Selecteer een pagina

De Hoge Raad past de standaardoverwegingen aan voor uitspraken zonder inhoudelijke motivering (afdoening met toepassing art. 80a of art. 81 RO). De Hoge Raad heeft dat afgelopen vrijdag toegelicht met een persbericht.

Art. 80a en 81 RO werden in 2012 ingevoerd met de Wet versterking cassatierechtspraak. Art. 80a RO maakt ‘selectie aan de poort’ mogelijk. De Hoge Raad kan een ingesteld cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren als de cassatieklachten ‘klaarblijkelijk’ niet tot cassatie kunnen leiden of de partij die het cassatieberoep instelt ‘klaarblijkelijk’ onvoldoende belang heeft. Dan vindt geen verdere inhoudelijke behandeling van de zaak plaats. Een zaak die met art. 81 RO wordt afgedaan, is wel op de gebruikelijke manier inhoudelijk behandeld. Als het cassatieberoep ongegrond is en als de Hoge Raad vindt dat het geen juridisch belangrijke nieuwe vragen oproept, hoeft hij dat met toepassing van dat artikel niet verder te motiveren.

De standaardoverweging waarmee deze zaken werden afgedaan, bleef de afgelopen jaren dicht bij de wettekst. Dat verandert nu. Woorden als ‘nopen’, ‘behoeven’ en ‘klaarblijkelijk’ komen er niet meer in voor. Ook vermeldt de Hoge Raad nu expliciet dat hij de klachten over de uitspraak van het hof heeft beoordeeld. Het persbericht van de Hoge Raad vermeldt dat de standaardoverweging de winnende tekst is van een interne herschrijfwedstrijd. De Hoge Raad is al langer bezig met een project ‘Helder Recht’. Het doel is heldere, begrijpelijke en goed leesbare uitspraken.

Op 10 januari jl. wees de civiele kamer van de Hoge Raad een eerste arrest met de nieuwe standaardmotivering (ECLI:NL:HR:2020:29). Deze luidt als volgt:

“De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).”

De verweerster in cassatie in deze zaak werd bijgestaan door Martijn Scheltema en de auteur.

Art. 80a RO wordt het meest gebruikt door de strafkamer van de Hoge Raad. De eerste niet-ontvankelijkverklaring  volgde op 14 januari jl. (ECLI:NL:HR:2020:15):

“De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur‑generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).”

Share This