Alle berichten met de tag: opschortende voorwaarde


HR:24 mei 2019 ECLI:NL:HR:2019:814

Het is aan de onderzoekend psychiater om aan de hand van de over betrokkene bekende gegevens te beoordelen of het meebrengen of toelaten van beveiliging noodzakelijk is.
Het verlenen van een rechterlijke machtiging onder een opschortende voorwaarde van beëindiging van een strafrechtelijke maatregel is toelaatbaar in alle gevallen waarin de betrokkene op strafrechtelijke grondslag is gedetineerd. Uit het bepaalde in art. 10 lid 1 Wet Bopz volgt evenwel dat ook een machtiging waaraan zodanige voorwaarde is verbonden, niet meer ten uitvoer kan worden gelegd wanneer meer dan twee weken na haar dagtekening zijn verlopen. (meer…)

HR 3 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2228

Artikel 7A:1798 BW is alleen van toepassing op een door partijen overeengekomen opschortende tijdsbepaling, en niet op een opschortende voorwaarde. Uitgaande van het bestaan van deze voorwaarde, rusten op de partij die desondanks nakoming verlangt, de stelplicht en bewijslast dat de voorwaarde niet langer aan nakoming in de weg staat doordat deze in vervulling is gegaan. (meer…)

HR 1 juni 2012, LJN BV1748 (Gemeente Almere/X c.s.)

Art. 160 lid 1 sub e Gemeentewet kent het college van B&W de bevoegdheid toe tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Deze bevoegdheid sluit niet uit dat met instemming van B&W onderhandelingen over een voorgenomen privaatrechtelijke rechtshandeling namens de gemeente door ambtenaren kunnen worden gevoerd en dat als resultaat van die onderhandelingen een rechtshandeling tot stand komt onder de voorwaarde van goedkeuring door het college van B&W. In een dergelijk geval kan een zodanige voorwaarde (door partijen of de rechter) worden aangemerkt als opschortende voorwaarde in de zin van art. 6:21 BW, zodat in voorkomend geval ook art. 6:23 lid 1 BW toepassing kan vinden. (meer…)