

Verjaring van een rechtsvordering tot nakoming na onbepaalde tijd
HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2988 (NBM/Verweerder)
Beroep op medisch voorbehoud uit een 30 jaar oude vaststellingsovereenkomst niet verjaard. Het hof heeft het voorbehoud aldus kunnen uitleggen dat de vordering tot nakoming op zijn vroegst opeisbaar was (in de zin van art. 3:307 lid 2 BW) toen verweerder bekend werd met zijn schade. Lees meer…

Maatstaf Katterug-arrest nader uitgewerkt
HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2516
Het enkele bestaan van een personele unie tussen de (middellijk) bestuurder of bestuurders van een of meer commanditaire vennoten en de (middellijk) bestuurder of bestuurders van een of meer beherend vennoten kan niet kan leiden tot toepassing van de sanctie van art. 21 WvK. Wel kan deze omstandigheid van belang zijn bij het beantwoorden van de vraag of bij een wederpartij redelijkerwijs een onjuiste indruk heeft kunnen ontstaan over de hoedanigheid waarin de commanditaire vennoot aan het handelsverkeer deelnam. Daarbij geldt dat, behoudens tegenbewijs, een persoon die zowel een beherend als een commanditair vennoot kan vertegenwoordigen, bij het verrichten van een beheershandeling heeft gehandeld namens de beherend vennoot. Lees meer…

Bevoegdheid R-C tot bevelen getuigenverhoor in faillissement kan worden misbruikt
HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2997
(1) Er kan sprake zijn van misbruik van de bevoegdheden die art. 66 Fw en art. 105–106 Fw aan de rechter-commissaris toekennen, indien deze worden aangewend voor een ander doel dan het verkrijgen van opheldering over alle omstandigheden die het faillissement betreffen. (2) In bijzondere omstandigheden dient de rechter-commissaris te motiveren waarom hij een verhoor op de voet van art. 66 Fw of art. 105 Fw wil laten plaatsvinden. Lees meer…

Het leerstuk van kansschade bij medische aansprakelijkheid
HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987
De Hoge Raad spreekt zich uit over het leerstuk van kansschade bij medische aansprakelijkheid. Ter beoordeling van het causaal verband tussen de normschending en de schade, dient een vergelijking te worden gemaakt tussen de feitelijke situatie na de normschending en de hypothetische situatie zonder de normschending. Bij de vaststelling van deze hypothetische situatie, dient niet te worden uitgegaan van de norm van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot, maar van hetgeen feitelijk zou hebben plaatsgevonden indien geen normschending zou hebben plaatsgevonden. Lees meer…

Subjectieve uitleg van een sociaal plan ter bescherming van derden
HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687 (FNV c.s./Condor)
In het licht van de bestaansgrond van de CAO-norm (derdenbescherming) is toepassing daarvan niet gerechtvaardigd indien derden aanspraak maken op de bescherming van een sociaal plan en zich daartoe beroepen op de niet uit de tekst blijkende bedoeling van partijen bij dat sociaal plan. Lees meer…

Getuigenverhoor aan de hand van een schriftelijke verklaring
HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2986 (Eiser/Waterland c.s.)
Een getuigenverhoor kan om proceseconomische redenen ook met gebruikmaking van een eerder door de getuige ondertekende schriftelijke verklaring worden verricht. De rechter moet bij de bewijswaardering zich dan wel afvragen in hoeverre het bestaan en de manier van totstandkomen van die schriftelijke verklaring afbreuk doen aan de betrouwbaarheid van het getuigenbewijs. Lees meer…

Zorgplicht advocaat met betrekking tot gefinancierde rechtsbijstand
HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2992
De rechtsverhouding tussen een advocaat en een cliënt brengt mee dat de advocaat verplicht is met de cliënt te overleggen of er termen zijn te trachten een toevoeging te verkrijgen, tenzij de advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat de cliënt niet voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt. Lees meer…

Koop van een woning met agrarische bestemming: vrijwaringsplicht en conformiteitsvereiste
HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2884, ECLI:NL:HR:2016:2885 en ECLI:NL:HR:2016:2877
(1) De agrarische bestemming van een woning is geen bijzondere last of beperking in de zin van art. 7:15 BW. (2) Bij de toepassing van art. 7:17 BW kan (anders dan bij art. 7:15 BW) van belang zijn of de verkoper er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de koper zelf onderzoek zou verrichten. (3) Een uit schending van de mededelingsplicht voortvloeiende schadevergoedingsverplichting van de verkoper kan op de voet van art. 6:101 lid 1 BW worden verminderd indien de onjuiste voorstelling van zaken mede is te wijten aan de koper. Lees meer…

Wet verbod pelsdierhouderij niet in strijd met art. 1 EP EVRM
HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2888
De Staat heeft door het invoeren van het verbod op het houden en (doen) doden van pelsdieren voor de productie van bont geen ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op het door artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM gewaarborgde recht op eigendom van de nertsenhouders. Lees meer…

WSNP: rechter mag bij beslissing tot toelating ambtshalve uittreksel justitiële documentatie opvragen
HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2837
De rechter mag onder omstandigheden ambtshalve een uittreksel uit de justitiële documentatie van de schuldenaar bij toelating tot of beëindiging van de schuldsaneringsregeling opvragen en de inhoud ervan bij de wettelijke toelatingsvoorwaarden, weigeringsgronden en beëindigingsgronden van de schuldsaneringsregeling meewegen. Art. 8 lid 2 EVRM verzet zich daar niet tegen, mits voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en voorzienbaarheid. Daarbij dient de rechter acht te slaan op het beginsel van hoor en wederhoor. Lees meer…