Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 3:40


HR 12 april 2013, LJN BY9087 (Curatoren Megapool/Laser)

Een beding op grond waarvan een prestatie niet meer verschuldigd is, enkel vanwege het faillissement van de schuldeiser, kan een onaanvaardbare inbreuk opleveren op art. 20 Fw. Afhankelijk van de context en de overige omstandigheden van het geval kan een dergelijk beding nietig zijn op de voet van art. 3:40 BW. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat een beroep op zo’n beding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van art. 6:248 lid 2 BW. (meer…)

HR 21 december 2012, LJN BX9023 (Eiseres/Stichting Bestuursassistentie CDA – Afd. Amsterdam)

Het toekennen van andere vergoedingen aan gemeenteraadsleden ten laste van de gemeente dan bedoeld in art. 95 Gemeentewet – al of niet bij verordening, en direct of indirect (in dit geval via een stichting) – is verboden (art. 99 Gemeentewet). Een daartoe strekkende rechtshandeling is derhalve nietig op grond van art. 3:40 lid 2 BW. (meer…)

HR 1 juni 2012, LJN BU5609 (Esmilo/Mediq)

De enkele omstandigheid dat een overeenkomst tot een door de wet verboden prestatie verplicht, brengt niet mee dat zij een verboden strekking heeft en dus wegens strijd met de goede zeden of openbare orde nietig is (art. 3:40 lid 1 BW). Bij de beoordeling van de vraag of een dergelijke overeenkomst in strijd is met de openbare orde dient de rechter in elk geval te betrekken (i) welke belangen door de geschonden regel worden beschermd, (ii) of door de inbreuk op de regel fundamentele beginselen worden geschonden, (iii) of partijen zich van de inbreuk op de regel bewust waren, en (iv) of de regel in een sanctie voorziet, en daarvan in de motivering van zijn oordeel rekenschap af te leggen.  (meer…)

HR 28 oktober 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BQ5986 (mr. Van Hees q.q./X)

De deelnemer aan een piramidespel die – anders dan de meeste (latere) deelnemers – positieve resultaten heeft behaald, hoeft deze niet terug te betalen wegens benadeling van de gezamenlijk schuldeisers in het faillissement van de organisator van het piramidespel. (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN ECLI:NLHR:2011:BQ1684 (G4 Beheer / Hanzevast)

Een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring in de zin van artikel 6:267 BW is nietig, maar daarmee is geen nietigheid in de zin van artikel 3:40 BW bedoeld. Schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming op de voet van artikel 6:74 BW kan ook het positief contractsbelang omvatten. (meer…)