

Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod op enkele klacht dat wettelijke regel niet in acht is genomen
HR 4 mei ECLI:NL:HR:2018:684
De enkele klacht dat een wettelijke regel niet in acht is genomen, is volgens vaste rechtspraak onvoldoende voor doorbreking van een rechtsmiddelenverbod. Dat geldt in beginsel ook indien het gaat om vrijheidsbeneming en het (dus) een regel betreft die onderdeel is van een wettelijk voorgeschreven procedure als bedoeld in art. 5 lid 1 EVRM. Lees meer…

Reikwijdte art. 65 Fw
HR 4 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:686
Een ontslagverzoek als bedoeld in art. 73 Fw valt binnen het bereik van art. 65 Fw. Hieruit volgt dat de rechtbank de rechter-commissaris diende te horen alvorens op de voet van art. 73 Fw over het ontslag van de curator te beslissen. Lees meer…

Uitleg CAO Beroepsgoederenvervoer: wanneer is sprake van een ‘nachtrit’?
HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:668
Het begrip ‘nachtrit’ in de zin van art. 37 van de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen 2012-2013 (hierna: CAO) moet zo worden uitgelegd dat de werkzaamheden vallend tussen 20.00 uur en 04.00 uur voor een toeslag in aanmerking komen. Bij deze uitleg prevaleren de bewoordingen van de bepaling boven het spraakgebruik. Lees meer…

Schadeloosstelling voor pachter na onteigening: alleen inkomensschade en geen vermogensschade
HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:648 (Provincie Overijssel/Verweerder)
Wanneer een onroerende zaak wordt onteigend, vervalt ook een daarop rustend pachtrecht. Het pachtrecht kan echter niet afzonderlijk worden onteigend. Het pachtrecht komt geen ‘werkelijke waarde’ toe en door het vervallen van het pachtrecht door onteigening lijdt de pachter dan ook geen vermogensschade. Op grond van art. 42a Ow heeft de pachter wel recht op de inkomensschade die hij als gevolg van de onteigening lijdt. Als het in een gebied gebruikelijk is dat de afgaande pachter van de opkomende pachter een vergoeding ontvangt, kan het mislopen van deze vergoeding alleen als inkomensschade van de pachter voor vergoeding in aanmerking komen. Daarvoor moet worden vastgesteld dat het mislopen onteigeningsgevolg is. Lees meer…

De grenzen aan het agenderingsrecht van aandeelhouders
HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652 (Boskalis / Fugro)
Art. 2:114a BW geeft de daarin bedoelde aandeelhouders en certificaathouders niet het recht de vennootschap te verplichten een onderwerp ter stemming op de agenda van de algemene vergadering te (doen) plaatsen als de algemene vergadering niet de bevoegdheid toekomt een besluit over dat onderwerp te nemen. Lees meer…

Rechter moet verzoek tot gelasten voorlopig deskundigenbericht in beginsel toewijzen
HR 30 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:482
De Hoge Raad bevestigt met dit arrest de vaste jurisprudentie: de rechter moet een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht in beginsel toewijzen, mits het verzoek ter zake dienend is en voldoende concreet en het feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Lees meer…

Nalaten oproeping alle bij een processueel ondeelbare rechtsverhouding betrokken partijen onder KEI
HR 20 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:649
In navolging op zijn arrest van 10 maart 2017 heeft de Hoge Raad eiser in deze procedure in de gelegenheid gesteld om alsnog alle bij de processueel ondeelbare rechtsverhouding betrokken partijen in het geding in cassatie op te roepen. Eiser had dit nagelaten en dient op de voet van art. 30g Rv aan de ten onrechte niet opgeroepen partijen de procesinleiding en het oproepingsbericht per afzonderlijke exploot te betekenen Lees meer…

Art. 30p Rv bevat geen exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak
HR 20 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:650
De bestaande praktijk, inhoudende dat in spoedeisende gevallen de rechter mondeling zijn beslissing en de (belangrijkste) gronden daarvoor meedeelt aan de aanwezige partijen en in de dagen daarna de uitspraak schriftelijk uitwerkt, kan naar de bedoeling van de wetgever onder het huidige recht (na inwerkingtreding van art. 30p Rv per 1 september 2017) worden voortgezet.

Betekenis standpunten Zorginstituut voor invulling criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ in het Besluit zorgverzekering
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469 (Menzis en Zorginstituut/X)
(1) Bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde vorm van zorg behoort tot de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ (art. 2.1 lid 2 Besluit zorgverzekering) moet in beginsel worden uitgegaan van de standpunten en richtlijnen die het Zorginstituut daarover heeft ingenomen. De zorgverzekeraar of rechter die daarvan wil afwijken, moet dat deugdelijk motiveren.
(2) De stelplicht en bewijslast dat een behandeling behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk ligt in beginsel bij de verzekerde. Op de zorgverzekeraar rust in dit verband geen verzwaarde stelplicht. Lees meer…

Caribische zaak: schadevergoeding wegens strafvorderlijk optreden voor nabestaanden overleden verdachte
HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:599, ECLI:NL:HR:2018:600 en ECLI:NL:HR:2018:602
Het Arubaanse Wetboek van Strafvordering kent voor vergoeding van schade door toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel een exclusieve rechtsgang, die de weg naar de burgerlijke rechter afsluit. Nabestaanden van een overleden gelaedeerde kunnen in die rechtsgang aanspraak maken op vergoeding van door henzelf gelden materiële én immateriële schade, en in hun hoedanigheid als erfgenamen van de gelaedeerde enkel voor materiële schade van die de gelaedeerde. Voor derden, zoals genoemde nabestaanden, geldt niet de termijn van drie maanden voor de indiening van een schadeverzoek. Zij kunnen een verzoek tot schadevergoeding indienen zolang hun vordering niet naar burgerlijk recht is verjaard. Lees meer…