Dossier: Internationaal privaatrecht


HR 18 november ECLI:NL:HR:2022:1702

Dat de “home base” in de zin van bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 3922/91 op verzoek van de piloot kon worden gewijzigd, heeft het hof niet hoeven weerhouden van zijn oordeel omtrent de plaats “van waaruit” de piloot het belangrijkste deel van zijn verplichtingen jegens NetJets vervulde.

(meer…)

HR 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1430

Arrest na beantwoording prejudiciële vragen. Voor de toepassing van de art. 1 leden 1 en 3 en art. 2 lid 1 Detacheringsrichtlijn is beslissend of sprake is van een voldoende nauwe band tussen het werk dat de betrokken werknemer tijdelijk verricht en het grondgebied van de lidstaat waar hij dat werk verricht.

(meer…)

HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1114 

De verklaring voor recht (op grond van art. 10:122 BW) ten aanzien van de wereldwijde organisatie van de Hells Angels en de verbodenverklaring en ontbinding (op grond van art. 2:20 BW) ten aanzien van de Nederlandse overkoepelende organisatie van de Hells Angels, kunnen indirect gevolgen hebben voor de afzonderlijke charters en leden van de Hells Angels. Op grond van art. 140 lid 2 Sr is deelneming aan de voortzetting van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard of ten aanzien waarvan een onherroepelijke verklaring als bedoeld in art. 10:122 lid 1 BW is afgegeven strafbaar. Het is aan de strafrechter om te beslissen wanneer daarvan sprake is. (meer…)

HR 15 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1108

Klaarblijkelijk berust het oordeel van het hof over een beroep op het gezag van gewijsde van een Belgisch verstekvonnis op zijn uitleg van het Belgisch recht. Klachten stuiten af op art. 79 lid 1, aanhef en onder b, RO. Verder: beperkte strekking eis inschrijving in rechtsmiddelenregister.

(meer…)

HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:685

De Hoge Raad ziet op dit moment af van beantwoording van prejudiciële vragen over de rechtsgevolgen van draagmoederschap in het buitenland, omdat hierover op korte termijn een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. In de tussentijd kan de rechter in een concrete zaak een beslissing nemen aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan de rechter ook overeenkomstige toepassing geven aan art. 10:100 en 10:101 BW. (meer…)

HR 25 maart 2022 ECLI:NL:HR:2022:440

Het geheel van feitelijke omstandigheden laat geen andere conclusie toe dan dat sprake is van een zekere integratie van de minderjarige in een sociale en familiale omgeving in Nederland, en daarmee dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in de zin van art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis ten tijde van de indiening van het inleidende verzoekschrift door de Raad in Nederland was gelegen. (meer…)

Cassatieblog.nl