldoende kapitaal aanwezig is om én het aandeel van de vereveningsgerechtigde af te storten, én voldoende kapitaal in de vennootschap achter te laten om de pensioenaanspraak van de vereveningsplichtige te dekken, het tekort in beginsel zal moeten worden gedeeld. (meer…)

Cassatieblog.nl