Het vennootschappelijk belang: een vervolg op ‘Cancun’

Het vennootschappelijk belang: een vervolg op ‘Cancun’

HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:199

De rechtspersoon heeft een zelfstandig belang dat wettelijke en statutaire normen of normen die mede voortvloeien uit de redelijkheid en billijkheid van art. 2:7 BWC, waaronder procedurele normen die noodzakelijk zijn voor een goede besluitvorming, op juiste wijze zijn of worden nageleefd. Daarnaast behoren bij de toepassing van het enquêterecht ook de belangen van de verzoeker en van alle bij de rechtspersoon betrokkenen in aanmerking te worden genomen. Een en ander strookt ermee dat tot de doeleinden van het enquêterecht behoren de sanering van en het herstel van gezonde verhoudingen door maatregelen van reorganisatorische aard binnen de onderneming van de rechtspersoon, en dat het enquêterecht mede strekt ter bescherming van een minderheid van aandeelhouders of certificaathouders tegen (mogelijk) machtsmisbruik door de meerderheid. Deze doeleinden en deze strekking behoren ook te kunnen worden gediend als de maatregelen van reorganisatorische aard, waaronder de vernietiging van besluiten, ertoe leiden dat de rechtspersoon daarvan nadeel of hinder ondervindt. Dat is in versterkte mate het geval bij een jointventurevennootschap, waarin het belang van de rechtspersoon voorts wordt bepaald door de aard en inhoud van de tussen de aandeelhouders overeengekomen samenwerking.  Lees meer…

Cassatievlog #048 | Opzegging van overeenkomst tot kinderopvang

Cassatievlog #048 | Opzegging van overeenkomst tot kinderopvang

HR 10 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:198 

Deze prejudiciële procedure gaat over een overeenkomst tot kinderopvang. Kan in een dergelijke overeenkomst een opzegtermijn worden opgenomen? En kan de ‘consument-opdrachtgever’ (ouder) worden verplicht een vergoeding te betalen bij opzegging? De Hoge Raad heeft onder meer deze vragen in zijn uitspraak van afgelopen vrijdag beantwoord. Berend-Bram Heinen bespreekt  in dit vlog de uitspraak.

Cassatievlog #048 is ook als podcast beschikbaar.

De verjaring van vergoedingsrechten

De verjaring van vergoedingsrechten

HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1936

Voor de vergoedingsrechten tussen echtgenoten geldt geen korte verjaringstermijn van vijf jaar vanaf het moment dat de vergoeding van de ene echtgenoot op de andere echtgenoot opeisbaar wordt. Daaraan ligt de overweging ten grondslag dat van echtgenoten niet kan worden verwacht dat zij tijdens het huwelijk rechtsmaatregelen tegen elkaar treffen. Ten overvloede overweegt de Hoge Raad dat deze ratio mogelijk ook gevolgen heeft voor andere verjaringsregels in Boek 3 BW. Lees meer…

Cassatievlog #047 | Wanneer is sprake van zorg zoals artsen die plegen te bieden?

Cassatievlog #047 | Wanneer is sprake van zorg zoals artsen die plegen te bieden?

Hoge Raad 27 januari 2023 ECLI:NL:HR:2023:95  (de curator/DSW c.s.) 

Iedereen die een zorgverzekering heeft afgesloten, heeft recht op de prestaties die vallen binnen het basispakket. De Zorgverzekeringswet schrijft dwingend voor wat de dekking is van dit basispakket. Deze zaak draait in cassatie om art. 2.4 van het Besluit zorgverzekering. Dit artikel stelt een grens aan de dekking van het basispakket. Verzekerd is alleen de geneeskundige zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die ‘plegen te bieden’.  Mochten zorgverzekeraars vergoeding weigeren voor zorg die was gedeclareerd als medisch-specialistische revalidatiezorg? Ruben de Graaff bespreekt in 3 minuten het arrest van de Hoge Raad over de invulling van het criterium.

Cassatievlog #047 is ook als podcast beschikbaar.

Een appellant mag niet slechter worden van zijn hoger beroep

Een appellant mag niet slechter worden van zijn hoger beroep

HR 13 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:29

In hoger beroep is niet opgekomen tegen de beslissing van de rechtbank dat aan appellant een schone lei wordt verleend. Het stond het hof daarom niet vrij  de – voor de appellant gunstige en in hoger beroep niet bestreden – beslissing van de rechtbank dat haar de schone lei wordt verleend, in haar nadeel te wijzigen. Lees meer…

Opschorting, ontbinding en  dwaling bij de verkoop van een woning

Opschorting, ontbinding en dwaling bij de verkoop van een woning

HR 23 december 2022  ECLI:NL:HR:2022:1940

Het oordeel van het hof dat de grieven aangaande opschorting samenhangen met de grieven aangaande dwaling, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het beroep op opschorting en het beroep op dwaling steunen namelijk op dezelfde feitelijke omstandigheid. Lees meer…

Het besparen van materiaal is een technische functie in de zin van de Gemeenschapsmodellenverordening

Het besparen van materiaal is een technische functie in de zin van de Gemeenschapsmodellenverordening

HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1943

Het besparen van materiaal is een technische functie zoals bedoeld in art. 8 lid 1 Gemeenschapsmodellenverordening. Dit is in lijn met de uitleg die het Hof van Justitie van de Europese Unie in het Doceram-arrest.  aan de Gemeenschapsmodellenverordening heeft gegeven. Lees meer…

Het vennootschappelijk belang: een vervolg op ‘Cancun’

Beoordelingsmaatstaf voor intrekking of wijziging Europees bankbeslag

HR 2 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1804

De rechter die moet beslissen op een verzoek van de schuldenaar tot intrekking of wijziging van een bevel tot conservatoir beslag als bedoeld in de EAPO-Verordening, moet rekening houden met feiten en omstandigheden van na indiening van het verzoek om een bevel dan wel die na indiening zijn vastgesteld. Dit geldt ook als die omstandigheden van belang zijn voor het oordeel of is voldaan aan art. 7 lid 2 EAPO-Vo. Lees meer…

Senioriteit is als zodanig geen recht dat bij overgang van onderneming mee overgaat

Senioriteit is als zodanig geen recht dat bij overgang van onderneming mee overgaat

HR 20 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:65

De (in hoofdzaak) door anciënniteit bepaalde senioriteit van vrachtvliegers van Martinair is als zodanig geen recht dat bij overgang van onderneming mee overgaat. Voor zover deze senioriteit echter medebepalend is voor rechten van financiële aard van de vrachtvliegers, dienen deze rechten door de verkrijger (KLM) op dezelfde voet als bij de vervreemder (Martinair) te worden gehandhaafd. Dat zal zo nodig per geval moeten worden beoordeeld. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl