Alle berichten met de tag: BW art. 1:254 (oud)


HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:295

Ten aanzien van het opleggen van de maatregel van een ‘omgangsondertoezichtstelling’ geldt (i) dat de rechter moet aangeven op grond waarvan hij tot het oordeel is gekomen dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en (ii) dat aan de motivering voor de toewijzing van ondertoezichtstelling in zo een geval hoge eisen worden gesteld. (meer…)