Alle berichten van: Hidde Volberda


HR 27 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1322

De woorden ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ uit het arrest Hein/Holzkamm moeten niet zo worden begrepen dat overwerk alleen meetelt bij het vaststellen van vakantieloon, als de werkgever het verrichten van overwerk eenzijdig kan afdwingen. (meer…)

HR 11 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1434

Uit het enkele instemmen met, of niet protesteren tegen een aanhouding in verband met een minnelijke oplossing, valt geen verzoek tot het wijzen van arrest af te leiden. Een verzoek om een mondelinge behandeling mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden afgewezen. (meer…)

Hoge Raad 27 september 2024 ECLI:NL:HR:2024:1311

Het is vaste rechtspraak dat het instellen van een vordering in een collectieve actie ook de verjaring stuit van de individuele vorderingen van degenen wier belangen met de collectieve actie worden behartigd (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:766). In dit arrest maakt de Hoge Raad duidelijk welke verjaringstermijn geldt, als zo’n individuele vordering wordt ingesteld na afloop van de collectieve procedure. Hidde Volberda bespreekt het arrest.

 

 

Cassatievlog #106 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister de podcast via uw favoriete podcastkanaal.

HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1073

Dit arrest gaat over een overeenkomst van opdracht en het in rekening brengen van kosten voor meerwerk. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, omdat het hof ten onrechte niet heeft beoordeeld of de opdrachtnemers zelf hadden moeten begrijpen dat het meerwerk een prijsverhoging met zich zou brengen. Daarnaast heeft het hof verschillende essentiële stellingen van partijen niet in zijn oordeel betrokken en is het buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden. (meer…)

HR 5 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1028 

De vraag welke inhoud een garantie heeft, moet worden beantwoord door de uitleg ervan, waarbij het aankomt op de zin die partijen bij de overeenkomst in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs daaraan mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs te dien aanzien van elkaar mochten verwachten. Een omzettingsverklaring (als bedoeld in art. 6:87 lid 1 BW) kan ook besloten liggen in de dagvaarding of de gedingstukken.  (meer…)

Cassatieblog.nl