Selecteer een pagina
Dwangsom bij niet-naleving hoofdveroordeling door derden?; Voorwaarden aanwijzing noodweg (art. 5:57 BW)

Dwangsom bij niet-naleving hoofdveroordeling door derden?; Voorwaarden aanwijzing noodweg (art. 5:57 BW)

HR 13 november 2020  ECLI:NL:HR:2020:1783

Ten aanzien van een hoofdveroordeling waarbij de medewerking van derden is vereist kan een dwangsom worden opgelegd. Voorts kunnen er  voorwaarden worden verbonden aan de aanwijzing van een noodweg, maar niet voor zover dit de gebruiker van de noodweg het recht zou geven delen van het bezwaarde erf te gebruiken die niet zijn aangewezen als noodweg. Lees meer…

De beoordeling van gratiebeslissingen ten aanzien van levenslang

De beoordeling van gratiebeslissingen ten aanzien van levenslang

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747

In dit uitvoerig gemotiveerd arrest zet de Hoge Raad uiteen hoe de burgerlijke rechter de motivering van gratiebeslissingen moet toetsen. Hij bepaalt verder dat de burgerlijke rechter de Staat kan veroordelen tot het nemen van een nieuwe beslissing en de verdere tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf kan verbieden bij strijd met art. 3 EVRM. Lees meer…

Verbod en ontbinding motorclub Satudarah blijft in stand

Verbod en ontbinding motorclub Satudarah blijft in stand

HR 13 november 2020 ECLI:NL:HR:2020:1789

Verbodenverklaring en ontbinding van informele vereniging Satudarah Motorcycleclub en van twee onzelfstandige support clubs blijft in stand. Het verbod strekt zich ook uit over de lokale afdelingen, de zogenaamde chapters. Met de uitspraak komt er definitief een einde aan het bestaan van de vereniging Satudarah.  Lees meer…

De partijbedoelingen spelen geen rol bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst

De partijbedoelingen spelen geen rol bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746

Bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst spelen de partijbedoelingen geen rol. Bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst is dus niet van belang of partijen bedoeld hebben een arbeidsovereenkomst te sluiten.

De kwalificatie van een overeenkomst moet (evenwel) worden onderscheiden van de – daaraan voorafgaande – vraag welke rechten en verplichtingen (inhoud) partijen zijn overeengekomen. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf en daarbij spelen de partijbedoelingen dus wél een rol. Nadat de rechter met behulp van de Haviltex-maatstaf de overeengekomen rechten en verplichtingen heeft vastgesteld (uitleg), kan hij beoordelen of die overeenkomst de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst (kwalificatie). Lees meer…

Cao-bepaling over samenloop vakantieverlof met zwangerschaps- en bevallingsverlof levert verboden onderscheid op grond van geslacht op

Cao-bepaling over samenloop vakantieverlof met zwangerschaps- en bevallingsverlof levert verboden onderscheid op grond van geslacht op

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1748

In de cao voor het voortgezet onderwijs zijn bepalingen opgenomen over de samenloop van vakantieverlof met zwangerschaps- en bevallingsverlof. In deze prejudiciële procedure oordeelt het de Hoge Raad dat deze bepalingen in strijd zijn met het verbod op onderscheid op grond van geslacht. Lees meer…

Uitleg van het begrip ‘arbeidsongeschiktheid’ in de verzekeringsovereenkomst – redelijkheid en billijkheid

Uitleg van het begrip ‘arbeidsongeschiktheid’ in de verzekeringsovereenkomst – redelijkheid en billijkheid

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1736

De verzekeraar was vrij om medisch objectiveerbare stoornissen die niet zijn te herleiden tot een (herkenbaar en benoembaar) ziektebeeld, van dekking uit te sluiten.  Lees meer…

Uitkoop van aandeelhouders: rechter mag waardeverminderende handelingen van grootaandeelhouder meewegen

Uitkoop van aandeelhouders: rechter mag waardeverminderende handelingen van grootaandeelhouder meewegen

HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1745

Als de grootaandeelhouder de minderheidsaandeelhouder(s) op basis van art. 2:201a BW uitkoopt, kan de rechter bij het vaststellen van de prijs van de over te dragen aandelen rekening houden met handelingen van de uitkopende aandeelhouder die de waarde van de aandelen ten nadele van de uit te kopen aandeelhouder(s) hebben verminderd. De uitgekochte aandeelhouders kunnen daardoor recht hebben op een hogere vergoeding, zodat zij een reële en redelijke vergoeding ontvangen. Lees meer…

Tellen betalingen aan een Liechtensteinse Stiftung mee voor de waarde van de goederen van de nalatenschap?

Tellen betalingen aan een Liechtensteinse Stiftung mee voor de waarde van de goederen van de nalatenschap?

HR 9 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1589

Dat naar het recht van Liechtenstein een Stiftung uitkeringen kan doen aan haar oprichters of aan bepaalde begunstigden is onvoldoende om met die uitkeringsmogelijkheid bij de berekening van de legitimaire massa en legitieme portie krachtens art. 4:65 BW rekening te houden.  Lees meer…

Rechterswisseling na getuigenverhoor: geen mededelingsplicht, geen doorbreking rechtsmiddelenverbod

Rechterswisseling na getuigenverhoor: geen mededelingsplicht, geen doorbreking rechtsmiddelenverbod

HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1711

De verplichting van gerechten om aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling geldt niet als een raadsheer-commissaris na een getuigenverhoor wordt vervangen. De regeling van art. 155 Rv is niet zo fundamenteel dat het rechtsmiddelenverbod kan worden doorbroken.  Lees meer…

Wanneer is wettelijke handelsrente verschuldigd?

Wanneer is wettelijke handelsrente verschuldigd?

HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1710

Art. 6:119a BW heeft alleen betrekking op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst. Dit betreft de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst. De wettelijke handelsrente ziet dus niet op andere geldelijke verplichtingen waartoe zo’n overeenkomst aanleiding kan geven en derhalve evenmin op een vordering uit onverschuldigde betaling.  Lees meer…

Archief