

Nederlandse rechter niet bevoegd in gezagskwestie van in Turkije wonend buitenechtelijk kind met Nederlandse nationaliteit
HR 7 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7355
De enkele omstandigheid dat het conform Turks recht niet mogelijk is om een vader met het gezag over zijn kind dat buiten een huwelijk geboren is te belasten, is geen uitzonderingsgeval in de zin van artikel 4 van het Haags Kinderbeschermingverdrag 1961 (hierna: HKbV 1961) en leidt er dus niet toe dat de Nederlandse rechter, als rechter van de verdragsstaat waarvan het kind onderdaan is, bevoegd is tot het nemen van een kinderbeschermingsmaatregel. Lees meer…

EU-Bewijsverordening is geen uitputtende regeling voor grensoverschrijdende bewijsverkrijging
HvJ EU 6 september 2012, C170/11 (Lippens c.s./Kortekaas c.s.)
Antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de prejudiciële vraag van de Hoge Raad van 1 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP3048): de nationale rechter is niet verplicht om, indien een in het buitenland woonachtige partij als getuige moet worden gehoord, de route van de EU-Bewijsverordening te volgen, maar mag hem oproepen voor hem te verschijnen en hem horen volgens de regels van het nationale bewijsrecht. Lees meer…

Geen rechterlijke benoeming bestuurder stichting bij (statutair) onjuiste verdeling bestuurstaken
HR 7 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5355 (P1/Stichting PVS)
Art. 2:299 BW ziet op een stichting die geen bestuurders meer heeft, of niet langer het in de statuten voorgeschreven minimumaantal bestuurders heeft. Als het bestuur voltallig is maar de bestuurstaken heeft verdeeld op een wijze die niet strookt met de statuten, doet zich de in het genoemde artikel bedoelde situatie niet voor en is de rechter niet bevoegd te voorzien in de vervulling van een “ledige plaats”. Lees meer…

Nieuwe vicepresident en raadsheren Hoge Raad: Bakels, Polak en Van den Brink
Prof. mr. M.V. (Martijn) Polak is sinds 1 september 2012 raadsheer in de civiele kamer van de Hoge Raad. Mr. F.B. (Floris) Bakels, thans raadsheer in de civiele kamer, is sinds die datum vicepresident. Per 1 oktober 2012 zal mr. V. (Vincent) van den Brink plaatsnemen in de strafkamer. Lees meer…

Vordering tot revindicatie verjaart ook na opvolgende bezitsovergang te kwader trouw
HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5324
Voor verkrijgende verjaring ex art. 3:105 BW is slechts vereist dat de bezitter de zaak bezit op het moment waarop de verjaring van de vordering tot revindicatie wordt voltooid, ongeacht of deze bezitter te goeder trouw is. Bepalend is of gedurende de gehele verjaringstermijn van twintig jaar de toestand bestaat dat een ander dan de rechthebbende bezitter is. Niet van belang is of opvolging in het bezit heeft plaatsgevonden en dus ook niet of opvolgende bezitters te goeder trouw (in de zin van art. 3:102 BW) waren. Lees meer…

Echtscheidingsprocedure, wijzigingsprocedure en stukken van het geding
HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:202:BW5867
De procedure tot wijziging van de alimentatie is een andere procedure dan de echtscheidingsprocedure. Art. 149 lid 1 Rv (ook van toepassing in verzoekschriftprocedures) brengt daarom mee dat de rechter in de wijzigingsprocedure niet mag uitgaan van inkomensgegevens die zijn overgelegd in een echtscheidingsprocedure, indien op deze gegevens in eerstgenoemde procedure geen beroep is gedaan. Lees meer…

Onvoldoende gemotiveerde toepassing van doorbraak aansprakelijkheidsbeperking vervoerder (art. 29 CMR) bij diefstal vrachtwagen
HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6747 (X/Traxys c.s.)
Voor doorbraak van de beperkte aansprakelijkheid van de vervoerder (art. 29 CMR) is slechts plaats indien sprake is geweest van gedrag dat moet worden aangemerkt als roekeloos en met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. Dit is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad het geval wanneer de vervoerder het aan die gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar hij zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden. De omstandigheden die het hof ten grondslag heeft gelegd aan zijn oordeel dat in dit geval – waarin het gaat om diefstal van een geparkeerde vrachtwagen met een kostbare lading – aan deze eisen is voldaan, kunnen dat oordeel niet dragen. Lees meer…

Huurprijs verschuldigd vanaf ingebruikverstrekking van het gehuurde
HR 10 augustus 2012, LJN BW4986
De aard van een huurovereenkomst brengt, mede gelet op art. 7:201 lid 1 BW, mee dat de in de huurovereenkomst bepaalde tegenprestatie van de huurder is verschuldigd vanaf het moment waarop de verhuurder het gehuurde aan de huurder in gebruik heeft verstrekt, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Lees meer…

Maatstaf splitsing gemengde huurovereenkomst
HR 10 augustus 2012, LJN BW6737 (Gemeente Rotterdam/Utopia U.A.)
Voor de beantwoording van de vraag of in een geval waarin partijen een gemengde huurovereenkomst hebben gesloten die betrekking heeft op een combinatie van woonruimte, 230a-bedrijfsruimte of 290-bedrijfsruimte, splitsing van de huurovereenkomst mogelijk is in afzonderlijke huurovereenkomsten voor de verschillende categorieën ruimten, dient de rechter acht te slaan op alle omstandigheden van het geval, waaronder het gebruik dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan, het gebruik dat thans van het gehuurde wordt gemaakt, de inrichting van het gehuurde in relatie tot dat gebruik en de gevolgen van een eventuele splitsing voor het (overeengekomen en feitelijk) gebruik door de huurder. Lees meer…

Korte verjaringstermijn consumentenkoop ook toepasselijk op een met de koop (voldoende) verbonden kredietovereenkomst
HR 10 augustus 2012, LJN BW4992 (X/Defam Financieringen)
Tussen een overeenkomst van consumentenkoop en een overeenkomst tot financiering van de daarbij overeengekomen koopprijs door een derde kan een dusdanige verbondenheid bestaan, dat de bescherming die art. 7:28 BW aan de consument-koper beoogt te bieden, zich mede uitstrekt tot de vordering tot aflossing van het krediet. Of van een zodanige verbondenheid sprake is, dient te worden vastgesteld door uitleg van de rechtsverhouding in het licht van de omstandigheden. Lees meer…