HR 24 maart 2017 ECLI:NL:HR:2017:487

Vraag of appelrechter voldoende kenbaar de voor het verzoek vervangende toestemming verhuizing relevante omstandigheden heeft meegewogen. Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend door middel van uitleg beschikking hof.

Uitgangspunt van de wet is dat ex-echtgenoten na echtscheiding het gezamenlijk gezag behouden over hun minderjarige kinderen. Hoe zij daaraan vorm willen geven, bijvoorbeeld ten aanzien van de gewone verblijfplaats van de kinderen, is onderwerp van het ouderschapsplan, over te leggen bij het verzoek tot echtscheiding. Zie: artikel 1:251 BW en artikel 815 lid 2 Rv.

De aldus beoogde invulling van het gezamenlijk gezag kan onder druk komen te staan indien één van de ex-echtgenoten een relatie aangaat met een nieuwe partner die op verdere afstand van de woonplaats van de kinderen woonachtig is en de desbetreffende ex-echtgenoot met die nieuwe partner wil gaan samenwonen en de bij hem of haar woonachtige kinderen wil laten meeverhuizen. Indien de andere ex-echtgenoot geen toestemming geeft voor verhuizing van de kinderen kan de rechter worden geadieerd voor vervangende toestemming verhuizing.

In zijn beschikking van 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901, NJ 2008/414, heeft de Hoge Raad geoordeeld, kort gezegd, dat de rechter bij zijn beslissing terzake alle (relevante) omstandigheden van het geval dient mee te wegen en dat in dit verband de belangen van het kind niet steeds zwaarder wegen dan die van de ouders.

In het onderhavige geval had de appelrechter het verzoek van de moeder om met haar zoon te verhuizen naar haar nieuwe partner in Duitsland afgewezen. Een belangrijk aspect in het oordeel van het hof vormde de constatering dat de zoon een achterstand heeft in taal, spraak en kleine motoriek. In cassatie betoogde de moeder dat het hof niet op alle door de moeder aangevoerde omstandigheden, pleitend vóór verhuizing naar Duitsland, acht had geslagen. De omstandigheden waarop de moeder in cassatie een beroep deed, hadden grotendeels betrekking op andere belangen dan die van het kind.

De Hoge Raad sauveert echter de beschikking van het hof, door daarin een impliciet oordeel te lezen over de door de moeder in cassatie naar voren gebrachte omstandigheden. Daaruit kan worden afgeleid dat de Hoge Raad niet eist dat alle in het kader van een debat over vervangende toestemming verhuizing over en weer gestelde omstandigheden expliciet door de rechter worden benoemd en geredresseerd. Daarin ligt tevens besloten dat de Hoge Raad kennelijk van oordeel is dat een beslissing over vervangende toestemming verhuizing en de in dat verband te maken belangenafweging vooral thuishoort in het domein van de feitenrechter.

Share This