Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 9 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BT7594 (X/Christelijk Gereformeerde Kerk te Zeewolde c.s.)

In een parallelzaak is onherroepelijk beslist over dezelfde rechtsbetrekking als die in dit arrest is beoordeeld. De beslissing in de parallelzaak heeft daarom ingevolge art. 236 lid 1 Rv tussen partijen bindende kracht. Daarom heeft eiser tot cassatie geen belang meer bij de beoordeling van het in de onderhavige zaak aangevoerde middel. (meer…)

HR 9 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BR5211

De benadeelde hoeft slechts feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan worden afgeleid dat schade is geleden. Nu de benadeelde in dit geval aan deze stelplicht heeft voldaan, had het hof hetzij de zaak moeten verwijzen naar de rol voor uitlating van partijen over de omvang van de schade, hetzij partijen naar de schadestaat moeten verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk was gevorderd, hetzij de omvang van de schade op de voet van artikel 6:97 BW dienen te schatten. De Hoge Raad doet de zaak zelf af. (meer…)

HR 9 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BT2915

Schorsing van de door een partij gestelde advocaat (hetzij op grond van een disciplinaire maatregel, hetzij op een andere wettelijke grond zoals faillissement) valt onder “verlies van de hoedanigheid van advocaat” als bedoeld in art. 226 Rv, en leidt dus ertoe dat het geding van rechtswege wordt geschorst. De Hoge Raad geeft enkele praktische aanwijzingen hoe de rechter in dat geval dient te handelen. (meer…)

HR 9 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BT2921 (X en Y / Stichting Flevoziekenhuis)

Kinderarts heeft niet gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend kinderarts mocht worden verwacht, door in de gegeven omstandigheden geen controle uit te voeren naar de effectiviteit van het bij een pasgeborene ingezette glucosebeleid (het toedienen van extra glucose). Indien de rechter afwijkt van de zienswijze van de door hem benoemde deskundige gelden in beginsel de gewone motiveringseisen. (meer…)

HR 9 december 2011, LJN BT2700

De in een winkel tentoongestelde showroommodellen kunnen niet worden aangemerkt als “zaken tot stoffering van een huis of landhoef” als bedoeld in art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990, zodat de belastingdienst geen voorrang heeft boven een stille pandhouder bij het verhaal op de opbrengst van deze showroommodellen na een faillissement. (meer…)

HR 2 december 2011, LJN ECLI:NL:HR:2011:BU6545 (Roucar Gear Technologies/Mr. Guillouet q.q. c.s.)

Een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor dat niet gericht is op het inschatten van de proceskansen, maar op bewijsgaring, valt binnen het materiële toepassingsbereik als het onderliggende geschil een burgerlijke of handelszaak in de zin van art. 1 EEX-Verordening betreft. Een forumkeuze (art. 23 EEX-Vo) moet duidelijk en nauwkeurig zijn. Daarop strandt de klacht dat het hof zich niet slechts had moeten laten leiden door de tekstuele uitleg van de overeenkomst, maar tevens door de bedoeling van partijen. (meer…)