HR 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:532
Slechts een in de procesinleiding aan te wijzen advocaat bij de Hoge Raad kan langs elektronische weg een procesinleiding bij de Hoge Raad indienen. (meer…)
Dossier: Proces- en beslagrecht
HR 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:532
Slechts een in de procesinleiding aan te wijzen advocaat bij de Hoge Raad kan langs elektronische weg een procesinleiding bij de Hoge Raad indienen. (meer…)
HR 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:533
Op een beslissing tot instelling van mentorschap is art. 6 EVRM van toepassing, omdat het een betrokkene de bevoegdheid ontneemt rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. (meer…)
HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484
(i) de Hoge Raad bevestigt eerdere rechtspraak, waarin is geoordeeld dat aan partijen in een meervoudige appelzaak uiterlijk bij de oproeping moet worden meegedeeld dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, en dat partijen de gelegenheid moet worden gegeven te verzoeken om een meervoudige behandeling (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en en ECLI:NL:HR:2017:3264, zie CB 2018:13).
(ii) ook bij ontslag op staande voet kan recht bestaan op een transitievergoeding, zodat de rechter moet beoordelen of sprake is van ernstige verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer. (meer…)
Het overzicht van lopende prejudiciële vraagprocedures vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) arbeidsongeschiktheidsverzekering en polisvoorwaarden, (2) uitleg art. 6:265 lid 1 BW bij huur en verhuur van sociale woonruimte, (3) loonbetaling vanaf datum ontslag, (4) vonnis mee-gewezen door rechter die ten tijde van de uitspraak inmiddels raadsheer in hof was, (5) de procesrechtelijke positie van de moeder bij beëindiging van gezag van de vader. (meer…)
HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365
Er hoeft geen inzage in een door een deskundige uitgevoerde medische analyse te worden verstrekt als dit in strijd zou komen met het uit art. 6 EVRM voortvloeiende recht om verweerders de vrijheid te bieden hun eigen processtrategie te bepalen. Het afwijzen van een exhibitievordering op grond van een dergelijke gewichtige reden in de zin van art. 843a lid 4 Rv komt niet in strijd met het doel van richtlijn 95/46/EG, omdat het hier niet gaat om persoonsgegevens in de zin van de richtlijn. (meer…)
HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:364
Het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: LPR) vormt een uitwerking van het bepaalde in art. 133 Rv over de door de rechter vast te stellen termijnen voor het nemen van conclusies en andere proceshandelingen, het uitstel daarvoor, en het verval van recht om de betreffende rechtshandeling te verrichten. Nu ingevolge art. 2.15 LPR, vierde versie, aanspraak bestond op een uitstel van twee weken voor het nemen van een antwoordakte, heeft het hof ten onrechte bij rolbeslissing het uitstelverzoek afgewezen en het recht op het nemen van een antwoordakte vervallen verklaard. (meer…)