Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


Hoge Raad 24 januari 2025, ECLI :NL:HR:2025:114

Hoe zat het ook alweer met de regels bij een rechterswissel na een mondelinge behandeling? En gelden die regels ook voor raden (niet-rechters) bij de Ondernemingskamer? Maartje Möhring bespreekt in een vlog van drie minuten een recente uitspraak van de Hoge Raad met de antwoorden op deze vragen.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #120 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

 

 

HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:87

Het gaat in deze cassatie in het belang der wet om een wrakingsbeslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De Hoge Raad overweegt onder meer dat het vermoeden van rechterlijke onpartijdigheid ook geldt voor een lid-beroepsgenoot van een tuchtcollege voor de gezondheidszorg. Verder somt de Hoge Raad acht omstandigheden op die van belang kunnen zijn bij de vraag of sprake is van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. (meer…)

HR 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:114

De vaste rechtspraak van de Hoge Raad over een rechterswissel na mondelinge behandeling, is ook van toepassing op raden (niet-rechters) in zaken die door de Ondernemingskamer worden behandeld. (meer…)

HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1807; ECLI:NL:HR:2024:1810; ECLI:NL:HR:2024:1812; ECLI:NL:HR:2024:1813.

Achtergrond

 Een bank, vastgoedinvesteerders, gasmaatschappijen en een luchthaven (de investeerders) zijn bij het Permanente Hof van Arbitrage (PHA) een arbitrageprocedure begonnen tegen de Russische Federatie op basis van een tussen Oekraïne en de Russische Federatie gesloten bilateraal investeringsverdrag (BIT 1998). Volgens de investeerders zijn de investeringen die zij deden op de Krim onteigend in strijd met dit verdrag na de incorporatie van de Krim door de Russische Federatie, waardoor zij schade hebben geleden.

Het PHA heeft in alle procedures een tussenuitspraak gewezen, waarin het heeft geoordeeld dat het bevoegd is om van de vorderingen van de investeerders kennis te nemen. Bij (gedeeltelijke) einduitspraak heeft het PHA in de zaken geoordeeld dat de Russische Federatie het BIT 1998 heeft geschonden.

De Russische Federatie heeft bij de Nederlandse rechter op meerdere gronden vernietiging van de arbitrale uitspraken gevorderd. Het hof heeft de vorderingen van de Russische Federatie afgewezen (link, link, link, link). Tegen deze beslissingen heeft de Russische Federatie cassatieberoep ingesteld. (meer…)

HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1910

Het Gemeenschappelijk Hof was klaarblijkelijk van oordeel dat een andere valuta dan de Turkse lira niet relevant was voor de in Turkije woonachtige speler. De afwijzing van koerswijzigingsschade kan daarmee standhouden. De cessie aan het Curaçaose SBGOK maakt daarbij geen verschil. Het recht van een schuldeiser om betaling in de plaatselijke valuta te vorderen (art. 6:123 BW(C)), is hier niet van belang, daarvoor geldt namelijk de koers van de dag van betaling. (meer…)

HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1068

Dit arrest gaat over de positie van een zogeheten dynamisch incorporatiebeding bij een overgang van onderneming. Een dergelijk beding ‘incorporeert’ niet alleen de ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst geldende cao (‘statisch’), maar verklaart ook de nadien overeengekomen cao’s toepasselijk (‘dynamisch’). Kunnen werknemers zich na een overgang van onderneming op dit beding beroepen? (meer…)

Cassatieblog.nl