Selecteer een pagina

Alle berichten van: Leon van der Boom


HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:726

De comparitie na aanbrengen in hoger beroep heeft een eigen doel en karakter. Deze comparitie strekt er met name toe voor een schriftelijke uitwisseling van partijstandpunten de mogelijkheid van een schikking te beproeven of afspraken te maken over het procesverloop. Indien partijen op deze zitting ook een toelichting geven op hun standpunten, behoeft dit niet plaats te vinden ten overstaan van de (meervoudige) kamer die ook eindarrest zal wijzen. (meer…)

HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:590 (ING/Schepel q.q.)

Voor de vraag of een pandakte ten tijd van de stille verpanding het te verpanden goed in voldoende mate bepaalt, is voldoende als de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welk goed het gaat. Dit uitgangspunt geldt ook voor andere goederen dan vorderingen, zoals bijvoorbeeld auteursrechten. (meer…)

HR 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:416 (X/BING)

Een vordering tot rectificatie is geen rechtsvordering betreffende een recht dat tot de boedel behoort in de zin van art. 25 lid 1 Fw gelet op het persoonlijke karakter ervan. De curator is daarom niet bevoegd het geding ter zake een dergelijke vordering  over te nemen. Indien de curator het geding niettemin (ook in zoverre) heeft overgenomen en de rechtbank dit heeft geaccepteerd, moet de gefailleerde die de overname betwist tegen deze (rol)beslissing van de rechtbank echter wel een rechtsmiddel instellen om te voorkomen dat zij kracht van gewijsde krijgt. (meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1947

De indiening van een verzoek tot verkorting van de duur van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de gesaneerde valt onder de uitzondering van art. 4 lid 2 Wgbz, wat betekent dat de gesaneerde voor deze procedure geen griffierecht is verschuldigd. (meer…)

HR 13 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1949

Bij de beoordeling of tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling een te zware sanctie is, mogen de specifieke persoonlijke omstandigheden van de gesaneerde worden meegenomen. Dit oordeel dient echter wel goed gemotiveerd te worden. Als de in appel in het ongelijk gestelde partij, is de bewindvoerder op de voet van art. 351 lid 5 Fw ontvankelijk in cassatie.

(meer…)