HR 21 november 2025 ECLI:NL:HR:2025:1725 

Art. 426a lid 1 Rv bepaalt dat het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een procesinleiding die wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en wordt ingediend op de wijze bedoeld in art. 397 Rv, waar is bepaald dat de procesinleiding langs elektronische weg (via het portaal) wordt ingediend.

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 397 lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg in het portaal van de Hoge Raad. Ook is de procesinleiding niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv.

De griffie heeft bij brief aan verzoekster medegedeeld dat haar verzoek tot cassatie niet is ingediend op de wijze zoals voorgeschreven in art. 426a Rv, te weten door indiening van een procesinleiding in het portaal van de Hoge Raad door een cassatieadvocaat. Deze brief vermeldt verder dat beide gebreken kunnen worden hersteld door het verzoek tot cassatie binnen twee weken na binnenkomst op de griffie, alsnog door een cassatieadvocaat via het portaal van de Hoge Raad te laten indienen, een en ander op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Verzoekster heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet ontvankelijk is.

Share This

Cassatieblog.nl