Wvggz; bij twijfel over verplichte zorg moet de rechter afwijzen of aanhouden
HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1552
Als bij de rechter twijfel bestaat of aan de eisen voor verlening van een zorgmachtiging is voldaan, moet hij óf het verzoek van de officier van justitie afwijzen óf nader onderzoek laten verrichten. Lees meer…
Wvggz; aansluitende machtiging, gesloten stelsel van rechtsmiddelen
HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1546 en ECLI:NL:HR:2024:1548
Aan het vereiste dat een zorgmachtiging voor maximaal twaalf maanden ‘aansluit op een zorgmachtiging’ (art. 6:5 onder b Wvggz) is ook voldaan als die eerdere zorgmachtiging niet verleend had mogen worden. Lees meer…
Cassatievlog #112 | De taak van de burgerlijke rechter bij strafrechtelijk beslag
Hoge Raad 1 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1560
Een advocaat wil zich verzetten tegen de wijze waarop verschoningsrechtelijke stukken worden beoordeeld in een strafzaak. Kan zij daarvoor terecht bij de civiele rechter? In drie minuten bespreekt Matthijs Bakker het antwoord van de Hoge Raad.
Cassatievlog #112 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Begroting van schade door koerswijziging
HR 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1258
Deze zaak heeft betrekking op een vordering tot vergoeding van koerswijzigingsschade in de zin van art. 6:125 BW. De vraag is op welke wijze moet worden vastgesteld of sprake is van koerswijzigingsschade en wat de omvang ervan is. Lees meer…
Prejudiciële beslissing over ‘bestelknop’
HR 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1355 en 1366
De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de vereiste duidelijkheid van een bestelknop op websites en de gevolgen van onvoldoende duidelijke bestelknoppen. Uit een bestelknop met de enkele tekst ‘bestelling’, ‘bestelling plaatsen’ of ‘bestelling afronden’ blijkt volgens de Hoge Raad onvoldoende duidelijk dat de consument bij het klikken daarop een betalingsverplichting aangaat. De overeenkomst die via zo’n knop tot stand komt is daarom vernietigbaar. De Hoge Raad geeft handvatten voor de gevolgen van (gedeeltelijk) vernietigde overeenkomsten en het afwikkelen daarvan. Lees meer…
Cassatievlog #111 | Taak rechter in hoger beroep bij vervallen spoedeisend belang
Hoge Raad 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1541
Als in een kort geding op het moment van de beslissing in hoger beroep geen spoedeisend belang bestaat, wijst het hof de vordering af. Maar dat betekent niet per se dat het vonnis in eerste aanleg niet juist was. Dat kan van belang zijn omdat in de periode tussen het vonnis in eerste aanleg en de beslissing in hoger beroep dwangsommen zijn verbeurd (op grond van het vonnis in eerste aanleg). Hoe moet de rechter in hoger beroep hiermee omgaan – en, vooral, wat moet hij in zo’n geval ambtshalve beoordelen? Maartje Möhring bespreekt in drie minuten de uitspraak van de Hoge Raad hierover.
Cassatievlog #111 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Reikwijdte art. 10:8 BW
HR 18 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1474
Als een internationale of Unierechtelijke regeling van toepassing is, kan de rechter art. 10:8 BW slechts toepassen voor zover dat in het concrete geval daarmee verenigbaar is. De rechter moet daartoe eerst onderzoeken of een dergelijke internationale of Unierechtelijke regeling van toepassing is.
Het onverwijld verstrekken van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling
HR 18 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1476
Een partij die verzoekt om afgifte van een proces-verbaal omdat zij overweegt een rechtsmiddel in te stellen, heeft bij het opmaken van het proces-verbaal belang. Die partij heeft er ook recht op dat het proces-verbaal zo spoedig mogelijk moet worden verstrekt, en aan zo’n verzoek moet dan ook onverwijld worden voldaan. Lees meer…
Cassatievlog #110 | Partij die rechtsmiddel overweegt, heeft recht op onverwijlde afgifte van p-v
Hoge Raad 18 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1476
Een procespartij die overweegt een rechtsmiddel in te stellen, heeft belang bij, en recht op, het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Aan een daartoe strekkend verzoek van die partij dient dan ook onverwijld te worden voldaan. Dat heeft de Hoge Raad afgelopen vrijdag geoordeeld. Berend-Bram Heinen, cassatieadvocaat bij Pels Rijcken, bespreekt deze uitspraak.
Cassatievlog #109 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister de podcast hier.
Verjaringstermijn voor een individuele vordering tot schadevergoeding aansluitend op een collectieve actie
HR 27 september 2024 ECLI:NL:HR:2024:1311 (Groeivermogen N.V. / verweerder)
Welke verjaringstermijn geldt voor een individuele vordering tot schadevergoeding aansluitend op een in een collectieve actie toegewezen verklaring voor recht? De Hoge Raad oordeelt dat, overeenkomstig de hoofderegel van art. 3:319 lid 1 BW, vanaf de dag na het in kracht van gewijsde gaan van de toewijzende uitspraak in de collectieve actie een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen voor de vorderingen van individuele belanghebbenden die op de collectieve actie aansluiten, die gelijk is aan de oorspronkelijke verjaringstermijn, maar niet langer dan vijf jaar. Lees meer…