

Insolventieclausule in de zin van het arrest Aukema q.q./Uni-Invest rechtsgeldig en inroepbaar jegens huurder en derde
HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1244 (X / Romania Beheer B.V.)
Een beding dat de verhuurder aanspraak geeft op vergoeding van schade die het gevolg is van het faillissement van de huurder sorteert geen effect jegens de boedel, indien de curator de huurovereenkomst opzegt op de voet van art. 39 Fw; zie HR 14 januari 2011, NJ 2011/114 (Aukema q.q./UNI-Invest). Een dergelijk beding is in deze situatie niettemin rechtsgeldig en kan wel worden ingeroepen jegens de gefailleerde huurder zelf en jegens de derde die zich garant heeft gesteld. Een eventuele regresvordering van deze derde is echter niet verifieerbaar. Lees meer…

Wet Bopz – de onafhankelijkheid van de psychiater
HR 8 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1138
Het vereiste dat de geneeskundige verklaring is gebaseerd op onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater, verzet zich er niet tegen dat het onderzoek wordt verricht door een psychiater van de instelling waarin de patiënt reeds verblijft, mits deze psychiater niet bij de behandeling betrokken is of kort tevoren betrokken is geweest. Lees meer…

Akte niet-dienen na onttrekking of wisseling van advocaat
HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1259 en ECLI:NL:HR:2013:1245
1. In geval van onttrekking door een advocaat wordt de zaak in de stand waarin zij zich bevindt (dus inclusief een aanzegging partijperemptoir/akte niet-dienen) verwezen naar de roldatum gelegen op een termijn van twee weken later voor het stellen van een nieuwe advocaat.
2. In het geval van een advocaatwissel (“herroeping”) moet de rechter, als de opvolgend advocaat uitstel vraagt op de grond dat hij na overname van de behandeling van de zaak nog onvoldoende gelegenheid heeft gehad om de proceshandeling voor te bereiden waarvoor de zaak op de rol staat, op de voet van de algemene regels voor uitstel in beginsel een uitstel van twee weken verlenen. Lees meer…

Medezeggenschap en politiek primaat
HR 8 november 2012, ECLI:NL:HR:2013:1139 (Gemeente Amsterdam/Ondernemingsraad van de Gemeente Amsterdam)
Een besluit dat rechtstreeks betrekking heeft op het inrichten en vaststellen van de begroting en op de daarmee samenhangende terbeschikkingstelling van krediet is onmiskenbaar van dien aard dat het een politieke afweging vergt van de daaraan verbonden voor- en nadelen. Reeds daarom is sprake van een besluit als bedoeld in art. 46d, aanhef en onder b, WOR, dat van medezeggenschap ingevolge de WOR is uitgesloten. Lees meer…

Hof van Justitie EU: rechtsbijstandverzekeraar moet verzekerde in iedere procedure vrije advocaatkeuze bieden
HvJ EU 7 november 2013, C-442/12 (X/DAS Rechtsbijstand)
Een rechtsbijstandverzekeraar die in zijn verzekeringsovereenkomsten regelt dat rechtsbijstand in beginsel wordt verleend door zijn werknemers, mag niet tevens bedingen dat de kosten van rechtsbijstand van een door de verzekerde vrij gekozen advocaat of rechtsbijstandverlener slechts vergoed worden indien de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed. Dat geldt ook indien rechtsbijstand voor de desbetreffende procedure naar nationaal recht niet verplicht is. Lees meer…

Vaststelling gemeenschappelijke en privégedeelten van in appartementen gesplitst gebouw
HR 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1078 (Eiser / VvE De Prinsenwerf)
Voor de vaststelling van hetgeen tot de privégedeelten respectievelijk tot de gemeenschappelijke gedeelten van een in appartementsrechten gesplitst gebouw behoort, mag slechts acht worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. Indien de ingeschreven splitsingsstukken voor verschillende uitleg vatbaar zijn, dient de rechter vast te stellen welke uitleg van deze stukken naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is. Lees meer…

Exclusief afnamebeding als doelbeperking in de zin van art. 6 lid 1 Mededingingswet
HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3745
(1) Een exclusief afnamebeding kan als doelbeperking in de zin van art. 6 lid 1 Mededingingswet worden beschouwd als daaraan geen door de leverancier verstrekte financiële of economische voordelen voor de afnemer zijn verbonden. Onder die omstandigheden is een dergelijk beding niet op een lijn te stellen met de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU waarin ten aanzien van exclusieve afnamebedingen werd geoordeeld dat zij niet tot doel hebben de mededinging merkbaar te beperken (en daarom niet van rechtswege nietig zijn). (2) Art. 6:260 lid 5 BW dient de rechtszekerheid voor derden. Gelet op die ratio is een verklaring voor recht dat een beding in een in de openbare registers ingeschreven overeenkomst nietig is een rechtsfeit dat op de voet van deze bepaling in de openbare registers kan worden ingeschreven. Lees meer…

Hoorrecht minderjarige in familiezaken
HR 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1084
In familiezaken betreffende minderjarigen dient de minderjarige van twaalf jaren of ouder in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld zijn mening kenbaar te maken (art. 809 Rv). Dit geldt ook indien het horen van de minderjarige naar het oordeel van de rechter niet tot een andere beslissing zal leiden. Lees meer…

Bestuurdersaansprakelijkheid: onbelangrijk verzuim ziet op taakvervulling door geheel bestuur
HR 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1079
De bepaling van art. 2:248 lid 2 BW dat een onbelangrijk verzuim niet in aanmerking wordt genomen bij de beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid, heeft betrekking op de vraag of sprake is geweest van een onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur, en niet op het aandeel in die onbehoorlijke taakvervulling van de individuele bestuurder. De individuele bestuurder kan zich, ingevolge artikel 2:248 lid 3 BW, in het geval van art. 2:248 lid 2 BW disculperen door aan te tonen dat hem ter zake van de te late publicatie geen verwijt treft. Lees meer…

Voor opdrachtgeversauteursrecht op een model hoeft niet aan de eisen voor modellenbescherming worden voldaan
Hoge Raad 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1036 (S&S/Esschert)
(1) De vrijheid die de Europese regelgever aan de nationale rechtsstelsels heeft willen overlaten om te bepalen of en, zo ja, in hoeverre een model auteursrechtelijk wordt beschermd, is beperkt door rechtspraak van het HvJEU waarin het auteursrechtelijk werkbegrip is geharmoniseerd. (2) Voor het ontstaan van opdrachtgeversauteursrecht op een model hoeft het model naar Benelux-recht niet te voldoen aan de vereisten voor bescherming van een model (nieuwheid en eigen karakter), maar is voldoende dat het te beschermen werk als model wordt beschouwd (het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan vormt). Lees meer…