Selecteer een pagina

Dossier: Personen- en familierecht


Het overzicht van lopende zaken vermeldt vijf nieuwe civiele zaken (afgezien van 2 fiscaal-rechtelijke zaken) waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld.  De vragen zien op (1) is artikel 6 Bijzondere voorwaarden een  beding dat op grond van Richtlijn 93/13 als oneerlijk moet worden beschouwd, (2) de invoering van de Jeugdwet en de WMO 2015, (3) kan art. 2:18 BW over omzetting van rechtspersonen overeenkomstig worden toegepast ten aanzien van kerkgenootschappen, (4) erkenning van bigamie en (5) tijdstip aanvang van de tien-jaar-termijn: het materiele einde of het formele einde van de schuldsanering. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:157 en ECLI:NL:HR:2017:163.

Bij de verdeling van de draagkracht van een onderhoudsplichtige over kinderen uit twee relaties kan (een duidelijk verschil in) de behoefte van deze kinderen een rol spelen. Indien sprake is van in verschillende landen woonachtige kinderen kan ook een verschil in kosten van levensonderhoud tussen die landen van belang zijn voor het bepalen van de behoefte van die kinderen. Daarnaast is van belang of de nieuwe partner van de onderhoudsplichtige een eigen inkomen heeft, zodat deze dient bij te dragen aan de behoefte van de kinderen uit de relatie met de onderhoudsplichtige. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:158

Een minderjarige kan een verzoek om benoeming van een bijzondere curator (art. 1:250 BW) indienen zonder te worden vertegenwoordigd door een wettelijk vertegenwoordiger, maar kan tegen de afwijzing van zo’n informeel verzoek niet zonder de wettelijk verplichte rechtsbijstand van een advocaat een rechtsmiddel aanwenden. (meer…)

HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:234

Bij de vaststelling van de alimentatie voor jongmeerderjarigen (art. 1:392 jo. 1:395a BW) speelt behoeftigheid van de jongmeerderjarige geen rol. Het hof mocht derhalve geen gewicht toekennen aan de stelling dat de jongmeerderjarige vanaf 1 januari 2015 geheel in zijn eigen levenshoud kon voorzien. (meer…)

HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2229

Ook voor het kindgebonden budget zoals dat vóór 2015 (invoering alleenstaande ouderkop) bestond, geldt dat dit niet wordt verdisconteerd in de behoeftebepaling van het kind, maar in de draagkrachtbepaling van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt (vgl. HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011, CB 2015-146). (meer…)

HR 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2046

Dit – met art. 81 RO verworpen – cassatieberoep is de eerste cassatieprocedure over de “aanvaardbaar te achten termijn” in art. 1:266, eerste lid, aanhef en onder a, BW, zoals dit artikel per 1 januari 2015 (inwerkingtreding van de Wet tot herziening van de maatregelen van kinderbescherming) luidt. Centraal staat de vraag hoe die termijn moet worden beoordeeld. In deze bijdrage wordt gewezen op twee belangwekkende elementen uit de conclusie van Advocaat-Generaal Keus. (meer…)

Cassatieblog.nl