

Geen verleningsbesluit gemeente in geval van uithuisplaatsing bij andere ouder
HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1797
Bij een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie om een machtiging tot uithuisplaatsing behoeft geen verleningsbesluit van het college van burgemeester en wethouders te worden overgelegd indien het verzoek strekt tot plaatsing bij de andere met het gezag belaste ouder.

Toepassing van het eliminatiebeginsel op de meerwaarde wegens bruikbare bodembestanddelen
HR 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1694 (BBL/verweerder)
Bij de schadeloosstelling voor onteigening hoort, als onderdeel van de werkelijke waarde van de onteigende zaak, ook een vergoeding voor een meerwaarde van de grond die samenhangt met de aanwezigheid van bruikbare bodembestanddelen. Bij de vaststelling van die meerwaarde mag op grond van het eliminatiebeginsel (de regel dat bij de vaststelling van de werkelijke waarde van het onteigende geen rekening wordt gehouden met voor- of nadelen die worden veroorzaakt door het werk waarvoor wordt onteigend), geen rekening worden gehouden met de omstandigheid dat werkzaamheden voor het winnen van die bodembestanddelen toch al met het oog op de uitvoering van het werk moeten plaatsvinden. Wanneer, zoals in dit geval, een gasleiding moet worden verlegd om de bodembestanddelen te winnen, moeten de kosten van die verlegging worden meegenomen bij het bepalen van een eventuele meerwaarde door de aanwezigheid van die bodembestanddelen. Dat de verlegging van de gasleiding voor de uitvoering van het werk waarvoor wordt onteigend toch al noodzakelijk was, doet daar niet aan af. Lees meer…

Eis van overleggen deskundigenverklaring bij loonvordering (art. 7:629a BW) geldt niet in kort geding
HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1673
De eis dat de werknemer bij een loonvordering een deskundigenverklaring moet overleggen (art. 7:629a BW) geldt niet in kort geding. Het is aan de kortgedingrechter overgelaten om te bepalen of een deskundigenverklaring in een concreet geval wenselijk is. Lees meer…

Precontractuele informatieplicht franchisegever; geen algemene verplichting tot het verschaffen van een omzetprognose
HR 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1696
Uit de redelijkheid en billijkheid vloeit geen algemene regel voort dat een franchisegever een franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of winst. Die verplichting volgt evenmin uit de ‘Europese Erecode inzake Franchising’. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. Lees meer…

Geen voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv in scheidingsprocedure
HR 31 augustus 2018 ECLI:NL:HR:2018:1414
Met de art. 821-826 Rv voor de scheidingsprocedure heeft de wetgever voorzien in een bijzondere, kennelijk uitputtende regeling van voorlopige voorzieningen in die procedure. Daarmee is niet goed te verenigen dat een dergelijke voorlopige voorziening ook op de voet van art. 223 Rv zou kunnen worden gevraagd. Lees meer…

Het einde van samenhangende overeenkomsten
HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1672 (en samenhang met HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1418)
In het scenario dat één van twee samenhangende overeenkomsten tot een einde is gekomen, kan niet met de enkele verwijzing naar de samenhang tussen de overeenkomsten worden geoordeeld dat de andere overeenkomst ook tot een einde is gekomen. Lees meer…

Werknemer maakt ook aanspraak op gedeeltelijke transitievergoeding bij substantiële en structurele vermindering van het aantal arbeidsuren
HR 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1617
In een voor de arbeidsrecht- en HR-praktijk zeer relevante uitspraak heeft de Hoge Raad op 14 september 2018 geoordeeld dat een werknemer van wie het aantal arbeidsuren substantieel en structureel wordt verminderd, aanspraak maakt op een gedeeltelijke transitievergoeding, berekend over het aantal uren waarmee de arbeidsduur wordt verminderd. Denk hierbij aan vermindering van het aantal uren als gevolg van bedrijfseconomische redenen of vanwege langdurige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (langer dan 104 weken). Lees meer…

Samenloop voorlopig getuigenverhoor en strafrechtelijk onderzoek
HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433 (Box Consultants c.s. / Staat)
1) Voor toewijzing van een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor kan niet de eis worden gesteld dat daarbij al feitelijk en concreet is vermeld welke getuigen op welk punt gehoord moeten worden.
2) De enkele omstandigheid dat in het voorlopig getuigenverhoor dezelfde vragen aan de orde (kunnen) komen of dezelfde feiten (kunnen) worden onderzocht als in een procedure bij een andere rechter, kan geen grond zijn voor afwijzing van het verzoek. Een beperking in verband met een procedure voor een andere rechter kan echter wel gerechtvaardigd zijn ingeval aannemelijk is dat de omstandigheid dat in het voorlopig getuigenverhoor dezelfde vragen aan de orde (kunnen) komen of dezelfde feiten (kunnen) worden onderzocht als in een procedure bij een andere rechter, zal leiden tot een daadwerkelijke verstoring van het onderzoek dat plaatsvindt bij de andere rechter. Lees meer…

Afgekochte pensioenrechten en verdeling huwelijksgemeenschap
HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1180
Gelet op de ratio van de Wvps dienen afgekochte pensioenrechten bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap op een zo veel mogelijk gelijke wijze in aanmerking te worden genomen als niet afgekochte pensioenrechten. Lees meer…

Overgangsrecht Curaçaose enquêteregeling: vaststelling wanbeleid, aanwijzen verantwoordelijke personen en treffen voorzieningen kunnen betrekking hebben op anterieure feiten
HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1104 (Aqualectra)
De in 2012 in werking getreden Curaçaose enquêteregeling heeft onmiddellijke werking. Het Gemeenschappelijk Hof kan wanbeleid vaststellen, daarvoor verantwoordelijke personen aanwijzen en voorzieningen treffen óók als die beslissingen berusten op feiten die zich voorafgaande aan de inwerkingtreding hebben voorgedaan. Dit brengt geen terugwerkende kracht mee. Lees meer…