Alle berichten met de tag: Rv art. 415


HR 12 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1888

Bij gebreke van een wettelijke bepaling over de vraag tot welk moment in de procedure een incidentele vordering tot voeging in cassatie uiterlijk kan worden ingesteld, wordt het tijdstip daarvoor bepaald door de eisen van een goede procesorde. Met het oog op een voortvarend verloop van de procedure in cassatie geldt daarbij als uitgangspunt dat een incidentele vordering tot voeging in cassatie tijdig is ingesteld indien dit gebeurt – ingeval de verweerder is verschenen – vóór of op de datum waarop de verweerder zijn verweerschrift moet indienen, dan wel – ingeval de verweerder niet is verschenen – vóór of op de datum waarop tegen de verweerder verstek wordt verleend. (meer…)

HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1140

Een incidentele vordering moet worden toegelicht bij het instellen daarvan. De mogelijkheid van een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal biedt geen gelegenheid voor een (nadere) toelichting. Voorwaarde voor toewijzing van een vordering tot zekerheidstelling is dat het belang van degene die daarom vraagt zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij het achterwege blijven ervan (vgl. HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012 (Newbay / Staat)). (meer…)

Cassatieblog.nl