Alle berichten van: Marijse Neuteboom-Klink


HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2928 (Staat/ Club Actieve Nietrokers)

Art. 8 van de WHO Framework Convention on Tobacco Control verplicht staten tot een effectieve bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook, ook in kleine cafés. Deze bepaling is onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig omschreven, zodat deze zich verzet tegen de ingevoerde versoepeling van het rookverbod voor kleine cafés. De uitzondering op het rookverbod voor deze cafés is dan ook onverbindend wegens strijd met genoemd verdrag. (meer…)

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2806 (Eiser/Meridiaan College)

Het vereiste van onverwijlde mededeling van de dringende reden voor ontslag op staande voet (art. 7:677 lid 1 BW) strekt ertoe dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. In ’s hofs oordeel dat voor eiser voldoende duidelijk was welke feiten en omstandigheden aan zijn ontslag ten grondslag lagen, ligt besloten dat er bij eiser redelijkerwijs geen twijfel over kan hebben bestaan dat hij ook zou zijn ontslagen als slechts een deel van de in de aanzegging weergegeven klachten zou komen vast te staan. (meer…)

HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1627 (Eneco Holding / Stichting Ronde van Nederland)

Nu als uitgangspunt heeft te gelden dat een overeenkomst alleen partijen bindt, dient het oordeel dat een contractueel beding doorwerkt in een daarmee samenhangende rechtsverhouding specifiek te zijn gemotiveerd. Bij de beoordeling van de rechtsverhouding tussen partijen die niet in een contractuele verhouding tot elkaar staan, kan betekenis worden toegekend aan de feitelijk economische samenhang die bestaat tussen overeenkomsten waarbij zij wél partij zijn. Dit betekent echter niet dat de enkele omstandigheid dat een zodanige samenhang bestaat, steeds van belang is voor de beoordeling van de rechtsverhouding tussen de daarbij betrokken partijen. (meer…)

HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1402

Curaçaose zaak. Opgebouwde pensioenrechten van één van de ex-echtelieden behoren in beginsel tot de te verdelen huwelijksgoederengemeenschap. Bij de verdeling van deze aanspraken moet rekening gehouden worden met wat de eisen van redelijkheid en billijkheid, gelet op de omstandigheden van het geval, meebrengen. Toepassing van deze maatstaf kan zelfs meebrengen dat verrekening van pensioenrechten achterwege blijft. De rechter heeft hierbij een grote mate van vrijheid. (meer…)

HR 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1077 (ABN Amro/Botersloot C.V.)

Als een koper een aanvankelijk geconstateerd gebrek aan een door hem gekochte zaak voor lief neemt, en later ontdekt dat het gebrek van groter omvang of van andere aard is dan hij aanvankelijk dacht, kan aan een beroep op dat gebrek in de weg kan staan dat hij na zijn aanvankelijke ontdekking geen nader onderzoek heeft gedaan of laten doen, terwijl dat in de omstandigheden van het geval redelijkerwijs van hem kon worden verwacht. Het is aan de verkoper zich daarop te beroepen. De rechter mag, bij beantwoording van de vraag of de koper tijdig aan zijn klachtplicht heeft voldaan, aanknopen bij het gebrek waarop de koper zich beroept. Hij hoeft in het kader van de vraag wanneer de klachttermijn is aangevangen, niet (onafhankelijk van het partijdebat) te onderzoeken of de zaak de eigenschappen bezit die de koper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. (meer…)