Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Rv art. 133 lid 4


HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1873
HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1875

De eisen van een goede procesorde brengen mee dat de rechter aan wie is gebleken dat een eerder door hem gegeven bindende eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing. Deze maatstaf geldt ook als de eindbeslissing bestaat uit het verlenen van akte niet-dienen. In zo’n geval zijn dus geen bijzondere, in de zin van uitzonderlijke, omstandigheden vereist. (meer…)

HR 16 december 2022 ECLI:NL:HR:2022:1873 (Marba / Salling)

De beslissing tot het verlenen van een akte niet-dienen heeft vaak verstrekkende gevolgen. De rechter kan worden gevraagd om van die beslissing terug te komen. Maar welke maatstaf moet de rechter bij de beoordeling van zo’n verzoek hanteren? In 2015 heeft de Hoge Raad hiervoor een strenge maatstaf geformuleerd. Daar komt de Hoge Raad nu van terug. In dit Cassatievlog bespreekt Maartje Möhring in drie minuten het arrest van de Hoge Raad.

 

HR 6 oktober 2017 ECLI:NL:HR:2017:2568

Het gaat in deze zaak om de vraag of het hof Amsterdam na afloop van de ambtshalve verleende termijn van veertien dagen voor herstel van het verzuim om van grieven te dienen, akte niet-dienen van grieven mocht verlenen op basis van het op dat moment geldende pilotreglement bij dit hof.

(meer…)

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2798, ECLI:NL:HR:2014:2804, ECLI:NL:HR:2014:2813

Uitgangspunt is dat de advocaat die partijen vertegenwoordigt zonder meer geacht wordt op de hoogte te zijn van de in de procedure geldende termijnen en van de vérstrekkende gevolgen die verbonden zijn aan overschrijding daarvan. In deze drie zaken (waarin steeds door het hof akte niet-dienen van grieven is verleend op grond van de toepasselijke procesreglementen) acht de Hoge Raad sprake van een bijzondere situatie, die een uitzondering op dit uitgangspunt rechtvaardigt. (meer…)

Cassatieblog.nl