
Stuitende werking van een brief is mede afhankelijk van de context
HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2741
Bij de beoordeling of een stuitingsmededeling aan de in artikel 3:317 lid 1 BW gestelde eisen voldoet, moet niet alleen gelet worden op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval. Bij deze beoordeling kan onder omstandigheden mede betekenis toekomen aan de verdere correspondentie tussen partijen. Lees meer…
Extinctieve verjaring en interversieverbod
HR 4 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2463 (Gemeente Arnhem / X)
Extinctieve verjaring ten aanzien van zogenaamd ‘snippergroen’. Toepasselijkheid interversieverbod? ‘Niet ondubbelzinnig bezit’ als categorie van uitoefening feitelijke macht over een goed naast houderschap en (ondubbelzinnig) bezit? Lees meer…
Gevolgen niet-tijdige inschrijving rechtsmiddel in openbare registers
HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2531
De niet-tijdige inschrijving van een rechtsmiddel in de openbare registers op de voet van art. 3:301 BW leidt slechts tot niet-ontvankelijkheid voor zover wordt opgekomen tegen oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van de tot levering bestemde akte en daarmee onlosmakelijk verbonden oordelen. Nu appellante in casu niet langer de leveringsplicht betwistte, maar in plaats daarvan wijziging van de gevolgen van de overeenkomst op grond van art. 3:54 lid 2 BW vorderde, heeft de niet-tijdige inschrijving geen niet-ontvankelijkheid tot gevolg. Lees meer…
Conclusie A-G over prejudiciële vragen kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop
Conclusie P-G 4 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1711
Bij de Hoge Raad is een prejudiciële procedure aanhangig over de vraag, of bij de berekening van kinderalimentatie het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende zgn. alleenstaande-ouderkop in mindering moet worden gebracht op de behoefte van het kind, dan wel in aanmerking moet worden genomen bij de draagkracht van de ouder die het budget ontvangt. Een vraag waarover zowel in de juridische als niet-juridische media veel te doen is geweest. Lees meer…
Toetsingsmaatstaf voor terugkomen van verleende akte niet-dienen
HR 4 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2461
Het verlenen van akte niet-dienen aan een appellant die zijn memorie van grieven niet heeft genomen kwalificeert als een eindbeslissing. Gelet op het ingrijpende gevolg van het niet-dienen van grieven in hoger beroep, zal het hof op verzoek van de appellant moeten nagaan of de eisen van een goede procesorde meebrengen dat van die eindbeslissing moet worden teruggekomen. Lees meer…
Cassatiedagvaarding uitgebracht tegen verkeerde procespartij: kennelijke vergissing
HR 10 juli 2015 (Eiseres/Seacon Logistics B.V.), ECLI:NL:HR:2015:1844
Abusievelijk is in cassatie de moedervennootschap gedagvaard waarvan de vordering door het hof was afgewezen, in plaats van de dochtervennootschap waarvan de vordering was toegewezen. De Hoge Raad oordeelt dat in dit geval sprake is van een kennelijke vergissing en dat de dochtervennootschap al bij het uitbrengen van de cassatiedagvaarding behoorde te begrijpen dat het cassatieberoep tegen haar was ingesteld. Tegen de niet verschenen dochtervennootschap wordt daarom verstek verleend. Lees meer…
Gevolgen schone lei-verklaring voor terugvorderen onterechte bijstand
HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1693 (Eiser/Gemeente Haarlem)
Bij het bepalen van de reikwijdte van een schone lei-verklaring ingevolge de WSNP dient een besluit tot intrekking van ten onrechte genoten bijstand met ingang van een in het verleden gelegen tijdstip dient, wat betreft de daaruit voortvloeiende verplichting tot terugbetaling, op één lijn te worden gesteld met de vernietiging van een overeenkomst met terugwerkende kracht. Lees meer…
Verrekenbeding en herkomst resp. bestemming overgespaarde inkomsten
HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1875
Voor de toepassing van art. 1:141 lid 1 BW en art. 1:136 lid 1 BW is niet relevant van wie de niet verrekende inkomsten afkomstig zijn en ook niet in wiens goed die inkomsten zijn geïnvesteerd. Lees meer…
Bijzondere zorgplicht en informed consent bij beleggingsadvies
HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2191 (Eiser/ABN AMRO)
De bijzondere zorgplicht bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers kan meebrengen dat de bank de cliënt behoort te waarschuwen voor de risico’s die zijn verbonden aan voortzetting van een bepaald beleggingsbeleid en dat zij verplicht is zich ervan te vergewissen dat de cliënt zich daadwerkelijk van die risico’s bewust is. Lees meer…
Verrekeningsverbod art. 54 Fw ziet niet op schuld uit overeenkomst met failliet
HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1825 (Wemaro S.A./De Bok q.q.)
Art. 54 lid 1 Fw strekt ertoe verrekening uit te sluiten in die gevallen waarin een schuldenaar of een schuldeiser van de boedel een vordering respectievelijk een schuld van een derde overneemt met het doel zichzelf de mogelijkheid van verrekening te verschaffen. Deze strekking rechtvaardigt niet om het toepassingsbereik van deze bepaling te doen uitstrekken tot een geval waarin voor de faillietverklaring een goed van de schuldenaar wordt gekocht en aldus een verrekenbare schuld wordt gecreëerd. Lees meer…