Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 3 februari 2012, LJN BU7245 (X/SLS)

Een bewijsaanbod tot tegenbewijs hoeft in beginsel niet te worden gespecificeerd. Dat is anders wanneer in eerste aanleg in het kader van tegenbewijs al getuigen zijn gehoord en het bewijsaanbod in hoger beroep strekt tot aanvullend tegenbewijs. In dit geval heeft eiser tot cassatie in eerste aanleg nog geen getuigen later horen. Het hof heeft daarom ten onrechte de eis gesteld dat zijn bewijsaanbod tot tegenbewijs nader zou worden toegelicht.  (meer…)

HR 27 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BU8513 (Weef c.s./Banque Artesia) en ECLI:NL:HR:2012:BU7254 (V./Verster q.q.)

Bij de beoordeling van een door de wederpartij gemaakt bezwaar tegen een verzoek om pleidooi, of van wat de eisen van een goede procesorde verlangen, kan van belang zijn of de procedure bij toewijzing van dat verzoek onredelijk wordt vertraagd. De rechter dient daartoe de procedure in haar geheel te bezien. In dat verband is onder meer van belang of partijen, in eerste instantie dan wel in hoger beroep, hun standpunten al mondeling hebben uiteengezet. Als de partij die pleidooi in appèl verzoekt dat noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep heeft gedaan, moet het pleidooiverzoek in beginsel zonder meer worden toegewezen en dient de motivering van een afwijzing van het verzoek aan nog hogere eisen te voldoen dan zonder deze bijzonderheid het geval zou zijn. (meer…)

HR 27 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BU6510

De rechter naar wie het geding door de Hoge Raad is verwezen, dient het geding zelf verder te behandelen en af te doen zonder dit weer te verwijzen. Dit is slechts anders indien de Hoge Raad bij zijn verwijzing met zoveel woorden de mogelijkheid tot verdere verwijzing heeft geopend. Omdat de Hoge Raad dat in dit geval in de eerste cassatieprocedure niet had gedaan, had het Amsterdamse hof het geding niet mogen terugverwijzen naar de rechtbank Rotterdam. (meer…)

HR 27 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BV2020 (Atrecht Holding/Rabobank Noord Oost Veluwe)

De heffing van griffierechten is weliswaar te beschouwen als een beperking van het recht op toegang tot de rechter, maar die beperking is niet onverenigbaar met art. 6 EVRM zolang het recht op toegang tot de rechter niet in zijn kern wordt aangetast. In dit geval is niet gebleken dat verzoekster tot cassatie (die door rechtbank en hof failliet is verklaard) niet in staat is het verschuldigde griffierecht te voldoen. (meer…)

HR 20 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BU3100

Een akte van levering levert geen dwingende bewijskracht op tegen een in die akte genoemde derde-begunstigde en dus ook niet tussen twee in de akte genoemde derde-begunstigden onderling. De inhoud en strekking van art. 157 Rv en de eisen van het rechtsverkeer brengen mee dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij en haar rechtsverkrijgenden, dat wil zeggen degene die in de akte als zodanig is aangewezen of degene te wiens behoeve de ondertekenaar van de akte zich blijkens de tekst daarvan heeft verbonden. (meer…)

HR 20 januari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BT7496

Een onderaannemer dient in beginsel binnen zekere grenzen rekening te houden met de belangen van de (uiteindelijke) opdrachtgever. Een wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer levert echter op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever op. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval (vergelijk de omstandighedencatalogus in het Vleesmeesters/Alog-arrest). Het is voorts niet mogelijk een (mogelijke) waarborg voor het eerst in hoger beroep in vrijwaring te betrekken. Het hof heeft dus ten onrechte de – door de rechtbank afgewezen – vordering tot oproeping in vrijwaring alsnog toegewezen. (meer…)