

Geen erkenning van Albanees vonnis
HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1170
Een beslissing van het EHRM waarbij een verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek op de grond dat niet is voldaan aan de eisen van de art. 34 en 35 EVRM, brengt niet mee dat de Nederlandse rechter die onderzoekt of een buitenlandse beslissing naar commuun internationaal privaatrecht in Nederland kan worden erkend, tot het oordeel dient te komen dat geen sprake is van strijd met de openbare orde.

Het doen van rekening en verantwoording: verplicht op grond van het ongeschreven recht?
HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1848
Een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording kan ontstaan krachtens de wet, krachtens rechtshandeling of krachtens ongeschreven recht. Of zo’n verplichting krachtens ongeschreven recht ontstaat, hangt sterk af van de omstandigheden van het geval. In dit arrest noemt de Hoge Raad enkele omstandigheden die van belang kunnen zijn.

Intensiever gebruik van openbaar vaarwater
HR 3 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1815
De Hoge Raad heeft in dit arrest de openbaarheid van vaarwater nader afgebakend en verduidelijkt dat ook intensiever normaal gebruik moet worden geduld.

Aansprakelijkheidsbeperking van art. 7:24 lid 2 BW geldt niet voor schade aan afgeleverde zaak zelf
HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1757
De aansprakelijkheidsbeperking van art. 7:24 lid 2 BW geldt niet voor schade aan de non-conforme zaak zelf, die wordt veroorzaakt door een gebrek als bedoeld in de regeling productaansprakelijkheid.

Airbnb mag bemiddelingskosten aan de huurder rekenen
HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1725
Airbnb is een bemiddelaar in de zin van art. 7:425 BW. Het verbod van art. 7:417 lid 4 BW om bij zowel de huurder als de verhuurder bemiddelingskosten in rekening te brengen, geldt echter niet voor de verhuur zoals die op het platform van Airbnb plaatsvindt (kortetermijnverhuur voor niet-bewoningsdoeleinden). Airbnb handelt ook niet in strijd met de Richtlijn oneerlijke bedingen of de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken door bij de huurder bemiddelingskosten in rekening te brengen.

Buitenlandse huwelijkse voorwaarden en onverenigbaarheid met de Nederlandse openbare orde
HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1721
Bepalingen uit buitenlandse huwelijkse voorwaarden die huwelijksvermogensrechtelijke aanspraken afhankelijk stellen van welke echtgenoot het verzoek tot echtscheiding heeft ingediend of van welke echtgenoot schuld heeft aan de echtscheiding, kunnen kennelijk onverenigbaar zijn met de Nederlandse openbare orde. Het antwoord op de vraag of een bepaling buiten toepassing moet blijven, hangt af van de omstandigheden van het concrete geval, en in het bijzonder van de mate van betrokkenheid van Nederland bij het geval.

De overheid moet mededingingsruimte bieden bij de uitgifte van grond
HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam-arrest)
Een overheidslichaam dat een onroerende zaak verkoopt dient de koper te selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria en moet hierover vooraf informatie bekend maken. Deze mededingingsruimte hoeft niet te worden geboden, indien bij voorbaat vaststaat dat er slechts één serieuze gegadigde is, of indien dit redelijkerwijs mag worden aangenomen. In dat geval moet het overheidslichaam de voorgenomen verkoop zodanig bekend maken dat een ieder daarvan kennis kan nemen. Ook moet de overheid in dat geval motiveren waarom er naar haar oordeel slechts één serieuze gegadigde is.

Duidelijkheid over wie rechthebbenden zijn op de notariële kwaliteitsrekening
HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1720
Rechthebbenden op het saldo van de notariële kwaliteitsrekening zijn diegenen ten behoeve van wie geldbedragen op die kwaliteitsrekening zijn gestort, onder de voorwaarden die gelden in hun onderlinge verhoudingen. Dat kunnen – naast cliënten van de notaris – ook derden zijn, waaronder het Kadaster.

Prejudiciële vragen: ambtshalve toetsing van informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten en ambtshalve toepassing van sancties
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677
Deze prejudiciële beslissing gaat over de vragen of de rechter bij een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte ambtshalve moet onderzoeken of is voldaan aan de wettelijke informatieplichten van de handelaar tegenover de consument, en of de rechter ambtshalve een sanctie moet verbinden aan het niet-voldaan zijn aan een of meer van die plichten, en zo ja, welke.

Uitspraak hof over billijke vergoeding voor muziek op dance events blijft in stand
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1668
De Hoge Raad bekrachtigt de uitspraak van het hof tot vaststelling van de billijke vergoeding voor het muziekgebruik op dance events.