

Motiveringsdrempel alimentatiebeslissing niet gehaald; jaaroverzicht vernietigde alimentatiebeschikkingen
HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:262
Het bestreden oordeel van het hof dat de vader onvoldoende inzicht in zijn financiële positie heeft gegeven, voldoet niet aan de minimale eis dat ook een beslissing over alimentatie ten minste zodanig dient te worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Lees meer…

Geen formele rechtskracht boetebesluit bij onbevoegde bestuursrechter in beroepsprocedure
Arubaanse zaak. Een vordering die ertoe strekt dat de belastinginspecteur de bij een belastingaanslag opgelegde boete in onvoldoende mate heeft verminderd, stuit niet af op de leer van de formele rechtskracht, als de hoogste bestuursrechter zich onbevoegd heeft verklaard over de ambtshalve vermindering van de aanslag te oordelen. Dat de oorspronkelijke aanslag inmiddels formele rechtskracht heeft gekregen, maakt dat niet anders. Lees meer…

Boetebeding en aanvullende schadevergoeding: de grenzen van de rechtsstrijd
HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:259 (X/Goed Vast Goed Veenendaal B.V.)
De Hoge Raad oordeelt dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen is getreden, omdat verweerster – anders dan het hof heeft overwogen – in hoger beroep niet de stelling heeft betrokken dat partijen hebben willen afwijken van de wettelijke regeling van art. 6:92 lid 2 BW. Weliswaar heeft verweerster in hoger beroep aanspraak gemaakt op vergoeding van haar schade voor zover deze uitgaat boven het bedrag van de contractuele boete, maar daartoe heeft zij zich enkel beroepen op art. 6:94 lid 2 BW. Lees meer…

Toepassing Lex Murphy rond betaling griffierecht rechtgezet in cassatie
HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:272
Curaçaose zaak. Gelet op de in cassatie overgelegde stukken acht de Hoge Raad voldoende aannemelijk dat het griffierecht voor het hoger beroep was voldaan. De door het hof uitgesproken vervallenverklaring wegens niet-tijdige betaling wordt vernietigd. Lees meer…

Verstrekkende sanctie (verval)beding in commercieel contract behoeft geen expliciete vermelding
HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:260 (Afvalzorg c.s./Slotereind)
(1) Ook waar een beding verstrekkende gevolgen heeft (zoals een vervalbeding) of waar het een overeenkomst tussen twee professionele partijen betreft die zich hebben laten bijstaan door juridische adviseurs, kunnen de omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. (2) Bij de toepassing van een contractueel vervalbeding wegens te late melding van een klacht moet mede acht worden geslagen op enerzijds het ingrijpende rechtsgevolg daarvan en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar door de late klacht is geschaad. Lees meer…

Bopz: de AVG is (nog) niet bevoegd een geneeskundige verklaring af te geven
HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:270
Dat een arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG) na de inwerkingtreding van de wet van 4 december 2013 (Stb. 2013/560) krachtens art. 1 van de Wet Bopz bevoegd zal zijn de voor gedwongen opneming van een verstandelijk gehandicapt persoon vereiste verklaring af te geven, is onvoldoende om te oordelen dat een AVG daartoe ook voor de inwerkingtreding van de wet bevoegd was. Daarbij is mede van belang dat in deze wet aan de hier bedoelde wijziging van art. 1 Wet Bopz geen terugwerkende kracht is verleend. Lees meer…

Hernieuwde toekenning WAO-uitkering geeft niet zonder meer recht op aanvullende uitkering op grond van CAO
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:218
Wanneer een werknemer op grond van een hernieuwde toekenning in de zin van artikel 43a lid 1 WAO (opnieuw) een WAO-uitkering ontvangt, brengt dat niet automatisch mee dat hij tevens opnieuw aanspraak kan maken op de aanvullende uitkering waar hij volgens de toepasselijke CAO recht op had bij de eerste vaststelling van arbeidsongeschiktheid door het UWV. Wanneer het reglement bij de CAO voor de hoedanigheid van uitkeringsgerechtigde als eis stelt dat de werknemer, op het moment dat hij de WAO-uitkering toegekend krijgt, verzekerd is via een werkgever in de metaal of techniek, dan geldt dat ook wanneer het gaat om een hernieuwde toekenning. Is de werknemer op dat moment niet meer bij een dergelijke werkgever werkzaam, dan kan hij geen aanspraak maken op de aanvullende uitkering. Lees meer…

Beoordeling in hoger beroep van pluraliteit van schuldeisers na betaling van steunvorderingen
HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:98 (X / Unitco B.V.)
Voor het in hoger beroep handhaven van een faillissement is vereist dat ook ten tijde van de appelprocedure het bestaan van steunvorderingen summierlijk is gebleken. De opvatting dat deze pluraliteit van schuldeisers in een uitgesproken faillissement moet worden aangenomen, tenzij het tegendeel aannemelijk is gemaakt, is dus onjuist. Het (laten) betalen van steunvorderingen in een faillissementssituatie is niet zonder meer ontoelaatbaar en levert geen doorbreking op van de paritas creditorum. Lees meer…

Caribisch procesrecht – positieve zijde van de devolutieve werking
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:214 (New India/Verweerder)
De werking van de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep is in het procesrecht van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, en Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Caribische procesrecht) niet wezenlijk anders dan in Nederland. Lees meer…

CAO Metalelektro niet van toepassing op metaalbewerking als ondergeschikte activiteit
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:215 (ROM en PME/Adimec)
Indien het be- en/of verwerken van metalen slechts een ondergeschikt onderdeel van de bedrijfsactiviteit van een onderneming vormt, is voor toerekening van de (overige) gewerkte arbeidsuren op de voet van het Vector-arrest geen plaats en valt die onderneming dus niet onder de werkingssfeer van de CAO voor de Metalelektro. Lees meer…