

Ter zitting, of niet – voorwaarden voor een mondelinge uitspraak (Wvggz)
HR 21 januari ECLI:NL:HR:2022:58
Een handelwijze waarbij vier dagen na de mondelinge behandeling mondeling uitspraak wordt gedaan (waarvan telefonisch wordt bericht) strookt niet met art. 30p Rv en evenmin met de aanvaarde bestaande praktijk voor spoedeisende gevallen. Lees meer…

Geldt de vervaltermijn van art. 7:663 BW ook voor een vordering op een bestuurder vanwege het niet tijdig melden van betalingsonmacht?
HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:13
De in art. 7:663 BW genoemde vervaltermijn van een jaar geldt niet voor de aansprakelijkheid van een bestuurder voor achterstallige pensioenpremie op grond van art. 23 Wet Bpf 2000. Lees meer…

Cassatievlog #004 | De persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders voor achterstallige pensioenpremies
HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:13
Maartje Möhring vertelt in drie minuten over een arrest van de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van bestuurders voor achterstallige pensioenpremies. In dat arrest gaat de Hoge Raad – aan de hand van de algemene regels uit Boek 6 BW – in op de vraag of de aansprakelijkheid van de bestuurder afhankelijk is van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon.
Cassatievlog #004 is ook als podcast beschikbaar.

Prejudiciële vragen: recht op huurprijsvermindering vanwege coronacrisis
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974
Hebben huurders van bedrijfsruimten recht op een tijdelijke vermindering van de huurprijs als sprake is van omzetverlies als gevolg van de corona-maatregelen? De Hoge Raad beantwoordt deze vraag in dit arrest bevestigend op basis van de regeling van onvoorziene omstandigheden. Lees meer…

Bewijsvermoedens niet-uitgevoerd verrekenbeding
HR 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1922
De bewijsvermoedens van art. 1:136 lid 2 BW en art. 1:141 lid 3 BW brengen mee dat de tot verrekening gerechtigde echtgenoot in beginsel kan volstaan met stellen en aannemelijk maken dat de andere echtgenoot bij het einde van het huwelijk bepaalde vermogensbestanddelen heeft. Het ligt dan op de weg van de andere echtgenoot om te stellen en zo nodig te bewijzen dat het bij het einde van het huwelijk aanwezige vermogen of bepaalde bestandsdelen daarvan niet gevormd is uit wat verrekend had moeten worden. Daartoe mag van die echtgenoot worden verwacht dat hij aanvoert hoe de vermogensbestanddelen in kwestie zijn gefinancierd of verkregen en dat hij zo nodig bescheiden overlegt die dit afdoende onderbouwen. Lees meer…

Cassatievlog #003 Huurkorting in corona-tijd
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974
Paul Tanja vertelt over het arrest van de Hoge Raad over huurkorting in corona-tijd. Kan een huurder van bedrijfsruimte huurprijsvermindering krijgen als hij door de coronamaatregelen zijn pand niet meer rendabel kan exploiteren?
Cassatievlog #003 is ook als podcast beschikbaar.

De beëindiging van het huurrecht van een van de medehuurders
HR 24 december 2021 ECLI:NL:HR:2021:1964
Medehuur kan door de rechter steeds worden beëindigd op verzoek van een van de huurders. De beslissing van de rechter op dat verzoek, waarmee de rechter het huurrecht toekent aan een van de huurders, heeft tot gevolg dat het huurrecht van de andere huurder(s) eindigt. Die beslissing heeft ook werking tegenover de verhuurder. Het voorgaande geldt ongeacht de wijze waarop de medehuur is ontstaan. Lees meer…

Cassatievlog #002 | Ex tunc toetsen op onredelijk bezwarende bedingen
HR 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1923
Sikke Kingma vertelt over het eerste arrest van de Hoge Raad over de manier van toetsing van onredelijk bezwarende bedingen in het auteurscontractenrecht (artikel 25f Auteurswet). Mag je bij die toetsing ook kijken hoe het beding in de praktijk is uitgevoerd, of moet je je beperken tot de inhoud van het beding, op het moment van contractsluiting?
Cassatievlog #002 is ook als podcast beschikbaar.

Uitoefening van bestuursdwang vereist eerst een schriftelijke aanzegging
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1984
Bestuursdwang dient te worden voorafgegaan door een schriftelijke aanzegging van bestuursdwang of last tot bestuursdwang. Een fictieve weigering van bezwaarschrift komt geen formele rechtskracht toe, maar dat betekent niet dat het besluit waartegen het bezwaar zich richtte, ter toetsing aan de burgerlijke rechter kan worden voorgelegd. Lees meer…

Bevoegdheid tot kennisneming van verlof tot erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis
HR 24 december 2021 ECLI:NL:HR:2021:1990
De Wet modernisering arbitragerecht is ook van toepassing op buitenlandse arbitrages. Op (buitenlandse) arbitrages die op of na 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het nieuwe arbitragerecht van toepassing en dan is het hof bevoegd om kennis te nemen van een verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis. Op arbitrages die vóór 1 januari 2015 aanhangig zijn gemaakt, is het oude arbitragerecht van toepassing en dan is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van een dergelijk verzoek. Lees meer…