Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 6:98


HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1493

Schade door schending van de zorgplicht bij een effectenleaseovereenkomst kan ook aan de aanbieder worden toegerekend als de afnemer aan het einde van de looptijd de effecten overneemt. Voor die toerekening maakt het geen verschil hoe de afnemer zijn verlies neemt. (meer…)

HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:956

(i) Voordeelstoerekening mag worden toegepast in gevallen van (in beginsel abstract te berekenen) zaakschade.

(ii) Of het redelijk is om een voordeel toe te rekenen, hangt onder meer af van de vraag of de benadeelde tegen zijn wil een bepaald bestedingspatroon wordt opgedrongen. (meer…)

 

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

In een televisie-uitzending over de verduistering van een grote partij sloten is een meneer met een verborgen camera in beeld gebracht en neergezet als de heler van de gestolen sloten. Later is gebleken dat dit niet juist was: de sloten die meneer verkocht, waren niet afkomstig van de diefstal, maar van een brandschade. De meneer zegt door deze uitzending onder meer psychische klachten te hebben opgelopen. Hij stelt daarvoor het omroepbedrijf en de producent van het programma aansprakelijk.

In de gerechtelijke procedure die hierop volgt, komt vast te staan dat hun handelen onrechtmatig is geweest. En ook komt vast te staan dat de psychische schade van meneer het gevolg is van de bewuste uitzending, dus van het onrechtmatige handelen. In de cassatieprocedure gaat het met name nog om de vraag in hoeverre die psychische schade aan de veroorzakers daarvan kan worden toegerekend. Berend-Bram Heinen bespreekt in dit cassatievlog in 3 minuten het arrest van de Hoge Raad.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #018 is ook als podcast beschikbaar.

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:590

Onder ‘aard van de schade’ als bedoeld in art. 6:98 BW valt ook letselschade (waaronder begrepen geestelijk letsel). Letselschade geeft in beginsel aanleiding voor een ruimere toerekening. (meer…)

HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2452

Indien de rechter afwijkt van het oordeel van de tuchtrechter, dient hij zijn oordeel zodanig te motiveren dat het, ook in het licht van de beoordeling door de tuchtrechter, voldoende begrijpelijk is. Het oordeel van het hof dat de schade in redelijkheid niet kan worden toegerekend aan de accountant, is onvoldoende gemotiveerd in het licht van het door het hof tot uitgangspunt genomen oordeel van de tuchtrechter dat de accountant onvoldoende kritisch is geweest. (meer…)

Cassatieblog.nl