Zijn de kosten van vervanging van asbesthoudende daken bereddingskosten?

Zijn de kosten van vervanging van asbesthoudende daken bereddingskosten?

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:588

(i) Kosten van onderhoud kunnen normaal niet op de voet van art. 7:957 lid 2 BW voor rekening van de verzekeraar worden gebracht. De kosten van een maatregel die vereist is om onmiddellijk gevaar af te wenden of om de schade te beperken kunnen echter wel als zodanige bereddingskosten worden aangemerkt, ook al zouden deze kosten in andere omstandigheden tot de kosten van het normale onderhoud behoren.
(ii) Als beredding bestaat in verwijdering van de schadeveroorzakende zaak kan het zo zijn dat ook kosten van vervanging als kosten van beredding moeten worden aangemerkt, omdat de enkele verwijdering weliswaar doelmatig zou zijn, maar het verlies van de functie van die zaak redelijkerwijs niet of niet volledig voor risico van de verzekerde of verzekeringnemer behoort te komen. Lees meer…

Overgangsrecht voor erfpachtafhankelijke opstalrechten en de openbaarheid van digitale zittingen

Overgangsrecht voor erfpachtafhankelijke opstalrechten en de openbaarheid van digitale zittingen

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:628 (X / Stichting Het Utrechts Landschap)

(i) Een digitale zitting is niet naar zijn aard niet openbaar. Het beperken van de openbaarheid van een zitting – door slechts enkele mensen digitaal toe te laten – is niet in strijd met art. 6 EVRM en art. 121 van de Grondwet.
(ii) Het vergoedingsrecht voor erfpachtafhankelijke opstalrechten op grond van art. 5:105 lid 3 BW in samenhang met art. 5:99 BW geldt ook voor afhankelijke opstalrechten die vóór 1 januari 1992 bestonden.  Lees meer…

Ontvankelijkheid van een bij verzetexploot ingestelde reconventionele vordering bij niet ontvankelijkheid van het verzet

Ontvankelijkheid van een bij verzetexploot ingestelde reconventionele vordering bij niet ontvankelijkheid van het verzet

HR 22 april 2022 ECLI:NL:HR:2022:585

Als een partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in een door haar ingesteld verzet tegen een verstekvonnis, kan een in het verzet-exploot ingestelde vordering in reconventie onder omstandigheden alsnog worden beoordeeld door de rechter. Daarvoor is nodig dat de betrokken partij te kennen geeft in geval van niet-ontvankelijkheid in het verzet toch beoordeling van haar vordering te wensen. In dat geval kan het exploot worden aangemerkt als een gewone dagvaarding, die een nieuwe procedure inluidt. Lees meer…

Cassatievlog #018 | Letselschade en toerekening

Cassatievlog #018 | Letselschade en toerekening

 

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

In een televisie-uitzending over de verduistering van een grote partij sloten is een meneer met een verborgen camera in beeld gebracht en neergezet als de heler van de gestolen sloten. Later is gebleken dat dit niet juist was: de sloten die meneer verkocht, waren niet afkomstig van de diefstal, maar van een brandschade. De meneer zegt door deze uitzending onder meer psychische klachten te hebben opgelopen. Hij stelt daarvoor het omroepbedrijf en de producent van het programma aansprakelijk.

In de gerechtelijke procedure die hierop volgt, komt vast te staan dat hun handelen onrechtmatig is geweest. En ook komt vast te staan dat de psychische schade van meneer het gevolg is van de bewuste uitzending, dus van het onrechtmatige handelen. In de cassatieprocedure gaat het met name nog om de vraag in hoeverre die psychische schade aan de veroorzakers daarvan kan worden toegerekend. Berend-Bram Heinen bespreekt in dit cassatievlog in 3 minuten het arrest van de Hoge Raad.

 

Cassatievlog #018 is ook als podcast beschikbaar.

Aanvang van de verjaringstermijn bij een vordering tot schadevergoeding

Aanvang van de verjaringstermijn bij een vordering tot schadevergoeding

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:627

Een vordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Het gaat hier om een daadwerkelijke bekendheid. Het enkele vermoeden van schade of van welke persoon voor de schade aansprakelijk is, volstaat niet. Lees meer…

Is de verwekker belanghebbende in een procedure over een verzoek tot wijziging van de voornamen van een minderjarig kind?

Is de verwekker belanghebbende in een procedure over een verzoek tot wijziging van de voornamen van een minderjarig kind?

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:622

De vraag wie belanghebbende is in de zin van art. 798 Rv, wordt bepaald door het onderwerp van de aan de rechter voorgelegde zaak en de rechten en verplichtingen waarop de betrokkene zich beroept. Het schrappen van een van de voornamen van een minderjarig kind levert in dit geval een inmenging op in het tussen de man en de zoon bestaande familie- en gezinsleven en in het privéleven van de man. De man dient dan ook te worden aangemerkt als belanghebbende in de procedure over de wijziging van de voornamen van de zoon.  Lees meer…

Een (kenbare) grief tegen een voor appellant nadelig oordeel?

Een (kenbare) grief tegen een voor appellant nadelig oordeel?

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:594

In cassatie staat in deze zaak de vraag centraal of in hoger beroep door appellant een (kenbare) grief is gericht tegen een bepaalde – voor appellant nadelige – beslissing van de rechtbank. Dat is van belang, omdat het hof anders in beginsel gebonden is aan die beslissing van de rechtbank. In dit geval was geen (kenbare) grief gericht tegen de voor appellant nadelige beslissing van de rechtbank. Het hof is dan ook buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep getreden door desondanks op dat punt tot een andere beslissing te komen dan de rechtbank. Lees meer…

Cassatievlog #017 | Procedure over naamswijziging van een kind: is de verwekker belanghebbende?

Cassatievlog #017 | Procedure over naamswijziging van een kind: is de verwekker belanghebbende?

HR 22 april 2022 ECLINL:HR:2022:622

De Hoge Raad heeft verduidelijkt wie moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv in een procedure over een verzoek tot wijziging van de voornamen van een minderjarig kind. Het antwoord op die vraag is van belang omdat een belanghebbende in de procedure betrokken moet worden en eventueel een rechtsmiddel kan instellen. In dit Cassatievlog bespreekt Maartje Möhring het arrest van de Hoge Raad in 3 minuten.

Cassatievlog #017 is ook als podcast beschikbaar.

Archief

Cassatieblog.nl