Wet Bopz: en opnieuw de hoorplicht

HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:188

Als wordt verzocht om een machtiging om iemand op medische gronden gedwongen te doen opnemen, bepaalt art. 8 lid 1 Wet Bopz dat de rechter degene hoort ten aanzien van wie de machtiging is verzocht, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet bereid is zich te doen horen. De Hoge Raad laat, jaar in, jaar uit, niet na om het belang van deze hoorplicht te benadrukken. Toch gaat het voor de rechtbank in deze zaak opnieuw fout. Lees meer…

Terzijdestelling wettelijke regeling verval van instantie mogelijk?

HR 23 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:112 (Bera/ING)

Uit ’s hofs weergave van de door partijen gemaakte procesafspraak volgt niet dat partijen hebben afgesproken dat bij uitblijven van de proceshandeling binnen de afgesproken termijn, de instantie vervallen zou worden verklaard zonder dat daartoe de procedure van art. 251 Rv behoefde te worden gevolgd. Daarom kan in het midden blijven of de regeling van art. 251 Rv terzijde kan worden gesteld. Lees meer…

Rijden onder invloed en voorwaardelijk opzet onder de WAM-verzekering

HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:83 (TVM Verzekeringen / verweerder)

De vraag of de polisvoorwaarde waarin voorwaardelijk opzet van dekking is uitgesloten meebrengt dat schade veroorzaakt door een bestuurder die rijdt onder invloed van alcohol van dekking is uitgesloten, moet worden beantwoord aan de hand van het DSM/Fox-arrest. Voor de consument-verzekerde moet bovendien duidelijk en begrijpelijk zijn geweest dat die omstandigheid tot dekkingsuitsluiting leidt. HR 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3715 volstaat niet voor het oordeel dat de verzekerde niet hoefde te begrijpen dat rijden onder invloed niet tot dekkingsuitsluiting onder de opzetclausule leidt. Lees meer…

Afwijzing verzoek tot overlegging stukken in procedure tot afwikkeling van huwelijkse voorwaarden is een tussenbeschikking

HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3648

Een verzoek tot afgifte van stukken, gedaan in het kader van een procedure strekkende tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden van partijen, heeft betrekking op de voortgang of instructie van de zaak en is niet de zelfstandige inzet van het geding. Een beschikking strekkende tot afwijzing van een dergelijk verzoek moet daarom als een tussenbeschikking worden gekwalificeerd. De Hoge Raad sluit aan bij HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3264, NJ 2013/288.  Lees meer…

Gezag van gewijsde van een arbitraal vonnis en het tenietgaan van een vordering door verrekening

HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:84 (Mr. Cnossen q.q. / Provincie Friesland)

Het gezag van gewijsde van een arbitraal vonnis geldt alleen in een ander geding tussen dezelfde partijen of hun rechtverkrijgenden (art. 1059 jo. 236 Rv). In casu kan echter ook tussen partijen in dit geding uitgangspunt zijn, als bindend door arbiters in de rechtsverhouding van de betrokken partijen vastgesteld, dat de litigieuze vordering door verrekening is tenietgegaan. Lees meer…

Bevoegdheid tot ambtshalve ontslag van een bewindvoerder komt ook toe aan de appelrechter

HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:86

De kantonrechter kan ambtshalve ontslag verlenen aan een bewindvoerder (art. 1:448 lid 2 BW). Die bevoegdheid komt eveneens toe aan het hof als appelrechter. Dat brengt mee dat de (appel)rechter bij zijn beslissing over het ontslag van een bewindvoerder niet is gebonden aan de gronden die een belanghebbende daarvoor eventueel heeft aangevoerd. Lees meer…

Verhaal van saneringskosten door overheid in hoedanigheid van grondeigenaar

HR 9 januari 2014, ECLI:NL:HR:2015:37 (Gemeente Haarlem/Verweerster)

De regeling van art. 75 Wet bodembescherming (Wbb) laat onverlet dat een overheidslichaam op de grondslag van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) vergoeding kan vorderen van schade die het in de hoedanigheid van grondeigenaar lijdt wegens kosten van onderzoek en sanering. Lees meer…

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over internationale bevoegdheid bij zuivere (initiële) vermogensschade

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36 (Universal Music International Holding/verweerders)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over het begrip “plaats waar het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan” (art. 5 lid 3 EEX-Vo) in het geval waarin in het “Erfolgsort” (plaats waar schade intreedt) uitsluitend vermogensschade is geleden en die schade het rechtstreekse gevolg is van onrechtmatig handelen in het “Handlungsort” (plaats van schadetoebrengende handeling).  Lees meer…

Voor ontslag van directeur van coöperatie zonder bestuursbevoegdheid en –verantwoordelijkheid is ontslagvergunning vereist

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:38 (Eiser/ACU)

Curaçaose zaak. De uitzondering die de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (LBA) ten aanzien van directeuren van een vennootschap of doelvermogen maakt op het vereiste van een ontslagvergunning heeft alleen betrekking op personen die tot bestuurder van een vennootschap of een doelvermogen zijn benoemd. Het strookt met de aan de LBA ten grondslag liggende beschermingsgedachte dat personen die wel de titel ‘directeur’ dragen, maar niet op de hiervoor genoemde wijze tot bestuurder zijn benoemd (en dus bestuursbevoegdheid en –verantwoordelijkheid dragen), niet onder deze uitzondering op het vergunningvereiste vallen. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl