

Beoordeling mededelingsplicht en normaal gebruik (art. 7:17 BW) bij koop woning met lichthinder
HR 11 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:2003
Bij de koop van een woning dient bij de beoordeling van de vraag of de woning aan de koopovereenkomst voldoet (art. 7:17 lid 1 BW) niet alleen acht geslagen te worden op een mogelijke mededelingsplicht van de verkoper, maar dient ook beoordeeld te worden of de woningen de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de kopers van die woning de aanwezigheid niet behoefden te betwijfelen (art. 7:17 lid 2 BW). Lees meer…

Rechtbank mag aangeboden schuldregeling niet wijzigen
HR 4 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:1953
De rechtbank mag een verzoek om één of meer schuldeisers te bevelen in te stemmen met een schuldregeling (art. 287a lid 1 Fw) slechts toe- of afwijzen. Zij mag het aanbod niet wijzigen. In dit geval heeft de rechtbank dit laatste wel gedaan. Daarmee heeft zij het verzoek in feite afgewezen. Het hof heeft verzoekster ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat tegen een afwijzing in hoger beroep kan worden opgekomen. Lees meer…

Immuniteit van executie is niet beperkt tot goederen met onmiddellijke publieke bestemming
HR 18 december 2020 ECLI:NL:HR:2020:2103
Op grond van het volkenrecht geldt voor goederen van een vreemde staat de presumptie van immuniteit, die alleen wijkt als is vastgesteld dat de desbetreffende goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn beoogd voor andere dan publieke doeleinden. Het is aan de schuldeisers of beslaglegger om gegevens aan te dragen aan de hand waarvan een andere dan een publieke bestemming kan worden vastgesteld. Uit deze regels volgt dat immuniteit van executie niet is beperkt tot goederen waarvan de onmiddellijke bestemming een publieke is. Lees meer…

Vergissing in appelexploot waardoor geïntimeerde te laat van het appel hoort, is nog niet fataal
HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2009 (Call2Collect / Afterpay)
Dat een partij door een fout in het appelexploot pas van het tegen haar ingestelde hoger beroep op de hoogte is geraakt nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep was verstreken, is onvoldoende (motivering) voor het oordeel dat die partij daardoor onevenredig in haar belangen zou worden geschaad en dat de appellant daarom niet-ontvankelijk zou zijn in het hoger beroep.

Bankgarantie niet ten onrechte geïnd
HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1892
Een abstracte bankgarantie is niet ten onrechte getrokken als later blijkt dat de begunstigde een grotere betalingsverplichting heeft jegens de partij die de bankgarantie had laten stellen. De begunstigde hoeft het uit de bankgarantie ontvangen bedrag dan ook niet als onverschuldigd betaald terug te betalen. Lees meer…

De schuldeiser die een faillissement uitlokt, dat later wordt vernietigd, kan aansprakelijk zijn voor de daardoor geleden schade
HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2004
De aanvrager van een faillissement kan aansprakelijk zijn voor de schade die het gevolg is van een faillissement dat op zijn aanvraag wordt uitgesproken, maar dat vervolgens op een rechtsmiddel wordt vernietigd. Dat is echter alleen het geval indien (i) de aanvrager wist of behoorde te weten dat geen grond bestond voor het uitspreken van het faillissement, dan wel (ii) de aanvrager anderszins met de aanvraag misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt. Lees meer…

Aanvang verjaring bij verzuim akte van huwelijkse voorwaarden in te schrijven
HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1887
Een notaris heeft een akte van huwelijkse voorwaarden gepasseerd, maar deze vervolgens niet ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. De Hoge Raad oordeelt dat het aanvangsmoment van de lange verjaringstermijn moet worden gesteld op het laatste moment waarop de notaris alsnog voor inschrijving van de akte had kunnen zorgdragen zonder tekort te schieten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis. Lees meer…

Het moment en beoordelingskader van een verrekeningsverweer
HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2005
Als een partij bij wijze van verweer een beroep doet op verrekening en de rechter dat verweer verwerpt met toepassing van artikel 6:136 BW, komt die rechter aan een beoordeling van de verrekeningsbevoegdheid uit artikel 6:127 lid 2 BW niet toe. Indien een schuldenaar vervolgens in hoger beroep opkomt tegen de verwerping van zijn verrekeningsverweer op de voet van art. 6:136 BW, moet de rechter in hoger beroep, indien hij voor toepassing van art. 6:136 BW geen aanleiding ziet, alsnog beoordelen of de schuldenaar tot verrekening bevoegd was op het moment dat deze de verrekeningsverklaring uitbracht. Lees meer…

Alleen een justitiabele wiens situatie door vermeende staatssteun concreet dreigt te worden beïnvloed, kan zich op art. 108 VWEU beroepen
HR 11 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2007
Een stichting met als doel het controleren van de naleving van het staatssteunverbod, die ter behartiging van het algemeen belang een verklaring voor recht vordert dat dit verbod in een concreet geval is geschonden, is niet een justitiabele wiens situatie door de vermeende steun concreet dreigt te worden beïnvloed. Zij kan zich daarom niet beroepen op het uitvoeringsverbod van art. 108 lid 3 VWEU. Lees meer…

Geen schorsing tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in zaak tussen Yukos en de Russische Federatie
HR 4 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1952
Op grond van artikel 1066 lid 2 (oud) Rv kan de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis worden geschorst. Bij de beslissing op dat schorsingsverzoek moet de rechter zich een voorlopig oordeel vormen over de vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis en daarnaast de belangen van partijen afwegen. Dat leidt er in deze zaak toe dat de tenuitvoerlegging van de arbitrale vonnissen tussen Yukos en de Russische Federatie niet wordt geschorst. Lees meer…