Borgtochtovereenkomst; wel of geen toestemming van echtgenoot vereist?

Borgtochtovereenkomst; wel of geen toestemming van echtgenoot vereist?

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1220

Bij een borgstelling voor bankkredieten is niet zonder meer de uitzondering op het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 5 BW van toepassing. De maatstaf voor de toepasselijkheid van die uitzondering is of de rechtshandeling waarvoor de zekerheid wordt verstrekt, zelf behoort tot de rechtshandelingen die ten behoeve van de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht. Lees meer…

Maatstaven bij vordering tot zekerheidstelling

Maatstaven bij vordering tot zekerheidstelling

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1115 (X/Gravene B.V.)

Voor een incidentele vordering tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarheid bij voorraad van een in vorige instantie gegeven beslissing gelden op overeenkomstige wijze de maatstaven voor de vordering om een beslissing die in een vorige instantie is gegeven alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.  Lees meer…

Korte cassatietermijn bij overname door eigen curator van verzetprocedure tegen faillietverklaring

Korte cassatietermijn bij overname door eigen curator van verzetprocedure tegen faillietverklaring

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1100

Een uitspraak dat de curator op de voet van art. 27 lid 3 Fw het geding van de gefailleerde heeft overgenomen, houdt tevens de vaststelling in dat de gefailleerde buiten het geding is gesteld en heeft te gelden als een einduitspraak. Tegen die uitspraak staat voor de gefailleerde cassatieberoep open. In het geval dat het ging om een procedure waarin de gefailleerde in verzet was gekomen tegen de faillietverklaring van een derde, kan op grond van art. 12 Fw gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld. Lees meer…

Borgtocht is geen wederkerige overeenkomst: geen ontbinding

Borgtocht is geen wederkerige overeenkomst: geen ontbinding

HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915 (Wave/ABN AMRO)

Een borgtochtovereenkomst is geen wederkerige overeenkomst, maar een eenzijdige overeenkomst. Alleen de borg neemt een verbintenis op zich: daar staat niet een tegenprestatie van de schuldeiser tegenover. Daar doet niet aan af dat er uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de schuldeiser kunnen voortvloeien, zoals een jegens de borg in acht te nemen zorgvuldigheidsverplichting. Als de schuldeiser tekortschiet in een dergelijke verplichting, kan de borg recht op schadevergoeding hebben. Ontbinding is echter niet mogelijk, omdat de borgtochtovereenkomst geen wederkerige overeenkomst is. Dat kan anders zijn wanneer in verband met de borgtocht ook door de schuldeiser verplichtingen zijn aangegaan die in zodanig nauwe samenhang staan tot de verbintenis van de borg, dat sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties. In dat geval zijn de bepalingen omtrent wederkerige overeenkomsten, waaronder art. 6:265 BW, van overeenkomstige toepassing. Lees meer…

Amerikaanse 401 (k)-plans komen in aanmerking voor toepassing Wvps

Amerikaanse 401 (k)-plans komen in aanmerking voor toepassing Wvps

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1219

Voor de beantwoording van de vraag, of een buitenlandse pensioenregeling onder het toepassingsbereik van de Wvps valt, is beslissend of de buitenlandse pensioenregeling in de context van het maatschappelijke leven in het desbetreffende land een functie vervult die in voldoende mate overeenstemt met de functie van de Nederlandse pensioenregelingen waarop de Wvps van toepassing is, te weten: oudedagsvoorziening. Dat een buitenlands pensioen afkoopbaar is staat niet aan toepassing van de Wvps in de weg. Lees meer…

Loondoorbetaling na in hoger beroep rechtsgeldig gebleken ontslag op staande voet

Loondoorbetaling na in hoger beroep rechtsgeldig gebleken ontslag op staande voet

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209 en ECLI:NL:HR:2018:1218

Indien het hof oordeelt dat de kantonrechter een aan een werknemer gegeven ontslag op staande voet ten onrechte heeft vernietigd en het hof een toekomstige einddatum bepaalt waarop de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt, kan aan de werknemer zijn loonaanspraak over de periode tussen de ontslagdatum en de einddatum op grond van art. 7:627 en 7:628 lid 1 BW worden ontzegd. Het arrest Van der Gulik/Vissers (HR 21 maart 2013, ECLI:NL:HR:2003:AF3057, NJ 2007/32) staat hier niet aan in de weg. De Hoge Raad formuleert uitgangspunten voor de beoordeling of aan de werknemer op grond van deze bepalingen zijn loonaanspraak moet worden ontzegd. Loonmatiging (art. 7:680a BW) of (gehele of gedeeltelijke) ontzegging van de aanspraak op loonbetaling (art. 6:248 lid 2 BW) zijn alternatieve mogelijkheden. Lees meer…

Verbod op reformatio in peius in hoger beroep

Verbod op reformatio in peius in hoger beroep

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1211

Als slechts één van twee partijen hoger beroep heeft ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank, mag het hof niet een beslissing nemen die ongunstiger is voor de appellant. Dat is niet anders wanneer de rechtbank heeft beslist dat de waarde van een aantal ondernemingen moet worden verdeeld, en in appel blijkt dat het niet mogelijk is om die waarde vast te stellen. Het hof mocht niet een andere verdeling kiezen waarbij de waarde niet hoefde te worden verrekend (en dus ook niet hoefde te worden vastgesteld), omdat niet was uitgesloten dat de nieuwe verdeling een verslechtering betekende voor appellant ten opzichte van de uitspraak van de rechtbank. Lees meer…

Beoordeling reorganisatie bij zelfstandige bedrijfsonderdelen binnen één rechtspersoon

Beoordeling reorganisatie bij zelfstandige bedrijfsonderdelen binnen één rechtspersoon

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1212

(i) Ook in gevallen waarin binnen één rechtspersoon bepaalde zelfstandige bedrijfsonderdelen kunnen worden onderscheiden, moet bij de beoordeling van de noodzaak van het vervallen van arbeidsplaatsen worden aangeknoopt bij de bedrijfseconomische omstandigheden van het zelfstandige bedrijfsonderdeel waar de arbeidsplaatsen vervallen; (ii) Als er een uitwisselbare functies wordt opgeheven en een deel van de werkzaamheden wordt voortgezet in een andere functie (die niet met de vervallen functie uitwisselbaar is) hoeft de werkgever de functie niet aan te bieden aan een werknemer die weliswaar niet geschikt is, maar wel ‘geschikt is te maken’. Lees meer…

Beroep op nieuwe feiten en omstandigheden na cassatie en verwijzing

Beroep op nieuwe feiten en omstandigheden na cassatie en verwijzing

ECLI:NL:HR:2018:1216 (Cnossen q.q. / Provinsje Fryslân)

Beroep na verwijzing op nieuwe feiten en omstandigheden. Het betoog van de curator na verwijzing berust op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de in cassatie vernietigde uitspraak en valt binnen de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie. Het hof had dit betoog daarom niet mogen passeren. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl