Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 6:98


HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

In een televisie-uitzending over de verduistering van een grote partij sloten is een meneer met een verborgen camera in beeld gebracht en neergezet als de heler van de gestolen sloten. Later is gebleken dat dit niet juist was: de sloten die meneer verkocht, waren niet afkomstig van de diefstal, maar van een brandschade. De meneer zegt door deze uitzending onder meer psychische klachten te hebben opgelopen. Hij stelt daarvoor het omroepbedrijf en de producent van het programma aansprakelijk.

In de gerechtelijke procedure die hierop volgt, komt vast te staan dat hun handelen onrechtmatig is geweest. En ook komt vast te staan dat de psychische schade van meneer het gevolg is van de bewuste uitzending, dus van het onrechtmatige handelen. In de cassatieprocedure gaat het met name nog om de vraag in hoeverre die psychische schade aan de veroorzakers daarvan kan worden toegerekend. Berend-Bram Heinen bespreekt in dit cassatievlog in 3 minuten het arrest van de Hoge Raad.

 

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

Onder ‘aard van de schade’ als bedoeld in art. 6:98 BW valt ook letselschade (waaronder begrepen geestelijk letsel). Letselschade geeft in beginsel aanleiding voor een ruimere toerekening. (meer…)

HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2452

Indien de rechter afwijkt van het oordeel van de tuchtrechter, dient hij zijn oordeel zodanig te motiveren dat het, ook in het licht van de beoordeling door de tuchtrechter, voldoende begrijpelijk is. Het oordeel van het hof dat de schade in redelijkheid niet kan worden toegerekend aan de accountant, is onvoldoende gemotiveerd in het licht van het door het hof tot uitgangspunt genomen oordeel van de tuchtrechter dat de accountant onvoldoende kritisch is geweest. (meer…)

HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:214 (Avi/Verweerster)

(1) Bij de toerekening van schade ex art. 6:98 BW kan ook een rol spelen wat naar objectief inzicht voorzienbaar of waarschijnlijk was. (2) De omstandigheid dat een contractspartij bij de tekortkoming waarvoor aansprakelijkheid bestaat, niet uit eigen belang heeft gehandeld, kan weliswaar mede van belang zijn voor de toerekeningsvraag, maar kan niet op zichzelf ertoe leiden dat slechts een deel van de veroorzaakte schade is aan te merken als een toerekenbaar gevolg van de gebeurtenis waarvoor aansprakelijkheid bestaat. (3) Voor een aanspraak op wettelijke rente ex art. 6:119 BW doet niet ter zake of die wettelijke rente al dan niet kan worden toegerekend in de zin van art. 6:98 BW. (meer…)

HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2895 (Eiser/Saint-Gobain)

Een werknemer komt, nog kampend met de restverschijnselen van een recent arbeidsongeval, thuis ten val. ’s Hofs oordeel dat de aansprakelijkheid van de werkgever niet mede de gevolgen van de huiselijke valpartij omvat, is onbegrijpelijk. (meer…)